Een dromer met poëtische neigingen

Gek op zee, Ned.1, 22.41u.

Gek op de Zee is een dubbelzinnige titel voor een zeiler die zich niet volgens de gangbare normen gedraagt en het liefst voor eeuwig met de woelige baren verbonden blijft. Zeezeiler Henk de Velde wijkt nog meer af van de gemiddelde Nederlander dan Bart Vos, de bergbeklimmer die in het dagelijks leven voor een computerfirma werkt. Een kantoorbaan zal wel nooit zijn weggelegd voor de schipper, die tot drie keer toe een vergeefse poging heeft gewaagd een non-stop-solorecord rond de wereld te varen. Over zijn laatste avontuur zendt de KRO vanavond een documentaire uit.

De film levert geen spannende zeilplaatjes op, maar geeft een boeiende impressie van een zeiler op zee. De meeste beelden zijn door De Velde zelf vastgelegd. Alleen bij de start en de finish wordt de ruim twintig meter lange catamaran vanaf de wal gefilmd. Aan boord zien we hem eten, drinken, scheren, plassen, wassen, zingen, vissen, sjorren, reven en laveren. Naarmate de reis vordert en de vermoeidheid toeneemt, vertoont zijn gezicht steeds meer gelijkenis met een lappendeken. Hij begint op de late Bob Dylan te lijken, maar hij luistert liever naar de muziek van U2. De tekst van zijn lievelingsnummer Love Rescue Me kent hij uit zijn hoofd.

We zien De Velde in zijn kooi liggen en horen hem mijmeren over een naderende oceaandepressie. Ondertussen meldt de radio in de kajuit dat de strijd in Bosnië is aangewakkerd. Het wereldnieuws is niet aan hem besteed. De Velde voert zijn eigen oorlog, zijn race tegen de klok en vooral zijn gevecht tegen de eenzaamheid. “Het kost je alles, je relaties, je vrienden, een deel van je leven”, spreekt hij op een windstille dag in de camera. “Een enkeling respecteert je, de rest kan niet met je leven.”

De Velde is een dromer met poëtische neigingen. Hij is een avonturier die zich onbegrepen voelt. Wanneer hij de evenaar voor de eerste keer passeert, citeert hij een denkbeeldige Neptunus. “Henk, welkom op de zuidelijke oceaan. We hebben je goedgekeurd.” Hij wijst naar een klein eiland in de verte en ontdekt een vuurtoren die hij als 'Vinger van God' omschrijft.

Halverwege de tocht beseft De Velde dat het record van de Fransman Lamazou wederom onhaalbaar blijkt. Een kapotte voorstag heeft hem veel tijdverlies opgeleverd. Hij praat zichzelf moed in. “Ik breng mijn scheepje thuis, wat ze daar ook allemaal mogen denken. Als ik een banaan in mijn mond had gehad, was ik de eerste zeiler geweest die met een banaan rond de wereld had gezeild.”

Wanneer hij de haven van Brest binnenvaart, houdt hij een dood vogeltje in zijn handen. “Ik had je veilig thuis willen brengen, stom beest.” Met tranen in de ogen gooit hij het vogeltje in het water. Op zee kan hij uren genieten van de dolfijnen die in het kielzog van zijn boot zwemmen. Henk de Velde heeft iets met dieren. Zij bieden hem meer steun dan de meeste stuurlui die aan wal staan.