Kabelbedrijf mag zelf basispakket vaststellen

DEN HAAG, 20 NOV. Kabelexploitanten mogen in de toekomst zelf bepalen welke buitenlandse publieke zenders in een verplicht basispakket aan de kijkers worden geleverd. Per gemeente zal een programmaraad worden ingesteld die de exploitant adviseert over de samenstelling van dat pakket.

Dit stellen staatssecretaris Nuis (Media) en minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) voor in een nota van wijziging op het wetsvoorstel Liberalisering Mediawet.

Nuis ging aanvankelijk in het wetsvoorstel uit van een basispakket van ongeveer twaalf zenders dat verplicht door de kabelexploitanten zou moeten worden doorgegeven. Dat zogenaamde 'must-carry-pakket' zou in ieder geval moeten bestaan, nog afgezien van de drie Nederlandse en de twee Belgische publieke zenders, uit zes andere Europese publieke kanalen waar een Duitstalig, Franstalig en Engelstalig kanaal deel van uit zouden moeten maken.

Door af te stappen van de strikte invulling van het basispakket geeft staatssecretaris Nuis gehoor aan de oproep van de Kamer. Het Tweede-Kamerlid Van Zuijlen (PvdA) sprak eerder van een “elitair pakket”. De Britse en Duitse publieke zenders zouden slechts door een bepaald deel van de samenleving worden bekeken.

Nuis wil niet dat de kabelexploitanten volledig zullen bepalen wat de kijkers in een verplicht pakket te zien krijgen. Omdat de wettelijke samenstelling van het verplichte basispakket nu niet meer vast zal liggen, wil hij dat een onafhankelijke programmaraad per gemeente wordt aangewezen die namens de burgers een advies aan de kabelexploitanten zal uitbrengen over de in het pakket op te nemen omroepen. Het staat de kabelexploitant niet langer vrij om de omvang van het aangeboden aantal zenders op minder dan vijftien televisie- en vijfentwintig radiokanalen te bepalen, aldus Nuis.

De kabelexploitanten mogen naast het verplichte pakket zelf de samenstelling van pluspakketten achter een decoder bepalen. Kijkers kunnen daar tegen een extra betaling een abonnement op nemen.