Harde gevechten in kaart; Advies: stel grenzen aan vechtwedstrijd

DEN HAAG, 20 NOV. De overheid moet grenzen en voorwaarden stellen aan de voortgaande verharding bij man tegen man gevechten op gala's en toernooien. Dat schrijven de twee sociologen die in opdracht van het ministerie van VWS de vechtsporten in Nederland hebben onderzocht.

Eind vorig en begin dit jaar werden onder grote publieke belangstelling enige 'kooigevechten' gehouden, met een minimum aan regels. Naar aanleiding hiervan uitte staatssecretaris van Sport, E. Terpstra, haar bezorgdheid over de verharding van een aantal vechtactiviteiten. Het Amsterdamse onderzoeksbureau Diopter van M. Bottenburg en J. Heilbron kreeg van de staatssecretaris opdracht harde gevechten in kaart te brengen en aandacht te besteden aan de commercialisering ervan.

De onderzoekers stellen vast dat de verharding van het wedstrijdvechten al tientallen jaren aan de gang is. Na de oorlog kwamen in Nederland vele vechtstijlen naast elkaar tot ontwikkeling. Judo, karate, taekwondo, pentjak silat, kickboksen, muay thai en vele andere vechtsporten vonden aanhangers in de ring en op de mat. Hierdoor ontstond, volgens de onderzoekers, al snel de vraag: wie is er de sterkste onder de sterken en welke vechtstijl is superieur? De vraag of een worstelaar een bokser of judoka kan verslaan is lange tijd in de marge van kermissen beantwoord. Interessante randverschijnselen, constateren de onderzoekers, die werden georganiseerd buiten de erkende bonden om.

Uiteindelijk leidde de concurrentie tussen vechtstijlen en sportscholen volgens Heilbron en Bottenburg tot een verharding van de wedstrijdstijlen. Bovendien werd deze verharding gevoed door zakelijke belangen en commercialisering van het wedstrijdvechten. Bij deze 'extreme gevechten' is volgens de onderzoekers het gezondheidsrisico van de deelnemers op onverantwoorde wijze ondergeschikt gemaakt aan de sensatie die het gevecht als schouwspel biedt. Zo zijn bij sommige van deze 'vrije gevechten' knie- en elleboogstoten naar het gezicht toegestaan en mag de tegenstander die op de grond ligt worden geslagen en geschopt. De onderzoekers spreken in dit verband van 'ontsporting'. In het buitenland zijn deze gevechten al geëscaleerd naar ontoelaatbaar geweld, aldus de onderzoekers, bijvoorbeeld bij een kooigevecht in Antwerpen, waar de scheidsrechter niet ingreep toen een van de vechters niet meer bij machte was zich te verdedigen terwijl de ander op hem in sloeg en trapte.

De onderzoekers kennen het free fight als sporttraining in principe bestaansrecht toe, maar bepleiten reglementering van wedstrijden. De verharding van de vechtsporten zou mede kunnen worden begrensd door een betere organisatie van het kickboks-circuit.