Indonesië: weer straf Pakpahan

JAKARTA, 20 NOV. De Hoge Raad van Indonesië heeft een gevangenisstraf opgelegd van vier jaar aan Muchtar Pakpahan, één van de belangrijkste onafhankelijke vakbondsleiders in het land.

Pakpahan, voorzitter van de niet-erkende Indonesische Arbeiderswelvaart Unie (SBSI), werd eerder veroordeeld voor het organiseren in april 1994 van stakingsacties in de industriestad Medan op Noord-Sumatra, maar die straf werd in hoger beroep ongedaan gemaakt door dezelfde Hoge Raad.

De nieuwe veroordeling van Pakpahan - waartoe de Hoge Raad eind vorige maand zou hebben besloten - is niet officieel bekendgemaakt, maar er is melding van gemaakt in kranten in Medan. Pakpahan werd afgelopen zomer opgepakt, nu op beschuldiging betrokken te zijn geweest bij de rellen die in juli uitbraken toen medestanders van de als partijvoorzitter afgezette oppositieleidster Megawati weigerden het hoofdkantoor van de Democratische Partij (PDI) te ontruimen.

Stakingsacties voor loonsverhoging en betere arbeidsomstandigheden leidden in het voorjaar van 1994 tot rellen, waarbij een dode viel. De rechtbank in Medan veroordeelde Pakpahan in november van dat jaar tot drie jaar gevangenisstraf wegens het aanzetten tot die rellen. In hoger beroep werd die straf aanvankelijk tot vier jaar verhoogd door het Hof in Medan. Maar Pakpahan kwam in mei 1995 vrij door ingrijpen van de Hoge Raad in Jakarta, dat de veroordeling later dat jaar officieel introk. Critici hebben het nieuwe vonnis bestempeld als “een politieke beslissing”. (Reuter)