Verstilde vormexperimenten

Untitled I-IV, Nowhere en Passage. Regie: Pieter Moleveld. In: Amsterdam, Desmet.

Het filmwerk van Pieter Moleveld (Voorburg, 1958) is weinig bekend, al zijn de meeste van zijn achttien sinds 1983 voltooide korte films wel op het Nederlands Filmfestival en een enkele keer (The Art of Dying, 1991) op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) vertoond. De belangrijkste reden voor die onbekendheid is niet zozeer de geringe toegankelijkheid van Molevelds films, alswel de onmogelijkheid ze adequaat te rubriceren en dus in een of kader onder te brengen. Zelf noemt de regisseur, tevens producent, cameraman, geluidsman, editor en figurant, de films 'experimentele docudrama's' en, als er dan toch gekozen moet worden, eerder documentaire dan filmexperiment: “Ik film wat ik zie”.

De voormalige student van de Haagse Vrije Academie en leerling van Frans Zwartjes hoort inderdaad niet in een museum thuis. Maar de vertoning van zes van zijn recente films in de weekprogrammering van een filmtheater, zoals nu voor het eerst gebeurt, ligt evenmin voor de hand.

De door Moleveld aan de werkelijkheid ontleende beelden, van bijvoorbeeld de Muur van Hadrianus in Noord-Engeland (Untitled III), van Griekse vrouwen die in de zee staan (Untitled II) of van pelgrims op de Sint-Jacobsroute (Untitled IV), zijn desondanks bovenal vormen. De vervreemding van de betekenis wordt versterkt door de associatieve montage, het niet-realistische kleurgebruik (sommige beelden lijken op blauw getinte reisfilms uit de zwijgende periode van de filmhistorie) of door het sterk contrasterende geluid: flarden uit de ruimtevaartcommunicatie tegenover religieus aandoende ruïnes (Untitled III), orgelmuziek van componist Arvo Pärt.

Het extreemste vormexperiment in dit programma vond ik ook het zuiverste. In Nowhere beweegt de camera bijna onmerkbaar langzaam en verandert toch radicaal het standpunt. Het meditatieve, verstilde effect van Molevelds werk komt daarin het best tot uitdrukking.