Europese conventie over bio-ethiek

ROTTERDAM, 20 NOV. Het comité van ministers van de Raad van Europa is het gisteren eens geworden over de conventie rechten van de mens en biogeneeskunde. Deze eerste internationale overeenkomst op het gebied van de bio-ethiek stelt minimum-voorwaarden aan de wetgeving van de aangesloten landen.

De conventie, waarover vijf jaar is onderhandeld, handelt over ethische kwesties rond wetenschappelijk onderzoek met embryo's en wilsonbekwame patiënten, rond orgaandonatie, geslachtskeuze van het nageslacht en genetische tests. De aangesloten landen mogen nationaal striktere wetten invoeren.

Principieel stelt de conventie de belangen van individuen boven die van maatschappij en wetenschap. De landen van de Raad van Europa verplichten zich iedere burger gelijke toegang tot gezondheidszorg van voldoende kwaliteit te bieden, maar de zorg mag worden beperkt door economische schaarste.

Medisch wetenschappelijk onderzoek met wilsonbekwame mensen staat de conventie toe als het onderzoek direct nut heeft voor de betrokkenen. Experimenten met embryo's zijn toegestaan, maar het creëren van embryo's uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek verbiedt de conventie. Iedere discriminatie op grond van genetische aanleg wordt verboden. Genetische tests mogen alleen worden gebruikt voor medische doeleinden en dus niet voor verzekerings- of aanstellingskeuringen.

De conventie verbiedt gebruik van medische technieken om ouders het geslacht van hun kind te laten kiezen. Een uitzondering is gemaakt voor het vermijden van ernstige erfelijke geslachtsgebonden ziekten. Deze bepaling spoort met het voornemen van minister Borst (Volksgezondheid) om een geslachtskeuzekliniek die dit jaar in Utrecht zijn deuren opende wettelijk te verbieden.

Volgens een woordvoerder van Volksgezondheid zijn de bepalingen in de conventie in lijn met de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), met het wetsvoorstel Medisch Wetenschappelijk Onderzoek met Mensen dat ter behandeling bij de Tweede Kamer ligt en met de voorgenomen wetgeving inzake handelingen met geslachtscellen en embryo's.