Eerste Kamer wil verandering van kiessysteem

DEN HAAG, 21 NOV. Ten minste 45 Eerste-Kamerleden, bijna tweederde van de 75 senatoren, willen de grondwetswijziging uit 1983 gedeeltelijk terugdraaien. Daarin werd het kiessysteem zo veranderd dat, net als de Tweede Kamer, de samenstelling van de Eerste Kamer vier jaar lang ongewijzigd blijft. Volgens veel senatoren en staatsrechtgeleerden is één van de onvoorziene effecten geweest dat de senaat zich politiek actiever is gaan opstellen.

Eerste-Kamerleden van VVD, PvdA, D66, en GPV vinden het staatsrechtelijk zuiverder terug te gaan naar de tijd voor 1983. Toen werd de Eerste Kamer voor zes jaar gekozen, waarbij de helft na drie jaar werd vervangen. Daardoor kon er niet zoveel fractie-eenheid ontstaan als nu het geval is. Bovendien kon de Eerste Kamer voor 1983 niet claimen een actuelere afspiegeling van het electoraat te vormen dan de Tweede Kamer. Die mogelijkheid bestaat nu wel, omdat de provinciale staten-verkiezingen - op basis waarvan de Eerste Kamer wordt gekozen - na de Tweede Kamerverkiezingen worden gehouden. De omvang van bijvoorbeeld de huidige VVD-fractie in de Eerste Kamer komt daardoor meer overeen met de aanhang van de VVD in de opiniepeilingen, dan de grootte van de VVD-fractie in de Tweede Kamer.

VVD-fractievoorzitter Korthals Altes kaartte afgelopen dinsdag de kwestie aan in zijn bijdrage aan de politieke beschouwingen. Hoewel zijn fractie in 1983 voor de grondwetswijziging stemde, toonde de liberaal zich nu een voorstander van het gedeeltelijk terugdraaien ervan. Hij erkende namelijk dat door de snelle voorkeurswisselingen in het electoraat het probleem kan ontstaan dat de senaat andere politieke verhoudingen kent dan de Tweede Kamer. In de senaat vormen VVD en CDA nu samen een meerderheid, in de Tweede Kamer niet. De komende maanden kan de senaat het kabinet flink voor de voeten lopen in bijvoorbeeld het drugsbeleid, waartegen de liberale en christen-democratische fractievoorzitters in de senaat zich gisteren scherp afzetten.

Overigens kreeg Korthals Altes de afgelopen dagen van diverse mede-senatoren het compliment dat de VVD-fractie in de Eerste Kamer tot nu toe weinig gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van het sluiten van alternatieve meerderheden. Hoewel de liberale senator de afgelopen dagen een scherpe toon koos tegenover minister Sordrager, wordt zijn optreden toch als minder politiek beschouwd, dan als dat van CDA-senator A. Kaland tijdens de vorige kabinetsperiode. Bij het aantreden van de nieuw gekozen Eerste Kamer, voorjaar 1995, heeft Korthals Altes gezegd dat zijn fractie zich gebonden acht aan de hoofdlijnen van het regeerakkoord van de paarse coalitie.

Omdat zich tot nog toe geen grote problemen tussen Eerste en Tweede Kamer hebben voorgedaan, toont de Eerste Kamer geen haast met het treffen van een conflictregeling. Het initiatief daartoe ligt bij het kabinet. Minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken heeft onlangs een nota toegezegd waarin voorstellen voor een conflictregeling gedaan zullen worden. Staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) die een belangrijk deel van de nota zal schrijven, toonde zich vanmorgen niet afkerig van het voorstel van Korthals Altes. Hij zei desgevraagd “zeer ingenomen” te zijn met het het feit dat “kennelijk een meerderheid van de senatoren het gevoel deelt dat er een probleem kan ontstaan”. Kohnstamm wees erop dat zijn partijgenoot J. Vis al in 1983 waarschuwde voor het probleem van de snel wisselende stemmingen onder het electoraat. Dit was destijds reden voor Vis om als senator tegen de grondwetswijziging te stemmen.