FINANCIERING

Meer dan twintig miljoen gulden per jaar gaan er om in de financiering van honderden Nederlandse documentaires. De belangrijkste zijn, uit een veelheid van fondsen, stichtingen, potjes, enzovoorts:

Het Filmfonds Voluit: Stichting Nederlands Fonds voor de Film. Het Filmfonds heeft zichzelf ten doel gesteld de Nederlandse filmproduktie en filmcultuur te bevorderen. Het wordt gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Het fonds onderscheidt 'projecten' en 'overige activiteiten'. Binnen de eerste categorie vallen het uitvoeren van films en het ontwikkelen van scenario's. Onder 'overige activiteiten' vallen onder andere de distributie en vertoning van films en het organiseren van festivals. Onder 'films' verstaat het Filmfonds 'lange speelfilms', 'documentaires' en 'korte fictiefilms'. Het totale budget voor 1995 bedroeg bijna 16 miljoen gulden; daarvan was tegen de 3 miljoen gulden bestemd voor bijna dertig documentaires.

Het financieringsbeleid is vooral gericht op het tot stand komen van documentaires van langer dan een uur die in de bioscoop kunnen worden vertoond. Daarnaast bestaan co-produkties met de omroepen, het CoBO-fonds, het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepprodukties en met particulieren die zowel een leuk plan als eigen geld in de aanbieding hebben.

Stimuleringsfonds Voluit: Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepprodukties. Dit fonds drijft op een deel van de kijk- en luistergelden en is het televisie-equivalent van het Filmfonds. Het Stimuleringsfonds richt zich daarbij op de ongeveer twintig procent van de zendtijd die de omroepen moeten reserveren voor 'culturele programma-onderdelen'. Daaronder vallen documentaires, maar geen 'reportages'. De door het Stimuleringsfonds gesubsidieerde documentaires moeten “een overwegend Nederlands karakter” hebben, en een “hoogwaardig artistiek gehalte”.

Het totale budget van het Stimuleringsfonds bedroeg over 1995 zo'n veertig miljoen gulden, waarvan bijna 8 miljoen aan documentaires werd besteed. Dit bedrag is al enkele jaren constant. In 1996 heeft het Stimuleringsfonds tot nu toe bijgedragen aan 37 documentaires.

Thuiskopie Fonds Zoals auteurs van boeken een vergoeding krijgen voor de uitgaven die in de bibliotheken terechtkomen, zo bestaat ook een regeling voor rechthebbenden op audio- en video-opnames: op onbespeelde banden wordt een toeslag geheven. Een deel van de opbrengsten van deze heffing is door de rechthebbenden gereserveerd voor “sociale en culturele doeleinden die beogen de Nederlandse muziek- en audio-visuele cultuur te bevorderen”. Daaronder vallen ook documentaires. Het totale budget van het Thuiskopie Fonds bedraagt 5 miljoen gulden, 3 miljoen daarvan werd benut voor ondersteuning van de sector 'video', waaronder documentaires.

CoBO-fonds Voluit: Stichting Coproduktiefonds Binnenlandse Omroep. Deze stichting beoogt de internationale co-produktie van zowel films en documentaires te bevorderen. Het geld hiervoor - in 1996 22 miljoen gulden - is afkomstig van de opbrengsten van vertoning van co-produkties in het buitenland. Voor bijdragen van het CoBO-fonds komen alleen co-produkties in aanmerking waaraan zowel een publieke omroep als een filmproducent meewerken. De co-produktie moet daarnaast in eerste instantie “cinematografisch verantwoord zijn”, en tevens geschikt zijn voor vertoning in de bioscoop.

Omroepen De publieke zendgemachtigden kunnen 'in eigen huis', in samenwerking met elkaar, met de eerder genoemde fondsen of met buitenlandse partners, documentaires financieren. De commerciële oproepen bewegen zich nauwelijks op de financieringsmarkt voor documentaires; die kopen liever kant-en-klare documentaires. Vooral de VPRO is op het gebied van documentaires actief. Deze omroep produceert per jaar - nog afgezien van de wekelijkse Diogenes-items - met eigen programmamakers of met regisseurs van buiten ongeveer vijftien documentaires per jaar.