Van Mierlo onzeker over EU-verdrag

DEN HAAG, 20 NOV. De Nederlandse regering is er niet zeker van dat het gaat lukken om in juni 1997 de geplande hervorming van de Europese Unie gestalte te geven in een Verdrag van Amsterdam. De politieke wil daartoe is weliswaar bij de vijftien EU-leden aanwezig, “maar daarmee is nog geen garantie gegeven dat de onderhandelingen daadwerkelijk tijdens de Europese top in Amsterdam tot een goed einde komen”.

Dit schrijft minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) in een nota over het komende Nederlandse EU-voorzitterschap, die hij vanmorgen naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Wil de in maart 1996 begonnen Intergouvernementele Conferentie (IGC) onder Nederlands voorzitterschap succesvol kunnen worden afgesloten, dan moeten alle lidstaten bereid zijn “de tegenstellingen te overbruggen en de obstakels te overwinnen die er thans nog zijn”, waarschuwt Van Mierlo.

In een toelichting zei de minister vanmorgen dat het Nederlandse voorzitterschap niet alleen rekening moet houden “met alles wat zo'n chaotische eenheid als de EU vraagt”. Nee, het komt bovendien “op een groot moment in de Europese integratiegeschiedenis” nu zowel een ongekende verdieping (muntunie, institutionele hervormingen) als - vervolgens - een “uniek grote” uitbreiding (met Oosteuropese landen) aan de orde is. Juist omdat de EU-plannen zo pretentieus zijn en de omstandigheden zo moeilijk, is Den Haag “moreel verplicht” er het beste van te maken, zei hij. Daarom mag Nederland zich “niet op de eigen agenda concentreren”. Dat betekent niet dat Nederland op deelterreinen geen eigen, andere opvattingen heeft, maar het zou “een ramp” zijn als het misverstand ontstaat dat Nederland zulke opvattingen ook als EU-voorzitter heeft.

Pag.3: Kabinet wil straks 'pragmatisch' zijn

Gevraagd of dit voorzichtige uitgangspunt ook te maken heeft met de kater die Nederland opliep toen het vijf jaar geleden als Europees voorzitter, in de aanloop naar het Verdrag van Maastricht, zijn democratiseringsvoorstellen van tafel geveegd zag, zei de minister: “Ik heb geen trauma's, ik ben nooit geslagen, ik heb geen reden om lager in te zetten, we moeten zo beginnen.” Staatssecretaris Patijn wees er daarbij nog op dat “niemand” een verschuiving wenst van de geplande EU-uitbreidingsonderhandelingen, begin 1998. “Als je daarvandaan terugrekent moet de IGC dus onder Nederlands voorzitterschap slagen”, zei hij.

“Een land dat voorzitter is moet zich niet laten verleiden om in het licht van de Europese schijnwerpers die tijdelijk op hem zijn gericht, onderwerpen op te voeren die vooral voor binnenlands gebruik zijn bestemd”, heet het in de nota. Nederland moet zich daarom “met alle inzet” en “een pragmatische aanpak” richten op het “verder brengen en zo mogelijk afronden van de specifieke taken die van hem gevergd worden”.

Voor de Nederlandse regering betekent dat dat zij als EU-voorzitter de meeste aandacht zal geven aan: 1) (IGC-)hervormingen als institutionele aanpassing en stroomlijning van de besluitvorming (meerderheidsbesluiten in meer gevallen mogelijk bijvoorbeeld); 2) voorbereiding op de uitbreiding van de EU, waarvoor de onderhandelingen met Oosteuropese landen in 1998 moeten beginnen; 3) voorbereiding op de Europese muntunie (EMU), die in 1999 moet beginnen en waarover begin 1998 wordt bepaald welke landen direct kunnen meedoen.

Het huidige Ierse EU-voorzitterschap zal op de aanstaande top in Dublin van 13 en 14 december een “inventariserend kader” met “bouwstenen” voor de ICG-afronding presenteren, aldus Van Mierlo. De minister verwacht tijdens het voorzitterschap veel tijd kwijt te zijn aan de voorbereiding op de Economische en Monetaire Unie (EMU). In de komende maanden zijn nog afspraken nodig over de vereiste begrotingsdiscipline van toekomstige EMU-lidstaten, inclusief een boetesysteem bij het niet nakomen van die afspraken (het Stabiliteitspakt). Voorts moet er een nieuw wisselkoersmechanisme komen tussen de eerste toetreders en de lidstaten die pas na 1999 kunnen gaan meedoen. Ook de invoering van de nieuwe Europese munt, de euro, vereist nog technische en juridische regelingen. Het Europese Justitie- en Binnenlandse Zaken-beleid krijgt eveneens extra aandacht. De veiligheid van de burger vereist maatregelen, meent Van Mierlo. “De illegale drugshandel en internationale criminaliteit worden in de Unie op dit moment als de meest acute bedreiging ervaren.”