Turkse regering in oorlog met media om nieuwe perswet

ANKARA, 20 NOV. De seculiere Turkse media en de coalitieregering van moslim-fundamentalisten en conservatieven zijn met elkaar in oorlog geraakt over een nieuwe perswet.

De regering meent dat “onjuiste berichtgeving” in Turkije aan banden moet worden gelegd, en dat het persoonlijke leven van individuen beter moet worden beschermd. De media betichten de regering van censuur. De maatregelen zijn volgens hen bedoeld om de corruptieschandalen en de vermeende banden tussen de staat, de mafia en de politiek uit de publiciteit te houden.

De fundamentalistische Welvaartspartij lanceerde gisteren een algemeen debat in het parlement over de rol van de media in Turkije. “Klaagt niet iedereen over de manier waarop over bepaalde zaken wordt bericht”, vroeg minister Sevket Kazan (Justitie). Hij zei vastbesloten te zijn om daarin verandering te brengen.

De algemene indruk is echter dat de fundamentalisten onder het mom van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het tegengaan van onjuiste en sensationale berichtgeving de weg willen bereiden voor vergaande persrestricties. De liberale krant Milliyet (nationaliteit) omschreef het in een vette kop op de voorpagina als “een stap op weg naar de dictatuur”. Anderen menen dat de maatregelen zelfs verder gaan dan de censuur die de militaire machthebbers na de drie staatsgrepen sinds 1960 aan de pers oplegden.

Niet bekend

Sinds de parlementsverkiezingen in december vorig jaar voeren juist de seculiere media in Turkije oppositie tegen de fundamentalistische Welvaartspartij en haar coalitiepartner, de Partij van het Rechte Pad (DYP). Politici van zowel de Welvaartspartij als de DYP worden verdacht van corruptie. Bovendien wordt DYP-leider Tansu Çiller in verband gebracht met het recente schandaal over vermeende banden tussen politie, staat en mafia.

Het wrange is dat de voorstellen met betrekking tot de pers juist worden gepresenteerd op een moment dat de Turkse media voor het eerst sinds lange tijd weer een constructieve rol spelen. Met name de kranten waren lange tijd verwikkeld in geldverslindende promotiecampagnes om het beperkte lezerspubliek (3 miljoen kranten op een bevolking van 65 miljoen) aan zich te binden.

Bovendien bedienden ze zich van twijfelachtige en sensationele verhalen om de concurrenten te verslaan en de oplagecijfers te verhogen. Mevrouw Çiller omschreef die ontwikkeling in een televisie-vraaggesprek als volgt: “Er is persvrijheid in Turkije, maar het publiek heeft nog steeds niet het recht op correcte informatie.”

Maar nu zijn het juist de media die het voortouw nemen in het streven naar een transparante politiek naar aanleiding van het schandaal over de vermeende banden tussen staat, mafia en de politie. Volgens Ilnur Çevik van de Engelstalige Turkish Daily News heeft Turkije inderdaad wetten nodig die rechten van het individu en de belangen van de staat beschermen zoals in Westerse landen het geval is. “Maar tegelijkertijd moet de regering de restricties opheffen wat betreft de vrijheid van meningsuiting, waarover nu al zo lang wordt gepraat.”

    • Froukje Santing