'VS zijn helemaal niet in China geïnteresseerd'

PEKING 20 NOV. Tang Zhenyu, één van de vijf schrijvers van het boek China kan nee zeggen, spreekt zijn verbazing herhaaldelijk uit.

Het boek dat begin dit jaar werd uitgegeven en inspeelt op anti-Amerikaanse sentimenten in China, was zo'n succes, dat het onmiddellijk was uitverkocht en hij samen met de andere auteurs werd gevraagd een vervolg te schrijven. Ondanks zijn verbazing, kan Tang de populariteit van de boeken wel verklaren “Chinezen hebben genoeg van de anti-Chinese acties van de Verenigde Staten”, zegt hij. “Wij hebben gehoor gegeven aan die onvrede.”

Het Chinese leiderschap, dat doorgaans weinig gecharmeerd is van volkse ontevredenheid, heeft inmiddels via de staatsmedia laten weten dat 'nee'-zeggen een voorrecht is dat niet voor Jan en alleman is weggelegd. Het Chinese volk, aldus de China Economic Times, zou zich niet op stang moet laten jagen door een handje vol intellectuelen die “indiscrete kritiek leveren” op het buitenlandse beleid van China. Aanvallen op de VS moeten gedoseerd, zo vindt Peking, en dat is primair de taak van de regering. Temeer daar China, na een periode van bekoeling, is gebaat bij goede betrekkingen met de Verenigde Staten.

China verwacht dan ook veel van het bezoek dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken, Warren Christopher, dezer dagen aan Peking brengt. Christopher, die voor de tweede keer China aandoet, voert besprekingen met 's lands hoogste leiders, om “over een zo'n breed mogelijk spectrum van onderwerpen overeenstemming te bereiken”. China hoopt dat met de herverkiezing van Clinton een einde is gekomen aan wat het noemt het ad hoc en 'fragmentarische' beleid van de afgelopen jaren.

Het zal weinigen in China hebben verbaasd dat een hoge ambtenaar op de Amerikaanse ambassade in Peking vorige week erkende dat de VS tijdens president Clintons eerste ambtstermijn geen alomvattend China-beleid hebben gehad. Dat was een conclusie waar Chinese politici zelf al meermalen aan toe waren gekomen. Herhaaldelijk hebben zij in de afgelopen vier jaar geklaagd over het inconsequente Amerikaanse beleid ten aanzien van China.

Zowel Peking als Washington hebben echter behoefte aan duidelijkheid, want na het voorjaar van 1993 - toen Clinton de jaarlijkse verlenging van gunstige handelsvoorwaarden aan China niet langer liet afhangen van de verbetering van de situatie voor de rechten van de mens, wat gold als een overwinning voor China - is het paradoxaal genoeg flink bergafwaarts gegaan met de betrekkingen tussen beide landen. Tot grote ergernis van China bleven de VS voortdurend kritiek uitoefenen op Chinese schendingen van de rechten van de mens, tot twee keer toe kwam het bijna tot een handelsoorlog en het dieptepunt had afgelopen voorjaar plaats toen het Chinese Volksbevrijdingsleger in de Straat van Taiwan militaire oefeningen hield in een poging de presidentsverkiezingen in Taiwan te ontwrichten. Washington stuurde vervolgens ter waarschuwing een vliegdekschip naar de regio.

Volgens schrijver Tang Zhenyu was dat het moment waarop veel Chinezen de schellen van de ogen zijn gevallen. “Ik heb mij altijd voor de VS geïnteresseerd en een zekere mate van bewondering voor de Amerikanen gevoeld. Maar na de crisis in de Straat van Taiwan wist ik, evenals vele Chinezen met mij, dat de VS uit zijn op de ondergang van China”, zegt hij. In beide boeken trachten de auteurs aan de hand van vele voorbeelden aan te tonen, dat de VS in samenwerking met andere landen, waaronder Japan, systematisch pogingen doen de stabiliteit in China te ondermijnen. Hoofdstukken als 'Staatsondermijnende activiteit van de CIA', 'De anti-China lobby van de VS' en 'Steek Hollywood in brand' (waarin de auteurs zich verzetten tegen de invloed van de Amerikaanse filmindustrie) moeten de lezers er keer op keer van doordringen hoe onbetrouwbaar de VS zijn.

Amerika-kenner Shen Mingming, werkzaam aan de faculteit voor politiek en bestuur aan de Universiteit van Peking, ergert zich aan de populariteit van 'China kan nee zeggen'. “Het boek stelt niets voor en heeft geen enkele intellectuele waarde. De schrijvers zijn nooit in de VS geweest. Ze hebben er slechts geld mee willen verdienen omdat ze weten met een hongerig publiek te maken te hebben dat doorgaans weinig spektakel krijgt voorgeschoteld. Dat betekent dus geenszins dat Chinezen het massaal met de auteurs eens zijn. De meeste Chinezen laat buitenlandse politiek volkomen koud”, aldus Shen.

Degenen die zich wel voor China's buitenlandse politiek interesseren, meent Shen, zullen zich niet door 'China kan nee zeggen' laten beïnvloeden. “Ik heb het boek niet eens gelezen.”

Shen baseert zich liever op zijn eigen waarnemingen. “Het ontbreekt de regering-Clinton compleet aan een beleid ten aanzien van China”, zegt hij. “Wat betekent comprehensive engagement in godsnaam? Christopher is helemaal niet in China geïnteresseerd, die zit voortdurend in het vliegtuig naar Bosnië. Niemand op Capitol Hill is in China geïnteresseerd”, aldus Shen, die negen jaar in de VS heeft gewoond.

De hoogleraar, die vloeiend Engels spreekt en dikwijls contact heeft met Amerikaanse sinologen en regeringsadviseurs, gelooft dat China fungeert als een speelbal van de Amerikaanse politiek. “De VS leveren geen kritiek op islamitische landen, dat is gevaarlijk, en ze blijven beleefd tegen Rusland of Japan, want dat zijn immers bondgenoten. Maar voor China gelden andere normen.”

Veel politici in China menen dat hun land niet serieus wordt genomen door de VS. Zo zou China, na de met geweld beëindigde pro-democratische studentendemonstraties in 1989, eerst door een Democratisch Congres tegen een Republikeinse president zijn gebruikt en vervolgens door het Republikeinse Congres tegen de Democraat Clinton. In het huidige Congres is de pro-Taiwanese en protectionistische lobby het sterkst en wordt gepleit voor zaken waarover Washington en Peking keer op keer zijn gestruikeld.

Shen onderstreept dat van China weinig initiatieven op het gebied van de verbetering van de bilaterale betrekkingen tussen beide landen valt te verwachten. “China voert een reactief buitenlandbeleid, omdat het zelf ook niet weet wat het met de VS aan moet. Als de VS een ondubbelzinnig beleid voeren, kunnen zij een duidelijke reactie van China verwachten.” Maar gebeurt dat niet, zo meent Shen, dan kunnen de gevolgen rampzalig zijn. Kwesties die dikwijls door de Washington worden aangesneden, zoals de status van Taiwan, Tibet en de rechten van de mens, kunnen rampzalig gevolgen hebben. “Het Chinese leiderschap is uiterst onzeker. En onzekere mensen worden gemakkelijk onredelijk of boos. Voor zaken als Taiwan, Tibet en de rechten van de mens heeft het nog geen oplossing. Daarom is het beter die voorlopig te laten rusten.”

Volgens Lee Kuan Yew, de gezaghebbende voormalige leider van Singapore, die vorige week een toespraak hield in Washington, moeten de VS, in het belang van de stabiliteit in Azië, meer geduld opbrengen voor China. “China is nog altijd een arm land met veel onderontwikkelde provincies. 's Lands grootste problemen hebben een binnenlands karakter (...) Het duurt nog zeker vijftig jaar voordat China een levensstandaard heeft als die in de VS.” Om die reden zouden de VS er volgens Lee beter aan doen China bij de opbouw van het land te helpen in plaats van het voortdurend tegen de haren in te strijken. “China zal dan langzaamaan begrijpen wat het voordeel is wanneer het deel uitmaakt van de internationale gemeenschap.”

    • Floris-Jan van Luyn