Griekenland wil tekort begroting ongedaan maken; Athene: meer wapens en bezuinigen voor EMU

ATHENE, 21 NOV. De Griekse premier Kostas Simitis heeft deze week de hoofdlijnen van de begroting voor 1997 bekendgemaakt en de Grieken zijn er nog lang niet van bekomen.

Weliswaar treffen de talloze nieuwe belastingmaatregelen, in Simitis' eigen woorden, bij uitstek “de bezitters en de bezetters”, maar de grote meerderheid van het Griekse volk is bezitter, van onroerend goed dan wel van staatsobligaties. Zowat geen enkele categorie is ontsnapt aan het albegerig oog van de minister van Nationale Economie Papandoniou, die een biljoen Drachmes (7 miljard gulden) extra nodig heeft om voor volgend jaar het financieringstekort terug te brengen tot 4,2 procent van het Bruto Nationaal Produkt (BNP), het percentage dat enigszins in de richting komt van de voor toetreding van de EMU voorgeschreven drie procent. Het tekort is nu nog 6,7 procent.

Dat bijna alle belastingontheffingen, inclusief die voor de president van de republiek, nu worden ingetrokken, is voor de meesten een schrale troost. Ambtenaren en gepensioneerden zien hun inkomen niet of nauwelijks stijgen en hebben al grote demonstraties aangekondigd. Maar het gaat niet alleen om deze begroting, “de hardste van de laatste vijftien jaar”, in Papandoniou's woorden. Het dagblad Ethnos kwam met een spotprent, waarop men de Griekse belastingbetaler ziet, doormidden gezaagd. De beul beveelt: “Naai hem aan elkaar en breng hem weer terug, want hij moet ook nog bloeden voor het tienjarenplan voor de bewapening”.

Vlak voor de indiening van de begroting is Simitis, ditmaal geflankeerd door zijn minister van Defensie Tsochatzópoulos, gekomen met de aankondiging dat er een defensieplan wordt gestart over twee maal vijf jaren, dat voorziet in 4,3 biljoen Drachmes (27 miljard gulden), om de toenemende Turkse dreiging het hoofd te bieden. Vorig jaar om deze tijd pleitten zowel Simitis als de huidige minister van Buitenlandse Zaken Pángalos bij de begrotingsdebatten nog voor vermindering van de defensiepost. Ze zijn van gedachten veranderd, niet alleen door de Turkse acties en aspiraties betreffende Cyprus en eilanden in de Egeïsche Zee, maar ook door het feit dat de Turkse regering intussen een dertigjarig defensieplan heeft opgesteld, waarbij het gaat om 670.019.000.000.000 Turkse Lires, oftewel 280 miljard gulden. Voor het komende jaar is in Ankara reeds 12 miljard gulden opzij gelegd.

Griekenland had al een defensiebegroting die bijna twee maal zo groot was als het NAVO-gemiddelde: 5,5 procent van BNP (tegen Turkije 5 procent). Dit wordt in 1998 6,5 procent. De regering onderstreept dat de nu ingediende begroting, alsmede die voor 1998, geheel los staat van het tienjarenplan, dat voorlopig geen aderlatingen vergt. De financiering ervan zal zelfstandig geschieden, voornamelijk via buitenlandse leningen, maar ook door een beroep te doen op de miljoenen Grieken in het buitenland. Tevens wordt gedacht aan een loterij in het binnenland.

Er wordt uitgegaan van het vooruitzicht dat het 'scheppen van een sterk Griekenland' een populair object kan zijn. De bekendmaking van het tienjarenplan wekte veel minder verbittering dan de begroting enkele dagen later. Men hoort tandenknarsen, maar er is een houdinge van 'wat wil je, met die Turken en hun provocaties' (zoals al hun acties worden genoemd).

Toch is er wel oppositie. De rechtse Nieuwe Democratie is te veel verwikkeld in haar interne verscheurende problemen om ook maar toe te komen aan een visie op het bewapeningsbeleid - hier en daar kan men horen dat het plan al veel eerder moest zijn ingediend. De oppositie komt voornamelijk van twee van de drie linkse partijen.

De communisten roepen dat Griekenland en Turkije met hun bewapeningswedloop eenvoudig de wapenleveranciers in de kaart spelen, de 'imperialistische multinationals'. Griekenland zal meer van hun diensten gebruik moeten maken omdat de Turken voor een veel groter percentage kunnen terugvallen op eigen wapenindustrie. Ook een kunstenaar als de componist Theodorákis - die vorige week weer een concert leidde voor Turks-Griekse vriendschap - komt met zulke geluiden.

Maar de protesten van de iets kleinere 'Alliantie van Links en Vooruitgang' (ALV) borduren op een ander stramien. Deze partij is, anders dan de communisten, strikt voorstander van de convergentie met de EU, die rondom de eeuwwisseling het beslag moet krijgen en waar Simitis en Papandoniou ook steeds op hameren. ALV-leider Konstandópoulos waarschuwt nu dat het tienjarenplan elk vooruitzicht op een vervulling van de EU-criteria ondermijnt.

Eén van die eisen is, dat de staatsschuld moet dalen tot 60 procent van het BNP. Nog maar twee van de vijftien lidstaten kunnen daar nu aan voldoen (Engeland en Luxemburg) en de verwachting is dat er ook in komende jaren nog velen zullen zijn die niet aan die 60 procent toekomen. Als er echter vorderingen in de goede richting worden gemaakt, wil men in Brussel wel een oogje toedoen.

Griekenlands kolossale staatsschuld bedraagt momenteel 115 procent van BNP, een cijfer dat slechts heel langzaam terugloopt. Bij wapenaankopen volgens het tienjarenplan zal die staatsschuld met 6,6 procent stijgen, wat een einde zou betekenen van Griekenlands EMU-aspiraties tot en met 2000. Konstandópoulos herinnerde er schamper aan dat er voor essentiële - en strategische - projecten als de Egnatia, de West-Oostverbinding in Noord-Griekenland, dat 750 miljard drachmes vergt, totaal geen geld is.

Vraagtekens worden ook geplaatst binnen de regerende Pasok zelf. Het met de regering sympathiserende dagblad Eleftherotypía citeert - anonieme - officieren die zich afvragen of wapens die over vier, vijf jaar binnenkomen, nog wel voldoen aan de dan te stellen eisen. Er zijn er ook, die zich afvragen of het geld werkelijk wel voor militaire doeleinden is bestemd. Het zou niet de eerste keer zijn, aldus de krant, dat het in een nieuwe constellatie voor andere zaken wordt aangewend. Tóch bijvoorbeeld voor de Egnatia?

De vraag die niemand zich hier tot nu toe stelt is, waarom Griekenland, dat blijkbaar militair nog zo ver achter ligt, niet in deze zwakke fase daadwerkelijk door het sterkere Turkije wordt aangevallen.