Brazilië en Argentinië ruimen puin na decennia wanbeleid; Brazilië kende ruim twintig jaar lang gierende inflatie; 'Stabiliteit is hier nu normaal'

Brazilië en Argentinië, de grootste landen in Latijns Amerika, ruimen het puin van een halve eeuw financieel wanbeleid. Beide landen zijn lang synoniem geweest voor gierende inflatie, zwaar gebarricadeerde markten en een door de staat verstikte economie. Nu is de inflatie beteugeld, staan staatsbedrijven in de etalage en wordt het sociale stelsel grondig herzien. De Braziliaanse minister Pedro Malan (Financiën) en zijn Argentijnse collega Roque Fernández (Economie) vormen de avant-garde bij deze hervormingen. Twee vraaggesprekken over grote werkloosheid, sociale ongelijkheid en het wantrouwen van de buitenlandse beleggers. “Dit is de agenda van het volk.”

Meer dan twintig jaar hebben Brazilianen geleefd met maandelijkse en soms dagelijkse prijsstijgingen. Na twee jaar van stabilisatie lijken de tijden van de hyperinflatie al weer lang geleden. “In geen land ter wereld waren de officiële prijsverhogingen zo'n automatisme als in Brazilië. Voor de Brazilianen was het adagium: koop zo veel mogelijk vandaag, want morgen is alles weer duurder. Sinds de stabilisering kan de bevolking op een langere termijn denken en leningen afsluiten voor de aankoop van duurzame consumptiegoederen. Een volledige culturele verandering duurt langer dan enkele maanden of jaren, maar financiële stabiliteit is hier wel redelijk normaal geworden”, zegt Pedro Malan.

Pedro Sampaia Malan is de minister van Financiën van Brazilië en een van de architecten van het zogeheten reaal-plan, waarmee de Braziliaanse regering de hyperinflatie uit de economie heeft kunnen persen. De voormalige centrale bankier werd begin 1995 minister onder Fernando Henrique Cardoso, de huidige president van het land. In de zomer van 1994 werd de reaal geïntroduceerd, een-op-een gekoppeld aan de dollar en met een zeer strikt monetair beleid verdedigd tegen ontwaarding. Inmiddels heeft de reaal een beetje terrein verloren op de dollar, maar de inflatie, die begin 1994 nog 5.000 procent was, zal dit jaar uitkomen rond de 10 tot 13 procent.

“De eerste slag is gewonnen”, constateert Malan in een samenzijn met journalisten en bankiers in de futuristische hoofdstad Brasilia. Malan, een econoom die enkele jaren heeft gewerkt bij de Wereldbank in Washington, is van het soort gepolijste technocraten dat wereldwijd verstikte economieën bevrijdt van extreme staatsmacht en protectie. Hij spreekt vlot Engels, somt moeiteloos de ene statistiek na de andere op en straalt een onvermoeibaar optimisme uit. “De tijd werkt voor ons. Hoe langer de inflatie laag blijft, hoe meer ingeburgerd de financiële stabiliteit raakt.”

Niettemin staat Brazilië nog maar aan het begin van de economische hervormingen, menen vele deskundigen. De groei van de economie (4,2 procent in 1995, naar schatting 3 procent in 1996) is te gering voor een emerging market-land. Privatiseringen verlopen langzaam, het begrotingstekort is fors en het tekort op de handelsbalans is opgelopen. Bovendien profiteert een enorme groep armen niet van de welvaartsgroei. “Er moet nog heel veel worden gedaan”, erkent Malan.

Malan heeft een verklaring voor de tegenvallende groei. “De introductie van het reaal-plan viel samen met de tequila-crisis in Mexico, waardoor de groei van de consumentenbestedingen werd afgeremd. De tequila is nu uit de economie”, zegt Malan. “Nu de inflatie is beteugeld kunnen bedrijven niet langer de prijsverhogingen gebruiken om hun eigen inefficiëntie door te berekenen aan de consument. De ondernemingen moeten doelmatiger werken, maar dat kost tijd.”

Hervormingen van het sociale-zekerheidsstelsel en verdere privatiseringen moeten in combinatie met de lage inflatie al in 1997 tot resultaat leiden. “Het doel is een versnelling van de economische groei op een manier dat de inflatie niet oploopt. De sleutel is consolidatie. De ontwikkeling van de economie is al 3,5 jaar hetzelfde. Het jaar 1997 wordt beter dan 1996, 1998 zal beter zijn dan 1997.”

Wat vindt u van het idee onder Braziliaanse economen het monetaire beleid iets te verruimen om de economie te stimuleren?

“Met interesse volg ik de discussie in de Europese Unie, waar de inflatie rond de 2 procent schommelt, om de inflatie iets te laten oplopen ten behoeve van economische groei. In een emerging country zoals Brazilië is deze discussie volstrekt misplaatst. Een procent extra groei per jaar die op deze manier zou worden gerealiseerd, betekent meteen 20 procent meer inflatie. De financiële stabiliteit is zo recent dat we een voortdurende slag voeren om dat zo te houden.”

Deelt u de kritiek dat de privatiseringen te langzaam verlopen?

“We zijn bezig met de privatisering van onder meer chemie-, telecom en nutsbedrijven, dat zijn heel gecompliceerde zaken. Als ik vier jaar geleden had gezegd dat we dit zouden gaan doen, had iedereen geglimlacht en gezegd: hij is gek. In andere landen in Zuid-Amerika zijn de privatiseringen soms te snel gegaan. Wij hebben nog niet een geval gehad waarbij in de haast iets is misgegaan, waarbij bijvoorbeeld sprake was van corruptie.”

Maakt u zich zorgen over het oplopende handelstekort?

“Zowel de import als de export is veel groter dan in het verleden. Er is een toevloed van buitenlandse kapitaal op dit moment en onze buitenlandse reserves bedragen zo'n 59 miljard dollar. Het tekort op de handelsbalans baart mij dit jaar en volgend jaar geen zorgen, zolang het niet oploopt en het gefinancierd kan worden.”

Bent u niet bang voor een vlucht van buitenlands kapitaal als er weer een tequila-crisis uitbreekt?

“We hebben de schuldencrisis van 1982 gehad, die begon in Mexico. Toen was er sprake van een enorme besmetting, doordat beleggers en bankiers er van buitenaf tegen aankeken. Doordat nu veel buitenlanders hier zijn was de besmetting in 1994 al een stuk minder. Nu zijn beleggers nog beter in staat om een onderscheid te maken en te zien dat de situatie in Brazilië wezenlijk anders is dan die in Mexico. De overheidsleningen, om maar iets te noemen, hebben hier een veel langere looptijd dan in Mexico. Meer dan enkele jaren geleden zijn wij in staat tegen de wind te leunen, doordat de economische fundamenten steviger zijn. Ter illustratie van het internationale vertrouwen: Brazilië sluit zich binnenkort aan bij de Bank voor Internationale Betalingen.”

Maken beleggers zich terecht zorgen over het begrotingstekort van 6 procent van het bruto binnenlands produkt?

“Inflatie hielp regeringen enorm om de begroting sluitend te krijgen. Bij een geldontwaarding van 40 procent per maand kon de regering een hoop geld verdienen door de uitbetaling van het salaris twee maanden uit te stellen. Nu de inflatie laag is, zien we hoe moeilijk het is om overheidsgeld te beheren. Ik ben in de Verenigde Staten geweest toen daar de discussie woedde over het wegwerken van het begrotingstekort. Daar is afgesproken dat het tekort binnen enkele jaren tot redelijke proporties moet zijn teruggebracht. Waarom zou dat hier niet kunnen? De staatsschuld baart mij veel meer zorgen.”

Een staatsschuld van 35 procent van het bbp is toch niet erg hoog?

“In vergelijking met landen als België en Italië zeker niet en ik zou er ook heel tevreden mee zijn als ik de schuld zou kunnen financieren onder dezelfde voorwaarden als deze landen. Dus voor enkele jaren en tegen een rente ver onder de 10 procent. Hier is de rente echter 25 procent en de looptijd nog geen jaar.”

Wat kan de regering met deze beperkte middelen doen tegen de groeiende sociale ongelijkheid?

“We zullen ergens in de schaarse publieke middelen ruimte moeten vinden voor investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. U moet echter beseffen dat wij met de schepping van de financiële stabiliteit de enorme last van de inflatie hebben afgenomen van schouders van degenen die deze last het minst van allen konden dragen.”

De Braziliaanse regering is in verwoed gevecht gewikkeld met het Congres om de grondwet zo aan te passen dat president Cardoso zich verkiesbaar kan stellen voor de presidentsverkiezingen van 1998. Een voorstel om de arbeidswetgeving die verankerd is in de grondwet, te versoepelen haalde onlangs net niet de vereiste meerderheid van 60 procent in het Huis van Afgevaardigden. “We hadden 308 stemmen nodig en kregen er 307”, moppert Malan.

Vreest u een vertraging van de hervormingen als Cardoso zijn zin niet krijgt?

“Voor alle duidelijkheid, het gaat er niet om Cardoso nu al te laten herverkiezen. We willen alleen de mogelijkheid, die nu ontbreekt in de grondwet, dat Cardoso straks kan meedoen als kandidaat. Of iemand anders kan doen wat Cardoso nu doet, daarover wil ik niet speculeren. Ik weet alleen dit: wat wij nu voorstaan is niet de agenda van deze regering. Het is de agenda van de bevolking, die dit van elke regering zal eisen.”