Giscard pleit voor goedkopere franc

PARIJS, 21 NOV. Laat de franc 8,5 procent in waarde dalen ten opzichte van de dollar, liefst in overleg met de Duitsers, maar desnoods zonder de D-mark.

Dat zegt oud-president Giscard d'Estaing, nog steeds een voorvechter van één Europese munt, maar alleen als de franc er op een koers ingaat die voorkomt dat de Franse economie verder “stikt”.

In een goed georkestreerde media-campagne zet Giscard d'Estaing vanmorgen de Franse en de Europese politieke en monetaire discussie onder druk. De staatsman die in 1978 met kanselier Helmut Schmidt het initiatief nam tot het Europees Monetair Systeem, dwingt president Chirac daarmee openlijk te reageren op de steeds talrijker pleidooien in Frankrijk voor devaluatie in een of andere vorm.

Schmidt heeft op zijn beurt de harde mark-politiek van de Duitse Bundesbank gehekeld als “de ideologie van het monomaniakale deflationisme”. Tot voor kort werden de pleidooien voor verzachting van de 'harde franc' alleen gehouden door tegenstanders van het Verdrag van Maastricht, maar nu hebben socialisten, onder wie Jacques Delors, en oud-premier Balladur de waarde van de franc aangewezen als kernprobleem van Frankrijk. President Chirac, die op reis is in Japan, zal na terugkomst naar verwachting een grote toespraak houden.

De reacties op Giscards pleidooi zijn niet uitgebleven. Norbert Walter, econoom van de Deutsche Bank, noemt het vanmorgen “ongepast en gevaarlijk” aan devaluatie te denken.

“Onder economen moet men zeker nadenken over de beste wisselkoers van Europese munten ten opzichte van de dollar. Maar dat is geen reden de Eurpoese munten onderling weer uiteen te laten lopen”, aldus Walter.

Pag.22: Afwijzende reacties op lagere franc

De Franse Euro-commissaris De Silguy, die verantwoordelijk is voor de invoering van de euro, reageerde direct afwijzend, om een golf van concurrerende devaluaties tegen te gaan. In Le Figaro zei hij: “De waarde van een munt valt niet te decreteren, die wordt bepaald op de markten. (..) De ruilvoet euro-dollar hangt af van de monetaire politiek aan beide zijden van de oceaan.” Volgens Silguy vergeet men vaak dat devaluatie nationale verarming betekent.

Ook in de Franse nationale politiek is afwijzend gereageerd. François Léotard, Giscards opvolger als president van de liberale UDF, de tweede coalitiepartner naast Chiracs neo-gaullisten (RPR), sprak van “een persoonlijk initiatief dat president Chirac terrein in Europa doet verliezen”. Jean-François Mancel, de secretaris-generaal van de RPR, waarschuwde tegen de verzwakking van het partnerschap tussen Frankrijk en Duitsland die hiervan het gevolg kan.

Giscard d'Estaing geeft in zijn artikel in het weekblad L'Express vanmorgen toe dat de koppeling van de franc aan de te hoog opgelopen D-mark niet Frankrijks enige probleem is. Hij zegt: “Frankrijk stikt onder het gewicht van de te hoge lastendruk en het uit de hand gelopen staatsinterventionisme, die ons beide beletten ons aan te passen aan de nieuwe realiteiten van de wereldeconomie.” Dat neemt niet weg, volgens de oud-president ('74-'81), dat de overwaardering van de franc “met één beslissing” te corrigeren is. Volgens hem moet dat de komende dagen gebeuren. Hij denkt aan een waarde van de dollar van 5,50 franc (nu 5,07); dat zou 7 franc voor één euro betekenen. Giscard wil niet over een 'devaluatie' spreken, maar het kiezen van de meest geschikte entréekoers voor de franc in de euro. De franc was door de uitlatingen van Giscard vanmorgen iets verzwakt.

    • Marc Chavannes