VS spreken veto over herbenoeming Boutros-Ghali uit

NEW YORK, 20 NOV. De Verenigde Staten hebben gisteren zoals verwacht hun veto uitgesproken over een herbenoeming van VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali, die wel de steun kreeg van de veertien andere leden van de Veiligheidsraad van de VN. Ondanks het veto zijn er nog geen tekenen dat Boutros-Ghali zich terugtrekt om plaats te maken voor een andere Afrikaanse kandidaat.

Hierdoor is tussen Washington en de aanhangers van Boutros-Ghali een diplomatieke impasse over de hoogste VN-post ontstaan, die mogelijk weken kan duren, vrezen VN-diplomaten. “Hij blijft meedoen tot de Veiligheidsraad een definitieve beslissing heeft genomen”, aldus de woordvoerder van Boutros-Ghali gisteren.

Boutros-Ghali, wiens termijn op 31 december afloopt, zei op de Amerikaanse televisie dat hij de Amerikaanse positie moest respecteren omdat “ik zonder medewerking van de Verenigde Staten niet mijn werk kan doen”. “Ik hoop nog steeds dat we een verandering van houding van zekere leden kunnen krijgen”, zei hij doelend op de VS. De Amerikaanse VN-ambassadeur Albright zei dat er geen verandering van standpunt komt omdat ze “doorlopende instructies” heeft om zijn kandidatuur te vetoën.

De Veiligheidsraad is het er wel over eens voorrang te geven aan Afrikaanse kandidaten. Als de Egyptenaar Boutros-Ghali (74) geen tweede termijn krijgt zoals zijn voorgangers, moet hij op zijn minst wel worden opgevolgd door een andere Afrikaanse kandidaat. VN-afgevaardigden van de 52 Afrikaanse staten besloten gisteren na de stemming de kwestie terug te verwijzen naar hun hoofdsteden en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) voor “geschikte instructies”. Volgens Afrikaanse diplomaten zouden de meeste leden vastbesloten zijn “steeds weer opnieuw” Boutros-Ghali voor te dragen, waardoor een langdurige strijd het gevolg kan zijn.

De huidige voorzitter van de Veiligheidsraad, de Indonesische VN-ambassadeur Nugroho Wisnumurti, zei gisteren dat hij de lijst voor Afrikaanse kandidaten openstelde, omdat “we het momentum moeten vasthouden”. (Reuter, AP)