Gemiddelde groei bedraagt nog altijd 7,3 procent; Aziatische 'tijgers' raken wat vermoeid

Het aanstaande weekeinde heeft in het Filippijnse Subic Bay de bijeenkomst van de Asian Pacific Economic Cooperation plaats. Tot de deelnemers behoren de Aziatische tijgers - Singapore, Zuid-Korea, Taiwan en Hongkong - die dit jaar mede als gevolg van de malaise op de elektronicamarkten in een economisch dal zijn geraakt. Al komt dat in de Aziatische context neer op 'een minder snelle groei'.

SINGAPORE, 20 NOV. Half oktober stond hij er al: de kerstman van de Tanglin Mall, een van Singapore's nieuwste winkelcentra. Nooit eerder was 'Santa Claus' zo vroeg in de tropische stadstaat gearriveerd en nooit eerder was zijn verschijning zo indrukwekkend.

De Singaporese detailhandel haalt dit jaar alles uit de kast om een tot nu toe zeer teleurstellend jaar af te sluiten met een succesvol laatste kwartaal. Toch ervaart Singapore steeds nadrukkelijker dat het niet langer het goedkope winkelparadijs van het Verre Oosten is. Op de befaamde winkelboulevard Orchard Road vechten meer dan veertig grote ondernemingen om dezelfde klanten, die steeds meer geld moeten betalen voor hun Calvin Klein onderbroek, hun Levi's spijkerbroek, hun Ralph Lauren overhemd of zelfs een valse gouden Rolex.

Extravagant hoge huurprijzen en de sterke en dus dure Singapore dollar, die sinds begin 1994 ruim tien procent in waarde is gestegen, leidden eerder dit jaar tot het vertrek van grote winkelketens als het Amerikaanse Kmart en het Hongkongse Lane Crawford. Dat waren de eerste tekenen dat het wat minder goed ging met de Singaporese economie.

Een maand geleden namen de eerste economen voorzichtig het woord 'recessie' in de mond omdat Singapore's bruto binnenlands produkt twee kwartalen achtereen geen groei kende. Het derde kwartaal van 1996 leverde 'slechts' 3,2 procent groei op, een laagterecord dat sinds 1986 niet bereikt was. 'Een groeirecessie', noemde een econoom het verschijnsel.

Niet alleen Singapore kent dezer dagen economische problemen. De andere drie Aziatische tijgers - Hongkong, Taiwan en Zuid-Korea - kampen met soortgelijke problemen. “We verwachten dat de economische groei in 1996 en 1997 zal verminderen in heel Zuidoost-Azië”, zegt Vishwanath Desai, economisch analist van de Asian Development Bank (ADB). De bank stelde zijn prognoses niet alleen voor de 'tijgers', maar ook voor alle andere Zuidoostaziatische economieën begin deze maand naar beneden bij. Dat is overigens nog geen reden voor paniek: gemiddeld groeien deze economieën tezamen de komende twee jaar nog steeds 7,3 procent per jaar. Maar het groeipercentage ligt een stuk lager dan in 1995 (7,9 procent) en 1994 (8,3 procent).

De ADB noemt de teruggang 'gezond' en zoekt de oorzaak voor een deel in een bewuste politiek van landen als Maleisië en Indonesië om te voorkomen dat hun economieën oververhit raken. Andere landen in de regio voerden recentelijk striktere monetaire en fiscale regelgeving in waardoor hun export - de trekker van economische groei voor veel van deze landen - daalde. Ook daarin zagen economen overigens tekenen dat de Aziatische economieën volwassen worden.

Maar er kwam ook een optater uit een onverwachte hoek: de mondiale dip in de elektronica-industrie. De exportontwikkeling in Azië geeft pijnlijk aan hoezeer Aziatische landen, vooral de tijger-economieën, daar onder lijden. Volgens cijfers van de ADB daalde de totale export van Aziatische landen in de eerste helft van dit jaar tot zeven procent. In dezelfde periode in 1995 lag dit cijfer nog op 28 procent. Een land als Singapore voelde dat meteen in zijn economische groei omdat iets meer dan tweederde deel van de export van het land bestaat uit hier geproduceerde elektronica.

Een groot deel van de explosieve groei die de Aziatische tijgers het afgelopen decennium doormaakten is terug te voeren op de produktie van elektronica. Taiwan's Acer is inmiddels uitgegroeid tot 's werelds op drie na grootste computerfabrikant. Veertig procent van alle 'disc-drives' voor computers komt uit Singapore, en Zuidkoreaanse bedrijven, waaronder Samsung Electronics, zijn de belangrijkste producenten van geheugenchips die in rekenmachines, zaktelefoons en personal computers zitten. Maar na een flink aantal vette jaren, waarin de marges op elektronicaprodukten konden oplopen tot tachtig procent, heeft een overaanbod voor scherpe prijsdalingen gezorgd. De verwachting is dat die prijsdaling, met name voor geheugenchips, voorlopig zal aanhouden.

Om hun winsten niet al te zeer te laten lijden onder de huidige marktontwikkeling, zoeken chips-fabrikanten uit Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hongkong naarstig naar goedkopere produktieplekken. Die vinden zij, zo is inmiddels duidelijk, niet meer in hun eigen regio. Landen als Thailand, Maleisië, Indonesië en de Filippijnen, de nieuwe 'tijgers' van Azië, bieden weliswaar in veel gevallen goedkopere arbeidskrachten dan hun collega's in Seoul of Taipei. Maar deze landen zijn concurrenten van de echte tijgers geworden nu zij zich ook op de elektronicamarkten hebben gestort. Relatief lage produktiekosten zorgen ervoor dat ze in korte tijd zijn uitgegroeid tot gedegen concurrenten. Ter illustratie: waar de export van Singapore de afgelopen maanden daalde, maakte Maleisië melding van een groei van 8,3 procent van de export, waarvan het gros elektronica betrof.

“Landen als Singapore en Zuid-Korea bieden geen grote voordelen meer op het gebied van lonen vergeleken met westerse landen”, zegt Christopher Ng, economisch analist bij OCBC Investment Research in Singapore. “Voor goedkopere produktieplaatsen kunnen ze steeds moeilijker uitwijken naar landen in de regio omdat deze nieuwe tijgers bezig zijn met het opzetten van een eigen elektronica-industrie. Die laten de grote concurrent nu niet meer profiteren van de lagere lonen in hun land”, aldus Ng.

De tijgers richten zich daarom nu op de opleiding van hoger technologisch personeel en snel groeiende niche-markten om zich van winsten uit de elektronica te verzekeren en hun export enigszins op peil te houden. Verder klinkt overal een roep om verhoging van de produktiviteit in deze landen. “Voor een land als Singapore, waar een tekort is aan arbeidskrachten, zal een groot gedeelte van de toekomstige economische groei moeten komen uit meer produktiviteit. Dat wordt de grote zorg voor de lange termijn voor dit land, en ook de andere tijgers schenken hier steeds meer aandacht aan”, zegt de Singaporese econoom Dilip Ratha.

Ook is er een ontwikkeling te zien richting Europa. Zuidkoreaanse, Taiwanese en Singaporese bedrijven zoeken in het Westen naar goedkope arbeidskrachten voor hun produktie. Er zit nog een ander voordeel aan de Europese markt. De Aziaten zitten zo dichter bij een deel van hun consumentenmarkten, waardoor ze kosten kunnen besparen. “Bovendien is er in Europa nog aanbod van goed geschoold personeel. Dat gegeven is langzamerhand belangrijker dan het niveau van de lonen. Tegenwoordig bedraagt het personeelsloon nog maar vijf procent van de produktiekosten van veel elektronicagoederen”, zegt Ratha.

“Je ziet dan ook dat bij de concurrentie tussen de tijgers en de nieuwe tijgers het steeds meer gaat om goed opgeleide, handige en slimme werknemers. Het openen van een nieuwe fabriek in een wat lonen betreft goedkoop land kan een bedrijf uiteindelijk meer geld kosten dan het verplaatsen van de produktie naar West-Europa, waar de lonen hoger liggen maar het aanbod van personeel en de produktiviteit van de werknemers beter is”, meent de Singaporese econoom.

    • Max Christern