Antropoloog in modeland Ted Polhemus; Je bent wat je draagt

Jongeren 'surfen' tegenwoordig langs het grote aanbod van stijlstromingen. Voor het vroeger centraal voorgeschreven modebeeld is een supermarkt van stijlen in de plaats gekomen, waarbij vaak wordt teruggegrepen op voorbije trends. De boodschap van de uitmonstering volgens Ted Polhemus.

Ted Polhemus: Style Surfing; Uitgever Thames and Hudson; Importeur Nilsson & Lamm, ƒ 48,45

Voor een antropoloog die moderne lichaamsversieringen wil bestuderen is er waarschijnlijk geen betere lokatie denkbaar dan Londen. Hier lag de afgelopen vijftig jaar de basis voor vele jeugdtrends, zoals mod, punk, new romantic, cyberpunk en rave, hier wordt de decoratie van het lichaam beschouwd als een serieuze zaak. De radicaalste experimenteerders met uiterlijk en kleding houden zich op in het Londense nachtleven - en daar worden hun uitdossingen en gedrag bestudeerd door de Amerikaanse antropoloog Ted Polhemus.

Want volgens Ted Polhemus, die verschillende boeken heeft geschreven over mode, ontstaan stijlstromingen al lang niet meer op de catwalk, maar op 'straat'.

Van Polhemus (49) verscheen deze week het boek Style Surfing dat hij baseerde op zijn observaties van Engelse jongeren in nachtclubs. In Style Surfing beschrijft hij het 'einde van de mode'. Het idee van mode, zegt Polhemus, is geboren tijdens de Renaissance en heeft gespeeld tot in de jaren zestig van deze eeuw. Sinds de mannelijke inwoners van Florence in de zestiende eeuw en masse hun baard lieten staan, en nagenoeg gelijktijdig de capuchon verruilde voor een hoed, hebben mensen zich laten leiden door een heilig geloof in 'verandering'.

Tot in de jaren zestig konden ontwerpers de burger voorschrijven hoe lang de rok moest zijn en hoe strak de broek. Maar inmiddels is de situatie veranderd. Mode is een 'Supermarkt van Stijlen' geworden, waaruit de consument naar eigen inzicht een selectie maakt. Met kleren geven we niet meer uiting aan de idee van 'bij de tijd zijn' als wel aan onze persoonlijke identiteit; kleding heeft een communicatieve functie gekregen.

'Het woord 'mode' gebruik ik daarom niet meer, voor mij draait het uiterlijk alleen nog maar om 'stijl',” zegt Ted Polhemus, die in Amsterdam is voor de presentatie van zijn boek. “Ooit konden modebladen ons de wet voorschrijven met slogans als 'Bruin is het nieuwe zwart', maar dat heeft tegenwoordig geen zin meer. Bruin mag dan wel het nieuwe zwart zijn, we dragen ook nog rustig perzik, oranje, paars of lichtblauw”.

Volgens Polhemus hebben de mode-ontwerpers zich inmiddels aan dit soort veranderingen aangepast: “Ze doen niet meer hun best om ieder jaar iets nieuws te presenteren, zoals dertig jaar geleden. Ze richten zich tegenwoordig op het ontwikkelen van een persoonlijke signatuur. Die blijft ieder jaar zo'n beetje gelijk, en wordt alleen nog geperfectioneerd. Als je een Armani-pak en een Versace-pak naast elkaar ziet, kun je er niet meer aan aflezen uit welk jaar het komt, maar je kunt wel onmiskenbaar zien dat het een Armani of een Versace is.”

De kledingontwerpers bedenken niet meer ieder jaar iets nieuws, maar komen tegemoet aan de behoefte van de klant om met het uiterlijk iets uit te drukken. “Ze geven hun kleding een boodschap mee, een sfeer. Een Armani-kostuum staat voor 'elitair' en beschaving, Versace geeft uiting aan een frivole manier van leven, en een Moschino is nog uitzinniger. Wie een van die karakteristieken bij zichzelf vindt passen, zal voor zijn kleding de bijbehorende ontwerper kiezen.”

Voor jongeren waren kleren altijd een middel om er het lidmaatschap van een bepaalde groepering mee uit te drukken. Engelse Mods droegen parka's en Italiaanse herenschoenen, Teddy's hadden vetkuiven en ouderwetse kostuums, skinheads droegen pilotenjacks en soldatenschoenen. Tot aan het ontstaan van de punkbeweging in de jaren zeventig (de radicaalste jeugdstroming volgens Polhemus) waren jongeren trouw aan een eenmaal gekozen 'stam'. Maar na die tijd lieten ze zich steeds minder makkelijk categoriseren, merkte Polhemus tijdens zijn research. Als gevolg van de steeds complexer wordende samenleving zijn jongeren gaan 'surfen': wie er vandaag uitziet als rocker is morgen wellicht een 'rubber nurse' en overmorgen 'raver' - of een combinatie van dat alles.

Een van de opvallende aspecten van de hedendaagse stijlstromingen is het teruggrijpen op voorbije trends. Of het nou Capri-slacks zijn, soulpijpen of plateau-zolen; elementen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig worden om de beurt aan de vergetelheid onttrokken. Die revival-trends hebben zo'n omloopsnelheid dat Polhemus in de jaren negentig al een opleving zag van trends uit de jaren tachtig (van onder andere de Gothic-stijl, met zwarte gedrapeerde gewaden en zwart getoupeerde kapsels), en nog voor het eind van het decennium een revival van de jaren negentig verwacht - een decennium dat op zichzelf al van revivals aan elkaar hangt.

“Toen ik zelf jong was waren konden wij nog van alles uitvinden”, zegt Polhemus. “Maar jongeren nu zijn zich sterk bewust van wat er allemaal al gebeurd is - waar ze zich niet meer aan kunnen onttrekken. Als het niet hun ouders zijn die zeggen dat het in de jaren zestig beter was, dan zien ze wel steeds films en tv-documentaires die het verleden verheerlijken. Het ligt voor de hand dat ze zelf stijlmiddelen uit die tijd gaan gebruiken.”

Maar al worden er uiterlijkheden gerecycled, de oorspronkelijke betekenissen van die kenmerken worden volgens Polhemus niet overgenomen. “Iemand die vandaag de dag gebatikte kleren of een Indiase jurk draagt, zal waarschijnlijk niet de aloude boodschap van 'love & peace' willen overdragen. De manier waarop jonge mensen vandaag citaten gebruiken uit het verleden is altijd ironisch, als tussen aanhalingstekens. Je bent nu geen glamrocker, maar een 'glamrocker', geen cowboy, maar een 'cowboy'. Men engageert zich niet meer met datgene waar die kleding ooit voor stond.

“Dat geldt niet alleen voor de nostalgische stromingen. Ook recente uitvindingen worden geplunderd. Je kunt gewoon een rubber jurkje dragen, ook al ben je totaal niet in SM geïnteresseerd, of een kaalgeschoren hoofd hebben en toch geen skinhead zijn. De boodschap die je dan uitdraagt is een soort ironische glimlach om de 'perverse' kanten van de samenleving.”

Er is een trend die zich aan de ironie van het stijlsurfen onttrekt en dat is die van de (semi-)permanente lichaamsmanipulaties, zoals tatoeage, piercing en scarification. Polhemus: “Temidden van dat lichtzinnige gesurf zijn er mensen die hun way of life willen uitdrukken in een unieke tatoeage of piering. Al staan ze er niet bij stil dat dat soort dingen inmiddels tamelijk algemeen zijn geworden.”

Door het establishment wordt de verbreiding van dit soort ornamenten met argwaan bekeken. Polhemus vertelt over een wet die onlangs in de VS is aangenomen, volgens welke mensen die een uitkering aanvragen door een ambtenaar op hun uiterlijk kunnen worden gescreend. Als de betreffende ambtenaar dat uiterlijk niet geschikt vindt voor de werkvloer, kan dit een weigering van de uitkering betekenen. “Het is schandalig. Veel van die extreem geklede mensen verdienen goed geld in de clubscene. Ze organiseren feesten of zijn popmuzikant. Maar er zijn er ook genoeg die het nog niet gemaakt hebben. En die vinden het dan toevallig wel leuk om hun haar groen te verven, of om een bot door hun neus te steken.”

    • Hester Carvalho