Aanklager verdedigt Erdemovic

DEN HAAG, 21 NOV. Tien jaar cel eiste de aanklager gisteren tegen de Bosnische Kroaat Drazen Erdemovic voor de moord op zeker 70 Bosnische moslims uit Srebrenica, maar het hadden net zo goed vijf jaar kunnen zijn of drie.

De aanklager van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië zat er de afgelopen twee dagen tamelijk onverschillig bij tijdens hoorzittingen die bedoeld waren de rechters inzicht te geven in de achtergrond van de misdaden die Erdemovic heeft begaan, om een strafmaat te bepalen. De rechters leken de rol van aanklager op zich te hebben genomen, de aanklager de rol van verdediger.

Drazen Erdemovic was voor de aanklager vanaf het begin meer een getuige dan een verdachte. De Bosnische Kroaat kwam in maart van dit jaar naar Den Haag, na een geruchtmakend vraaggesprek met de Franse krant Le Figaro, waarin hij vertelde onder dwang tientallen Bosnische moslims te hebben doodgeschoten enkele dagen na de val van de VN-enclave Srebrenica in juli vorig jaar. Erdemovic - die zei niet te kunnen leven met de moorden op zijn geweten - was daarmee de eerste ooggetuige van een massamoord waarvan iedereen het bestaan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bevroedde, maar waarvan concrete bewijzen ontbraken.

Erdemovic werd na het artikel gearresteerd door de Servische autoriteiten en - na enig aandringen - uitgeleverd aan het tribunaal, in eerste instantie als getuige. Eind mei werd hij aangeklaagd voor de moorden waartoe hij voor de rechter huilend had bekend, maar voor de aanklager bleef hij van “onschatbare waarde”, zoals deze zegt, door het merkwaardige lot dat Erdemovic had getroffen om ,naar eigen zeggen, geheel onvrijwillig deel uit te moeten maken van een executiepeloton van het Bosnisch-Servische leger. Erdemovic gaf de aanklager een plek waar de moorden zich hadden voltrokken, namen van officieren die het bevel hadden gegeven en van Serviërs uit Srebrenica, die zich extra hadden ingespannen om de hun 'bekende' moslims uitgebreid te mishandelen alvorens ze door acht man, onder wie Erdemovic, met kalasjnikov-geweren en pistolen in rotten van tien dood te laten schieten. In een documentaire van de BBC over Srebrenica wist hij onverwachts gezichten te herkennen. De aanklager gebruikte het door Erdemovic aangedragen materiaal dankbaar voor de aanklachten tegen de Bosnisch-Servische legerleider Mladic en Radovan Karadzic, tegen wie Erdemovic getuigde in een hoorzitting in juli.

Erdemovic was uiteindelijk aangeklaagd omdat het doodschieten van zeker 70 mensen niet onbestraft kan blijven (in de aanklacht wordt hij beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid). Maar de straf hoefde volgens de aanklager niet hoog uit te vallen omdat Erdemovic zichzelf had aangegeven, uitvoerig berouw had getoond en bovendien de aanklager zo goed had geholpen. Afgezien hiervan was Erdemovic onder druk gezet de moorden te plegen, en volgens het statuut van het tribunaal geldt dat sowieso als een verzachtende omstandigheid.

De rechters lieten zich de afgelopen dagen niet meeslepen door de kat-in-het-bakkie-sfeer van de aanklager. Had de aanklager de beweringen van Erdemovic nagetrokken, dat hij min of meer per ongeluk in Bosnisch-Servische krijgsdienst was beland? De aanklager moest erkennen dat dit niet was gebeurd. Had de waardevolle medewerking van de aangeklaagde, wilden de rechters vervolgens weten, geleid tot nieuwe aanklachten? Nee, want het onderzoek was nog niet afgerond.

De voorzitter van de strafkamer die een oordeel moet uitspreken, de Franse rechter Jorda, schudde zijn hoofd en vroeg zich af hoe hij onder deze omstandigheden tot een afgewogen oordeel kon komen over de rol van de aangeklaagde in de misdaden. Gedurende de zitting trokken de rechters echter geen consequenties uit de tekortkomingen van het bureau van de aanklager, waarvan de uiterste het opschorten van het oordeel zou zijn geweest. Zij luisterden naar het verhaal van Erdemovic zelf, ondervroegen hem twee keer en luisterden vervolgens nog een keer uitvoeriger naar zijn verhaal, om over ongeveer twee weken met een uitspraak te komen.

    • Z.C.A. Luyendijk