'God neemt de tijd voor m'n volgende titel'

Michael Chang (24) is de nummer twee van de tenniswereld. Bij het wereldkampioenschap in Hannover is de Amerikaan al na twee speeldagen uitgeschakeld. “God heeft met alles een bedoeling.”

HANNOVER, 21 NOV. Van alle proftennissers heeft Michael Chang de beste verstandhouding met Jezus Christus. “Dat betekent niet dat ik altijd win”, zegt de Amerikaan van Chinese afkomst, “maar ik voel dat het zo is”. Van zijn speciale band met God maakt Chang geen geheim. Bij het wereldkampioenschap in Hannover krijgen ballenjongens op hun T-shirt behalve de gevraagde handtekening ook de woorden Jesus loves you. “God heeft met alles een bedoeling”, zegt Chang. “Tennis is mijn roeping. Ik moet op de tennisbaan laten zien wat je met toewijding en geloof kan bereiken.”

De belijdenis van Chang wekt soms wrevel. Toen hij in 1989 Roland Garros won en in zijn dankwoord God prees, werd hij door een deel van het publiek uitgefloten. Het deert de tennisser niet. “Ze fluiten in Parijs ook als ik een beslissing van een lijnrechter aanvecht. Je kan de grootste slechterik ter wereld zijn, er is altijd wel iemand die van je houdt. En ook als je de nicest guy op aarde bent, zijn er mensen die je haten.”

Hoewel Chang in Hannover met nederlagen tegen Krajicek en Muster teleurstelt, is hij bezig met het beste jaar uit zijn loopbaan. Hij won dit seizoen drie toernooien, bereikte twee grand-slamfinales, en staat achter Pete Sampras op de tweede plaats van de wereldranglijst. Toch geldt de kleine Amerikaan (1,73 meter) als de eeuwige underdog. Hij moet altijd opboksen tegen tegenstanders die veel langer zijn. Krajicek is 21 centimeter groter, Ivanisevic 19 en Becker 15 centimer.

Maar klein betekent in tennis niet bij voorbaat kansloos. “Ik ben er op gebrand dat te bewijzen”, zegt Chang. Zijn geringe postuur compenseert hij met techniek, snelheid, een verbluffend reactievermogen en grote wendbaarheid. Chang is ook een bijtertje met een ongekend uithoudingsvermogen. Met zijn korte, dikke benen rent hij op elke bal. “Van Michael heb je pas gewonnen als je de bal duidelijk twee keer hebt zien stuiten”, zei Sampras ooit. Zelf zegt Chang: “Ik wil altijd winnen, met alles. Behalve als ik tegen mijn moeder speel. Dan gaat het om de lol.”

Moeder Betty komt uit Taiwan, vader Joe uit Kanton. De ouders van Chang emigreerden naar de Verenigde Staten en ontmoetten elkaar in 1966 op een blind date in New York. In hun huis in Hoboken koestert de familie de Aziatische tradities. “Thuis eten we met stokjes en doen we alsof we in China leven”, zegt Chang, die een beetje Chinees spreekt. “We hebben respect voor de Amerikaanse cultuur, maar prefereren onze eigen stijl.”

De Changs vormen een hechte familie. Moeder zit vaak op de tribune, vader doet de boekhouding en raapt tijdens de training ballen voor zijn zoon. Broer Carl is zijn trainer. “Vroeger kon ik nooit van hem winnen”, zegt Michael over zijn oudere broer. “Dat heeft mij sterk gemaakt. Vanaf het moment dat ik hem de baas was, zijn we naar elkaar toegegroeid. Hij kan een tegenstander haarfijn analyseren en hij heeft mij strategie bijgebracht. Dat is nu mijn sterkste punt.”

Tennis is schaken voor Chang. “Ik ben in staat het spel van de tegenstander te lezen. Daarom sta ik meestal al op de juiste plaats nog voor de bal is geretourneerd. Ik denk voordat ik doe. Als het op de baan emotioneel wordt, neem ik iets meer tijd. Dan kan ik de dingen weer in het juiste perspectief zien. Pas als ik rustig ben, neem ik een beslissing. Een belangrijke beslissing moet nooit in haast worden genomen.”

Wat dat kan betekenen, ondervond ooit John McEnroe. In hun eerste onderlinge ontmoeting won Chang de toss. Hij dacht lang na over of hij zou beginnen met serveren of met ontvangen. Na dertig seconden verloor McEnroe zijn geduld en protesteerde bij de scheidsrechter.

In 1989, bij de open Franse kampioenschappen, vestigde Chang zijn reputatie. Met zijn zeventien jaar en drie maanden was hij de jongste grand-slamwinnaar ooit. Sindsdien verloor hij drie grote finales. “Soms denk ik weleens dat God te veel tijd neemt om me weer kampioen te maken. Maar als ik me op die gedachte betrap, geef ik mezelf onmiddellijk een schop. God was niet langzaam toen ik in 1989 de Franse open won. Ik moet geduld hebben.”

Dit jaar was hij tweemaal dicht bij een nieuw succes. Maar in januari verloor hij in Melbourne van Becker, in september bij de US Open bleef Sampras hem de baas. “Aan die twee verloren grand-slamfinales denk ik niet meer terug. Ik probeer te leren van ieder toernooi. Overal haal ik iets positiefs uit. Daardoor begin ik sterker en met meer gretigheid aan het volgende grand slam.”

Chang is in meer opzichten een buitenbeentje. Hij is de enige tennisser in Hannover die geen betoverende vriendin heeft. “Natuurlijk ben ik weleens verliefd, maar ik houd die dingen liever voor mezelf”, zegt hij. “Als ik net als sommige collega's met mijn privéleven in de publiciteit treed, krijg ik daar last mee. De foto's zouden over heel Azië worden verspreid. Ik heb geen trek voortdurend te moeten zeggen wanneer ik ga trouwen.”

Op de vraag wie zijn favoriete fotomodel of filmactrice is, denkt Chang lang na. Met een grijns zegt hij tenslotte: “Krijg ik problemen als ik Brooke Shields, de vriendin van Agassi, noem?”