VICTOR CIORBEA; Corruptiebestrijder

Victor Ciorbea (42), de nieuwe premier van Roemenië, wordt door mensen die hem kennen omschreven als eerlijk - een kwaliteit die enige zeldzaamheid heeft in een land dat bekend staat om zijn byzantijnse corruptie. Sterker: zijn fanatieke, volgens sommigen haast obsessionele bestrijding van corruptie en onrecht en de nadruk die hij pleegt te leggen op de noodzaak van moreel en ethisch onbesproken gedrag hebben hem onder zijn (doorgaans neo- of post-communistische) vijanden de bijnaam Robespierre opgeleverd.

Ciorbea wordt ook omschreven als efficiënt en als sober en bescheiden - traditioneel ook al geen in het oog lopende kwaliteiten in de hoogste leiding - en als een taai onderhandelaar. Geen wonder dat de voormalige vakbondsleider al een tijdje geldt als een van de stijgende sterren van de Christen-Democratische Boerenpartij en van de Democratische Conventie (CDR), de paraplu-organisatie waarin de christen-democraten de toon aangeven.

De in 1954 in Transsylvanië geboren Ciorbea is van huis uit jurist: na zijn rechtenstudie werkte hij van 1979 tot de revolutie van 1989 achtereenvolgens als rechter, openbaar aanklager en hoogleraar. Hij was lid van de communistische partij (sinds 1981), maar bekleedde daarin geen functies.

Bekendheid kreeg Ciorbea als oprichter van de eerste onafhankelijke vakbond in Roemenië, in 1990. Zijn model was Lech Waesa, al mist hij het charisma en het aplomb van de voormalige Poolse president. Als vakbondsleider heeft hij tot juni van dit jaar een belangrijke rol gespeeld bij de bestrijding van het neo-communistische bewind en daarbij niet alleen blijk gegeven van een enorme gedrevenheid, maar ook van kennis van zaken op bestuurlijk en economisch gebied.

Zijn activiteit als vakbondsleider, de onbesprokenheid van zijn gedrag en zijn vurige toespraken leverden Ciorbea zoveel krediet op dat hij in juni gemakkelijk de verkiezingen om het burgemeesterschap van Boekarest won, ook al had de regeringspartij als gelegenheidskandidaat de populaire ex-tennisheld Ilie Nastase ingezet. De afgelopen maanden kreeg Ciorbea met een ambitieus programma meer gedaan dan zijn voorgangers in jaren: hij maakte de stad schoon, zette een programma voor de bouw van goedkope huizen voor jonge gezinnen op stapel en zorgde voor gratis openbaar vervoer voor bejaarden en studenten. Die prestaties hebben niet alleen bijgedragen tot zijn eigen populariteit, ze zijn ook zijn CDR, ten goede gekomen bij de parlementsverkiezingen van begin deze maand en ze hebben zeker ook Emil Constantinescu geholpen bij de presidentsverkiezingen van afgelopen zondag. Ciorbea heeft zich in de campagne zeer ingespannen voor Constantinescu, niet alleen een partijgenoot maar ook een goede persoonlijke vriend.

De taak die Ciorbea wacht is gigantisch, en de ambitieuze beloften die zijn CDR de kiezers heeft gedaan maken de aanpak er niet makkelijker op: de CDR heeft in een 'Contract met Roemenië' beloofd dat de nieuwe regering na tweehonderd dagen aftreedt als ze binnen die periode de economie geen nieuw leven heeft ingeblazen door de belastingen te verlagen en door, ondanks een verbetering van de sociale voorzieningen in de vorm van hogere pensioenen en uitkeringen, een vergaande begrotingsdiscipline te betrachten. De boedel die Ciorbea overneemt is niet benijdenswaardig. Op het gebied van de hervormingen is Roemenië de afgelopen jaren danig achterop geraakt. De nationale munt, de leu, is gekelderd en in een maand veertig procent in waarde gedaald, het begrotingstekort, het tekort op de handelsbalans en de inflatie zijn hoog opgelopen en buitenlandse investeerders hebben bij gebrek aan voortgang op het gebied van de hervormingen (en wegens de corruptie) Roemenië links laten liggen. De zittende regering heeft nauwelijks haast gemaakt met de privatiseringen - de betrokken minister klaagde onlangs werkelijk niet te weten wat hij aanmoet met 1.500 grote, verlieslijdende staatsbedrijven en de privésector levert nog steeds minder dan de helft van het BNP. De sociale nood is hoog: de Roemenen moeten zien rond te komen met gemiddeld honderd dollar per maand en de minimumloners en de bejaarden moeten het met minder dan de helft daarvan doen.

Ciorbea moet in snel tempo het verloren gegane vertrouwen van het IMF herwinnen, het privatiseringsproces op gang brengen, de valutawetgeving liberaliseren en de gaten in de begroting dichten, of althans beheersbaar maken, en dat alles binnen tweehonderd dagen en zonder daarbij de 'sociale beloften' aan de kiezers te schenden: een bijna onmogelijke taak.

    • Peter Michielsen