Een reisje naar Het woud der verwachting; Doordrenkt van geschiedenis

De schrijfster Hella Haasse heeft een aantal jaren gewoond in het Noordfranse plaatsje St. Witz. Zij vatte een grote liefde op voor de 'environs de Paris'. Een lang weekeinde - of op weg naar zuidelijker streken - genieten in het voetspoor van 'Het woud der verwachting'.

'En la forest de lonque Attente Chevauchant par divers sentiers...', schreef Charles van Orleans in de vijftiende eeuw in een van de kastelen van de Valois. Voor Hella Haasse was dit vers het motto voor Het woud der verwachting. '...het was alsof ergens aan mijn hart iets aanklopte om binnen gelaten te worden, maar wat?

In het Woud van Lang Verwachten

te paard op pad, dolenderwijs...'

Dat woud was voor Charles het ondoordringbare woud van het leven en Haasse's roman geeft een meeslepend en gedetailleerd beeld van de moeizame tocht door het leven van deze Orleans. Een leven dat zich afspeelt in verschillende delen van Frankrijk, maar met het accent op de Valois, het gebied dat in een grote straal rond Parijs gesitueerd kan worden.

Charles dichtte in het vervolg van de boven aangehaalde regels: 'zie ik mijzelf dit jaar bij machte tot Verlangens' verre reis'. Als we deze overdrachtelijk bedoelde dichterlijke uitspraak platvloers mogen opvatten, wordt dat een tocht naar het gebied dat in de Michelin wordt aangeduid als de 'Environs de Paris'. Maar wel in de stijl van Hella Haasse. “In mijn herinnering verliep vroeger de overgang vanuit Noord-Frankrijk geleidelijker, langs veelal rechte, door bomen omzoomde tweebaanswegen tussen korenvelden, dwars door wintersgrauwe of in de zomerzon blakende armelijke dorpen en slaperige provinciestadjes. Reed men plotseling als door een diepe brede vore in een bosmassief, met links en rechts zover het oog reikt coulissen van machtige bomen, oprijzend uit meer dan manshoog kreupelhout, dan wist men dat Parijs niet ver meer kon zijn: op vijftig kilometer afstand ongeveer, de straal van een kring waarbinnen in vroeger tijd de Franse koningen en hun hof uitgestrekte domeinen bezaten.”

Die domeinen lagen met name in de uitgestrekte bossen van Compiegne en Halatte en zij vormen een uitstekend decor voor een 'sentimental journey' naar het door Haasse geschetste bewogen leven van de Valois. Wie zich weet te beperken tot een geografisch klein circuit kan in een weekeinde of in enkele weekdagen moeiteloos het 'Woud der verwachting-gevoel' oproepen.

Wij deden dat door bij Arras de autoweg te verlaten en als eerste stop Noyon te kiezen, met zijn uit de twaalfde eeuw daterende gotische kathedraal. Een kerk die, zoals Haasse suggereert, gebouwd is naar het voorbeeld van de bossen “als wouden met hoge stenen stammen, en de ribben der kruisgewelven als een dak van takken”. Op het plein van de kathedraal, met de oude houten bibliotheek en de statige kanunnikenhuizen wordt de eerste stap terug in de geschiedenis gezet.

Het volgende doel was Senlis zijn. Hier wordt de geschiedenis aangeboden op het niveau van een kleine stad. “Door alle eeuwen heen ten nauwste verbonden met de historische ontwikkeling van Frankrijk heeft het op het eerste gezicht afzijdig dommelende provinciestadje een uitstraling die het iets anders, meer, doet zijn dan een openluchtmuseum. Van welke kant men Senlis ook nadert, steeds overheerst het silhouet van de oude stadskern...”

De stadskern met zijn oude, gaaf bewaarde straten, zijn kathedraal, de oude kerken en het klooster. 's Avonds wanneer de belangrijkste monumenten verlicht zijn, krijgt de stad een mysterieus karakter. Staande voor de indrukwekkende resten van het kasteel, kan je je gemakkelijk in het verleden van de Valois verplaatsen. De tijd waarin Louis van Orleans zijn oudste zoon in de herfst meenam naar de jacht in Senlis. “Gedost in fraaie kleren, die - als gewoonlijk - dicht bestikt waren met distels, voetbogen en brandnetels, ging de jongen naast zijn vader tussen de rijen van de hooggeplaatste heren.”

Doordrenkt van de geschiedenis begeven we ons in het bos van Compiegne, waar de edelen jaagden, waar grote percelen gekapt werden om achterstallige gages van de troepen te betalen, of om de bouw van een nieuw kasteel te financieren. Waar mysterieuze verschijningen en verdwijningen plaatsvonden, die aanleiding vormden voor de bouw van heiligdommen, waarvan hier en daar nog resten terug te vinden zijn.

Midden in het bos, in St. Jean au Bois, proefden we die sfeer weer. Een klein intiem dorpje met een sober gotisch kerkje uit de dertiende eeuw. De smalle straatjes eindigen alle in het bos. Van hieruit verliep de tocht naar de abdij van Moncel, in 1309 gesticht door Philippe IV, 'de Schone' en met grote zorgvuldigheid gerestaureerd. Je kunt je in een dergelijke omgeving gemakkelijk voorstellen hoe Bonne, de geliefde echtgenote van Charles, haar laatste jaren doorbracht terwijl hij gevangen zat in Engeland. Vandaar voerde onze reis naar het kasteel van Pierrefonds. Praktisch alle kastelen en vestingen uit deze buurt die in Het woud der verwachting ter sprake komen zijn tot ruïnes vervallen of vervangen door modernere bouwwerken. Het kasteel van Pierrefonds, een met meer fantasie dan historische nauwkeurigheid door Viollet-le-Duc gereconstrueerde burcht, moet daarom dienen als ideaaltype.

Zoals Haasse zegt: “duizelingwekkend hoog, een reusachtige opeenstapeling van torens, gekanteelde ommegangen, transen, spitsen...” Toch is dit absolute kasteel niet alleen maar de verwezenlijking van een wensdroom; de afmetingen ervan geven wel degelijk een denkbeeld van de machtsverhouding tussen de landheer en het omringende, letterlijk laag-bij-de-grondse leven van de 'vilains'. De sfeer van het leven op een burcht wordt er opgeroepen, het gebries van paarden op de binnenplaats, het gerinkel van sporen en het gekletter van wapenrustingen, de drukte in het lansknechtenverblijf, maar ook de rust in het woonverblijf van de heer, soms onderbroken door een ingetogen harpconcert. “Valentine ging zwijgend voort langs de snaren van haar harp te strijken; vage zachte geluiden stegen op van onder haar vingers...”

Wanneer je het kasteel verlaat, sta je weer in het bos met zijn variatie in soorten en hoogte. Het herfstbos is het mooiste, daarin heeft Hella Haasse gelijk: “Er zijn dagen dat er nevel hangt in het woud, hier en daar even door bundels bleek licht doorbroken; er zijn dagen zonder zon, wanneer de roerloze bladermassa's met ontelbare tinten tussen dofgroen en dofbruin in elkaar overvloeien; er is het herfstwoud, het mooiste van al misschien, vol smeulende kleuren tegen een blauwige achtergrond.”

Op de weg terug uit de geschiedenis komen we in Compiegne, waar Charles van Orleans op 29 juni 1406 in het huwelijk trad met zijn nicht Isabelle, vroeger koningin van Engeland. Maar in het paleis is de herinnering aan dit kinderhuwelijk voorgoed vervlogen. Hier heerst de sfeer van het keizerrijk van Napoleon III met zijn overdaad en decadentie. Hier aangekomen, heeft men Het woud der verwachting achter zich gelaten.

Voor hotels (in het weekeinde is reserveren aan te raden) Logis de France 1996 of Michelin France 1996 (op blz. 381 geeft de laatste gids een eetkaartje van het gebied, waarin zelfs vier sterren flonkeren).

Voor eetliefhebbers zijn er 'Quinzaines de Caractere'; van 1 tot 15 december 'L'agneau de pre sale de la baie de Somme', de deelnemende restaurants zijn getooid met de koksmuts van de 'table regionale'.

Hella Haasse heeft met een buurvrouw uit St. Witz, een Belgische schilderes, een schetsboek van de streek gemaakt: Ogenblikken in Valois (Sijthoff, 1982).