'Zonde te wachten met Japan'

'S HERTOGENBOSCH, 19 NOV. De veranderingen in Japan zijn voor de buitenwacht nauwelijks zichtbaar, Nederlandse bedrijven staan nog niet te trappelen om de Japanse markt te veroveren. “En dat is zonde”, aldus drs. R. van den Berg, voormalig ambassadeur in Tokio, afgelopen week op het symposium Japan 2000.

Hij erkent het bestaan van een “geloofwaardigheidskloof”, omdat de beloofde deregulering en liberalisering van de Japanse markt nog zo onzichtbaar blijft.

Van den Berg vreest dat Nederlandse bedrijven hun kansen zullen missen in Japan wanneer zij afwachtend blijven. “Het is de Japanners nu duidelijk dat een handelsoverschot in hun nadeel werkt”, zegt hij. “Je weet nooit waar ze mee bezig zijn, maar ze zijn wel bezig. Het potje is nu aan het koken en wij moeten opletten wat ze daar aan het koken zijn.”

Door de liberalisering van de Japanse markt zijn er volgens Van den Berg wel mogelijkheden voor buitenlandse ondernemers, maar het zal moeilijk blijven. “De Japanners blijven natuurlijk erg concurrerend.”

Noboru Hatakeyama, president van Jetro, een Japanse organisatie die zich bezighoudt met het bevorderen van de handel, sprak tijdens het symposium van een verandering van binnenuit, die duidt op meer mogelijkheden voor exporteurs.

De Japanse consument is na het barsten van de Japanse 'luchtbel-economie' tevreden met minder. “Tot die tijd wilde de Japanse consument alleen produkten van hoge kwaliteit, alleen het beste. Nu zijn ze tevreden met 'goedgenoeg' ”, aldus Hatakeyama.

Samen met de behoefte aan een verdere verlaging van het handelsoverschot en de in gang gezette deregulering moeten deze veranderingen volgens de Jetro-president leiden tot een grotere handelsstroom tussen Japan en de EU.

Oud-directeur D. van den Biggelaar van Heineken Japan waarschuwde dat het zijn bedrijf tien jaar kostte om de juiste aanpak voor de Japanse markt te vinden.

“Accepteer op zijn minst drie jaar verlies.”