Sabbelen aan het leeslint van je lief; Japans puberleed won Tiger Award

Like Grains of Sand (Nagisa no sindbad). Regie: Ryoshuke Hashiguchi. Met: Yoshinori Okada, Kota Kusano, Ayumi Hamazaki, Koji Yamaguchi, Kumi Takada, Shizuka Isami. In: Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen.

Drie van de aardigste films van het Film Festival Rotterdam 1996 gingen over leven en liefde van enigszins losgeslagen jongeren in een kille industriële wereld. Van de melancholieke Spaanse komedie Hola, estás sola? is sinds januari jammer genoeg niets meer vernomen. Maar het autobiografische Small Faces van Gillies MacKinnon, over een jaren-zestigjeugd in Glasgow, heeft in de voorzomer met succes in de Nederlandse bioscopen gedraaid; en deze week is de reguliere première van Like Grains of Sand (Nagisa no sindbad) van de Japanse regisseur Ryosuke Hashiguchi (34), die net als MacKinnon in Rotterdam werd bekroond met een Tiger Award voor beginnende filmers.

Het in benauwend Nagasaki gesitueerde Like Grains of Sand begint met een bijzondere scène. Tijdens een gymles van school valt de zeventienjarige Ito flauw in de nabijheid van zijn beste vriend, op wie hij in stilte verliefd is. Het lijkt alsof hij bedwelmd is door de charmes van deze Yoshida, maar het kan ook komen door machteloze begeerte. Yoshida is niet homoseksueel; hij wordt verliefd op Aihara, een klasgenote in emotionele problemen, en zal Ito na zijn coming out niet meer dan een onbeholpen omhelzing en een halve zoen toestaan.

Doodongelukkig zijn ze, de pubers in Like Grains of Sand. Op school worden ze gepest omdat ze anders zijn; thuis zijn ze eenzaam en onbegrepen omdat ze leven in gebroken gezinnen waarvan de overgebleven ouders het altijd druk hebben. De familie van Aihara weet niet dat ze rondsnuffelt in de slaapkamers van wildvreemden met vakantie (laat staan dat ze uit wanhoop en verveling haar lichaam verkoopt aan oudere mannen). De vader van Ito schrikt ervan dat zijn zoon homoseksueel is, en sleept hem zonder plichtplegingen mee naar een psychiater - 'ter genezing'.

Hashiguchi, die in 1992 debuteerde met het homoprostitutiedrama A Touch of Fever, schildert de universele problemen van de verwesterste jeugd van Japan overtuigend en stijlvol. Hij maakt minimaal gebruik van close-ups en dynamische camerabewegingen, en filmt zijn beheerst spelende acteurs in statische kaders op een afstand van een paar meter - alsof hij een stilistische hommage brengt aan zijn grote Japanse voorbeeld Yasujiro Ozu.

De kracht van Like Grains of Sand ligt in de subtiele verbeelding van klein-dramatische gebeurtenissen: Ito die als surrogaat voor de liefkozingen van Yoshida de geur uit zijn kleren opsnuift of aan het leeslint van zijn lievelingsboek sabbelt; Aihara die door het kreng van de klas ten onrechte van diefstal beschuldigd wordt; Ito die Yoshida voor het schoolbord in een verlaten klaslokaal schuchter probeert te verleiden. Ook geslaagd zijn de humoristische absurditeiten waarmee de zware gebeurtenissen uit de film verluchtigd worden; zo zal ik me nog lang de ondernemende meisjes uit Ito's klas herinneren die geld verzamelen 'voor een abortus voor een vriendin' om daar vervolgens wild mee uit te gaan.

Veel minder sterk is Hashiguchi's greep op het verhaal. Na vijf kwartier begint het erop te lijken dat hij niet goed meer weet waar hij heen wil. De driehoeksverhouding tussen Ito, Yoshida en Aihara verzandt in saaie dialogen en operatesk drama. Na de eindeloos uitgespeelde strandscène waarmee Like Grains of Sand besluit, ben je eigenlijk al weer vergeten hoe mooi de film begon.

    • Pieter Steinz