Brazilië en Argentinië ruimen puin na decennia wanbeleid; Ook in Argentinië gaat het economisch goed en straks nog beter; 'We hebben de crisis doorstaan'

Brazilië en Argentinië, de grootste landen in Latijns Amerika, ruimen het puin van een halve eeuw financieel wanbeleid. Beide landen zijn lang synoniem geweest voor gierende inflatie, zwaar gebarricadeerde markten en een door de staat verstikte economie. Nu is de inflatie beteugeld, staan staatsbedrijven in de etalage en wordt het sociale stelsel grondig herzien. De Braziliaanse minister Pedro Malan (Financiën) en zijn Argentijnse collega Roque Fernández (Economie) vormen de avant-garde bij deze hervormingen. Twee vraaggesprekken over grote werkloosheid, sociale ongelijkheid en het wantrouwen van de buitenlandse beleggers. “Dit is de agenda van het volk.”

Toen de Argentijnse president, Carlos Menem, zijn minister van Economische Zaken, Domingo Cavallo, afgelopen zomer ontsloeg hielden beleggers hun adem in. Cavallo werd door de internationale financiële wereld gezien als de beste garantie dat het succesvolle economische beleid van Argentinië zou worden voortgezet. Op de effectenbeurs van Buenos Aires kregen de koersen een tik en vol spanning werd uitgezien naar Cavallo's opvolger.

Die opvolger is Roque Benjamin Fernández, een econoom van de befaamde University of Chicago, die in zekere zin de bakermat is van de economische hervormingen in Latijns Amerika. Terwijl Cavallo inmiddels verstrikt is geraakt in de politieke schandelen die de regering-Menem omgeven, lijkt Fernández het vertrouwen van de beleggers te hebben gekregen. “We hebben kunnen duidelijk maken dat de verandering van personen geen verandering van het beleid inhoudt. Ik was bovendien al enige jaren centraal bankier en dus geen onbekende in de financiële wereld”, verklaart Fernández.

Met een omvangrijke delegatie heeft Fernández de ontvangstzaal betreden, in het gezelschap van J. Kalff, bestuursvoorzitter van ABN Amro, met wie hij zojuist een onderhoud heeft gehad. Fernández heeft veel meer de uitstraling van een voormalige topambtenaar dan zijn Braziliaanse collega Malan, wiens losheid hij mist - het verschil tussen de informele Brazilianen en de formele Argentijnen, verklaren enkele aanwezigen. Het verhaal is een beetje hetzelfde: het gaat goed, het gaat straks nog beter.

Het succes van Argentinië is dat van de harde peso. Geen land ter wereld heeft de bankbiljettenpers de laatste veertig jaar zo hard laten draaien als Argentinië, geen land ook kende zo'n extreme inflatie tot 14.000 procent per jaar en weinig landen voeren nu zo'n strikt harde-muntbeleid. Waar Brazilië de munt hard verdedigt tegenover de dollar gaat Argentinië nog een stap verder: sinds 1993 wordt een peso alleen gedrukt als er een dollar tegenover staat in de financiële reserves.

Van dit beleid plukken de Argentijnen de zoete en de wrange vruchten. “Sinds 1993 hebben we een inflatie van minder dan 2 procent per jaar, minder dan veel Europese landen”, constateert Fernández trots. De koopkracht blijft op peil en de eerste jaren was sprake van een enorme boom in consumentenbestedingen. De economie is volledig gedollariseerd, waardoor een tas van 70 peso kan worden betaald met bijvoorbeeld 40 peso en 30 dollar. Argentinië is daarnaast extreem afhankelijk van buitenlands kapitaal.

Dat laatste bleek bij de tequila-crisis in Mexico, die Argentinië harder trof dan welk ander land ook. Het buitenlandse kapitaal vloeide weg, waardoor een groot deel van het financiële systeem opdroogde. De economische groei die dreef op de omvangrijke privatiseringen en de consumentenbestedingen, sloeg om in een recessie. “Onze buitenlandse reserves slonken in korte tijd met 18 procent, maar zitten nu weer op het peil van voor april 1995. De financiële sector is in staat gebleken zichzelf te reorganiseren: ongeveer 30 instituten zijn verdwenen door fusie of liquidatie”, vertelt Fernández. “Deze crisis was een test, en we hebben hem doorstaan.”

De Argentijnse bevolking denkt er blijkbaar net zo over. President Menem werd vorig jaar met gemak herkozen, ondanks de diepe recessie, maar dankzij de harde peso. “De financiële stabiliteit zit de Argentijnen in het bloed. Daarin zijn zij niet uniek. Dat geldt ook voor andere volken die lang hebben geleden onder hyperinflatie zoals de Duitsers”, verklaart Fernández. Voor volgend jaar rekent Fernández op een groei met 5 procent (dit jaar ongeveer 3 procent), een toename van de import met 10 procent en van de export met 7 procent.

Die groei zal de regering, die komend jaar de gezondheidszorg zal privatiseren, nog hard nodig hebben. De werkloosheid in Argentinië ligt boven de 17 procent, mede als gevolg van de privatisering van de verliesgevende staatsbedrijven. Het begrotingstekort mag van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dit jaar oplopen naar de 6 miljard dollar, maar moet in 1997 worden gehalveerd.

Wat gaat de regering doen aan de hoge werkloosheid?

“De werkloosheid is niet zo hoog als die lijkt. Als bijvoorbeeld de man bij een bedrijf wordt ontslagen, gaat niet alleen hijzelf op zoek naar werk, maar bijvoorbeeld ook zijn vrouw of dochter. Die komen dan alle twee of drie in de statistieken. Wij willen de arbeidswetgeving aanpassen. De huidige wet is vijftig jaar oud en veroorzaakt een groot gebrek aan mobiliteit. De nieuwe wet die wij voorstellen, moet de dynamiek vergroten. (Een daartoe strekkend wetsvoorstel haalde het overigens niet in het parlement, KB.) Het aantal banen neemt niet meteen toe met de economische groei, maar met ingang van volgend jaar verwacht ik dat de werkloosheid jaarlijks met 2 procentpunt zal dalen. Dat is redelijk.”

Zijn de maatregelen voldoende om het begrotingstekort zo fors terug te brengen?

“In 1996 hebben wij al de inkomsten verhoogd door de belasting te verhogen, niet op arbeid, maar op olie en inkomens. Die inkomsten zijn nu redelijk op peil. Voor volgend jaar streven we naar verbetering van de belastingdienst en we nemen nieuwe wetten aan om belastingontduiking tegen te gaan. Dat zal de de opbrengst verhogen.”

Wat doet u nu het handelstekort volgend jaar verder oploopt?

“Om te beginnen kan ik er weinig tegen doen dat de import sneller groeit dan de export: het gaat allemaal om particuliere transacties. Ik vind het bemoedigend dat het merendeel van de import kapitaalgoederen betreft en dat de ondernemingen die blijkbaar kunnen financieren.”

Baart het u geen zorgen dat 80 procent van het aanwezige kapitaal buitenlands is?

“Veel van die leningen zijn weliswaar genoteerd in dollars, maar die zijn desondanks in nationale handen. Hoeveel daarvan in buitenlandse handen is, is moeilijk te zien.”

Vreest u geen nationalistische sentimenten nu de privatisering wordt versneld en bedrijven in buitenlandse handen komen?

“We zijn natuurlijk voorzichtig geweest bij het openen van het land voor buitenlanders, zodat van een antibuitenland-reactie geen sprake is. In elke sector hebben buitenlandse bedrijven belangen en dat heeft niet geleid tot een nationalistische houding. De nationale oliemaatschappij is voor 80 procent in privé-handen, maar het aandelenbezit is zo verspreid dat niet na te gaan is wie wat heeft. De overheid heeft nu nog 20 procent, maar de kans dat dit belang ook wordt verkocht is groot.”

Hoe komt het dan dat buitenlandse banken zo moeilijk Argentijnse banken kunnen kopen, zoals de mislukte overname van Banco Federal door ABN Amro?

Lachend antwoordt Fernández: “ABN Amro wilde gewoon niet zoveel betalen als wij wilden. Misschien was ik gewoon te hebzuchtig.”

    • Karel Berkhout