Hasj in Kiel: Hauptbahnhof of apotheek

De Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein wil vanaf 1998 hasj laten verkopen in de apotheek. Doel is de markt voor harddrugs en softdrugs te scheiden. In Kiel reageert de bevolking verdeeld.

KIEL, 21 NOV. “Nee, niet met hem praten”, roept Nina (17) tegen haar vrienden. Haar stem weergalmt in de glazen tunnel die het Hauptbahnhof van Kiel verbindt met het daarnaast gelegen winkelcentrum. “Misschien is het iemand van de politie”.

Nina is een van de circa 80.000 cannabisconsumenten in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Ze heeft ringen in haar oren en door haar neus. Haar slapen zijn kaalgeschoren en een blonde lok hangt voor haar ogen. Ze drinkt uit een literblik Holstenbier. Het is nog lang geen avond en net als de acht andere punkers spreekt ze met een dikke tong. “Ach, iemand uit Nederland die iets over hasj wil weten. Maar jullie hebben toch alles al?” Nina droomt van een reis naar Amsterdam. De groep hangt vaak rond op het station. “Rustig een jointje roken in een coffeeshop is er in Kiel niet bij.”

De deelregering van Sleeswijk-Holstein overweegt een voor Duitsland radicale maatregel. Minister Heide Moser wil vanaf 1998 hasj laten verkopen in de apotheken om het gebruik van softdrugs uit de 'criminellen Umfelt' van de harddrugsdealers halen. “Het belangrijkste doel van de drugspolitiek is jonge mensen te vrijwaren van verslaving en criminaliteit en hun een drugscarrière te besparen”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken.

Nu zijn een joint roken en heroïne spuiten in Sleeswijk-Holstein nog even illegaal. “Hasj kost tien mark per gram, maar is moeilijk te krijgen. Je moet dealers kennen”, zegt Nina. De eveneens 17-jarige Timo: “Als we het hebben, roken we het hier. Tot de politie komt. Ben je niet snel genoeg weg, dan nemen ze je mee.” Timo geeft Nina het lipje van een bierblikje. “Een nippeltje”, zegt Nina en schuift het door een ring. Ze heeft tientallen nippeltjes overal aangehaakt en gehangen. “Als je weer komt, neem je dan bier mee?”, roept ze.

De regering in Bonn, die toestemming moet geven voor de verkoop, ziet niets in het plan van Moser. Ook de burgers van Kiel zijn niet onverdeeld enthousiast. In de apotheek van mevrouw Petig in de Holtenstrasse bestudeert een oude man de rekening die hij net heeft gekregen. Frau Petig zou kinderen onder de achttien nooit hasj verkopen, zegt ze. “Achttien vind ik eigenlijk nog veel te jong. “Heeft u die punkers in het Hauptbahnhof gezien? Er zijn steeds meer jongeren die die punkers interessant vinden. Wat niet mag, trekt aan. Het zou veel strenger moeten zijn allemaal. Ook voor alcohol en tabak en zeker waar het gaat om jongeren.” Ze is 63 en al heeft ze geen kinderen: “Je ziet aan kinderen zó wie gevoelig is om afhankelijk van drugs te worden.” De apothekers hebben nog geen gemeenschappelijke standpunt over de hasj-verkoop bepaald.

De 59-jarige E. Ewers is woedend op de regering. “Hoe halen ze het in hun hoofd om drugs vrij te geven.” Zijn dochter van 24 is verslaafd aan heroïne. Ze spritzt en steelt van haar ouders. “Mijn vrouw huilt de hele dag.”

H. Kruse (43) staat wel achter de nieuwe aanpak. Zijn kreeftenstaartjes in pikante saus met knoflook kosten 4,95 D-Mark per ons. Van hem mag de hasj zó worden vrijgegeven. “Je kan toch ook overal drank en tabak kopen”, zegt hij. “Ik zie niet in waarom dat bij hasj niet zou mogen.” Hij wijst naar buiten: “Moet u eens kijken wat een zatlappen allemaal op straat lopen.”

Inderdaad zijn buiten nogal wat heren in te veel en te wijde kleding te zien die onvast ter been rondlopen, een flesjes bier in de hand en een verzadigde blik in de ogen. “Alcohol en sigaretten zijn schadelijk voor de gezondheid. Dat weet iedereen. En overal is het te koop.” Kruse vindt het eigenlijk geen discussie waard. “Nog een haring, meneer?”

In het immense kooplabyrint achter het Hauptbahnhof hangen vier dikke kerstmannetjes boven een kraam 'Wohnraumdekoration'. In de gang hangt de geur van 'Kieler Knacker'. Buiten spelen acht koperblazers stemmige muziek voor de Nikolauskerk. Niemand trotseert de rode voetgangerslichten, ook al is nergens een politieman te bekennen.

De politiepost zit in een achterafstraatje. De jonge agent, met een koperen ster op zijn epauletten, kijkt verbaasd op. “U wilt mijn mening? Moet u daarvoor niet bij voorlichting zijn?” Maar hij is toch bereid zijn mening te geven. “Hasj verkopen in apotheken is waanzin. Drank en tabak worden aan banden gelegd. Iedereen zegt maar dat het zo schadelijk is allemaal. En nou gaan ze hasj vrijgeven.” Inmiddels is een oudere collega binnengekomen met twee koperen sterren op zijn epauletten. “Ik heb een dochter van zeventien. Hoe je het ook wendt of keert, hasj en marihuana zijn drugs. Het wordt makkelijker om dan ook maar eens wat sterkers te proberen.”

Hoe langer ze erbij stilstaan, des te bozer ze worden. “Je koopt, als je alcoholist bent toch ook geen bier bij de apotheek! De apotheek is er om zieke mensen beter te maken. En als je hasj rookt, weet je dan wel wát je rookt? Daar is toch geen enkele controle op? Als ik drink, weet ik wat er in mijn glas zit. Maar die koffieshops van jullie. Waar halen die hun spul vandaan? Is dat gecontroleerd?” Als afscheid roept de oudere agent: “Schrijf maar op dat we niet geestdriftig zijn.” Officieel neemt de politie geen standpunt in.

Nina staat langs de wand van de glazen tunnel te kotsen. Drie geüniformeerde mannen komen aangerend. “Die groenen zijn van de Bahnhofpolizei”, zegt een Turkse jongen. “Die zijn niet mis.”

“Ausweis!” roept de spoorwegpolitieman tegen Nina. Achter in de tunnel, waaruit Nina is komen strompelen, ligt een kapotte doos vol lege blikjes Karlsquell Edelpils zonder nippeltje.

    • Hans Moll