Je was meer hoer dan sommigen van ons

Wie zich in de geschiedenis van de naoorlogse vrouwenbeweging in Nederland verdiept, merkt tot zijn verbazing dat er nauwelijks aandacht besteed wordt aan thema's als een gelijke verdeling van werk, of zelfs abortus.

De strijd om de gelijkheid van de seksen blijkt zich in hoofdzaak op het erotische front af te spelen. De vrouwen keren zich vooral tegen de 'erotisering van de ongelijkheidsverhoudingen' en tijdens de tweede feministische golf lijkt een goede heteroverhouding eigenlijk minder waard te zijn dan een lesbische relatie. Want hoe dan ook, vrouwen worden in de eerste plaats in bed door de mannen onderdrukt en misbruikt. En het ergste voorbeeld daarvan vond men de prostitutie. De prostituees zelf echter, die soms ook actief feministe waren, voelden zich helemaal niet onderdrukt. Zij waren van mening dat zij net als andere vrouwen zelf over hun lichaam moesten kunnen beschikken. Daartoe richtten zij actiegroepen op, gesteund door feministische organisaties. Zo ook in Nederland. Daar werd de hoerenorganisatie 'de Rode Draad' opgericht, in de rug gesteund door in actievoeren ervaren feministes, verzameld in 'de Roze Draad'. De hoeren zagen andere vrouwen doorgaans als 'theemutsen', die hun man geen seks durfden te weigeren, omdat ze financieel van hem afhankelijk waren of hem in bed iets extra wilden aftroggelen. En in feministische kring werd wel gesteld dat de kwintessens van de prostituee iets is dat in elke vrouw zit: het vermogen seksueel actief te zijn, initiatief te nemen, uitdagend te zijn.

De Amerikaanse superfeministe Camille Paglia noemt de hoer zelfs een voorbeeld voor de vrouw: 'She lives by her wits as much as her body. She is a psychologist, actor, and dancer, a performance artist of hyperdeveloped sexual imagination.' Voor haar is ze het symbool van de 'ultimate liberated woman'. De brave feministes van de Roze Draad gingen enthousiast mee met deze ideeën en ze trokken T-shirts aan met de tekst 'Good girls go to heaven, bad girls go everywhere'. Het 'kunstmatige' onderscheid tussen fatsoenlijke en onfatsoenlijke vrouwen moest worden doorbroken, meenden ze. Het stigma 'hoer' was een geuzennaam geworden.

De vrouwen van de Roze Draad traden, zoals het in de sociale wetenschappen wordt aangeduid, op als 'zaakwaarnemers' voor de prostituees. Zij behartigden vanuit hun organisatie-ervaring op bekwame wijze de belangen van een groep die van dit soort zaken weinig kaas gegeten had. Maar de kennis waarmee de zaakwaarnemers moesten werken was wel de ervaringskennis van de prostituees, de 'enige echte kennis'. De kennis die ze van de insiders in deze tot nu toe marginale wereld moesten overnemen. Het is een patroon dat zich bij minderheidsgroepen regelmatig aftekent, de buitenstaanders worden gevestigden en de gevestigden buitenstaanders.

Een van de tot buitenstaanders geworden zaakwaarnemers voor de hoeren, Hansje Verbeek, heeft haar ervaringen als secretaris bij de Rode Draad sociologiserend op schrift gesteld (Goede bedoelingen, zaakwaarnemers in een hoerenorganisatie). Ze schrijft hoe ze aanvankelijk onmisbaar was voor de Rode Draad en de hoeren overal moest vertegenwoordigen. Op de duur wordt ze echter terzijde geschoven. Dankzij de Rode Draad is het stigma overwonnen en heeft het zelfbeeld van de hoeren de glans gekregen van de heldin die het moet opnemen tegen de onderdrukkende maatschappij. En, zegt Verbeek, die heldenstatus wordt gesuggereerd door de houding van de zaakwaarnemers, die het onrecht dat de prostituees wordt aangedaan proberen goed te maken. Die heldenstatus is natuurlijk een illusie, maar de zaakwaarnemer is door dit proces zodanig buitenstaander geworden dat hij zich buitengesloten voelt. Verbeek voelt zich afgewezen en staakt het secretariaat. Maar wanneer ze voor het tienjarig bestaan nog eens bij de Rode Draad komt, zegt een vooraanstaande hoer tegen haar dat ze haar nooit als buitenstaander had gezien: 'Jij was meer hoer dan sommigen van ons'. En Verbeek voelt zich ondanks zichzelf gevleid door die opmerking.

    • Jan Godschalk