Zowel vakbonden als NS stellen conflict op scherp

ROTTERDAM, 19 NOV. Waarom wordt er weer gestaakt bij de Nederlandse Spoorwegen? Met die vraag worstelen honderdduizenden treinreizigers die volgende week allerlei krachttoeren moeten uithalen om toch op hun plaats van bestemming te komen. Evenals twee jaar geleden bij het streekvervoer - toen het publiek vier weken lang van de bus verstoken bleef - lijkt het alsof een relatief klein conflict tussen werkgever en vakbonden met veel te zware middelen wordt uitgevochten.

De ruzie tussen de directie van NS Reizigers (het bedrijfsonderdeel dat verantwoordelijk is voor het personenvervoer in Nederland) en de bonden gaat formeel over de vormgeving van de 36-urige werkweek. Krijgen de 11.000 werknemers iedere twee weken een dag vrij of mag het management een aantal vrije dagen inroosteren in rustige perioden? Moeten de machinisten en conducteurs iedere dag voor minimaal vijf uur ingeroosterd worden, ook als de dienst maar vier uur duurt, of mag de NS-leiding de roosters beter afstemmen op de feitelijk te werken uren? Dat zijn de onderwerpen waarover de vakbonden en de NS na elf onderhandelingsrondes mijlenver van elkaar verwijderd bleven.

Volgens de NS gaat het om een vorm van extra flexibilisering die elders in het bedrijfsleven heel gewoon is en wisten de vakbonden bij het spoor van tevoren dat dit de prijs voor de 36-urige werkweek zou zijn. De vakbonden ontkennen dit in alle toonaarden. Hun achterban is van mening dat er voor de kortere werkweek al offers genoeg zijn gebracht - in de vorm van een lagere loonsverhoging - en zij weigeren over aanvullende eisen te praten. De spoorwegvakbond FSV heeft gisteren besloten dat er volgende week gestaakt zal worden als de NS niet van hun standpunt terugkomen, de Vervoersbonden CNV en FNV zullen vandaag en morgen hetzelfde besluit nemen. Wie gelijk heeft, lijkt achteraf nauwelijks meer te achterhalen. Eind vorig jaar, toen de vakbonden en de NS-directie vijf dagen 'op de hei' gezamenlijk hebben gezocht naar een oplossing voor de arbeidsonrust bij de NS, zijn er allerlei gespreksonderwerpen over tafel gegaan. Ook de vakbonden erkennen dat flexibilisering aan de orde is geweest, maar volgens FNV-bestuurder Leo Vlek “alleen in relatie met het verkoop- en distributiepersoneel”. Dus niet met betrekking tot de machinisten en de conducteurs.

Voor de leden van de Vervoersbond CNV kan de eis van de NS in ieder geval geen verrassing zijn geweest: bij een presentatie op 19 oktober vorig jaar voor CNV-leden in Woerden heeft NS-directeur sociale zaken A. Pothuizen via sheets de voorwaarden opgesomd die de kortere werkweek aanvaardbaar maken: “Bij het bedrijfsproces toesnijden van roosters en meer flexibiliteit (en) als bijdrage aan arbeidsplaatsenbehoud onder vermijding van andere kosten”.

Zowel de NS als de vakbonden hebben de zaak de afgelopen weken op scherp gezet. De bonden verwijten de NS mismanagement bij het begeleiden van het reorganisatieproces binnen de Spoorwegen; de NS betichten de vakbondsbestuurders ervan dat zij hun achterban bewust verkeerd informeren over gemaakte afspraken.

Evenals twee jaar geleden bij het streekvervoer dreigt het conflict door machtsstrijd en wederzijds wantrouwen te escaleren. Flexibilisering is voor beide partijen een zwaar beladen begrip geworden. Voor de NS-directie staat het synoniem aan cultuurverandering en meer concurrentiekracht, aan het opereren als een 'normaal bedrijf'. De vakbonden en hun achterban zien de flexibiliseringseis als teken van onbegrip van de NS-leiding voor het rijdend personeel. Dat personeel heeft het al moeilijk genoeg, zo zeggen de bonden, als gevolg van de voortdurende reorganisaties maar ook van de toenemende criminaliteit in de trein.

De dreigende staking is voor veel NS-werknemers een uitgelezen kans om hun onzekerheid over de vernieuwing van de Spoorwegen te ventileren. De onrust is inmiddels zo groot dat de vakbondsbestuurders zelf vrezen de acties niet in de hand te kunnen houden. Van de NS is weinig steun te verwachten, zo liet NS-topman Den Besten afgelopen zaterdag nog in deze krant weten. “Wij hebben ons aan de afspraken gehouden. Het is nu hun probleem.”

    • Marcella Breedeveld