Vragen over informatie Belgische officier

DEN HAAG, 19 NOV. De Tweede-Kamerfractie van het CDA wil van minister Sorgdrager (Justitie) weten over welke lopende Nederlandse politie-onderzoeken de vorige week teruggetreden Belgische drugsliaison-officier H. Luyten was geïnformeerd.

Dit blijkt uit schriftelijke vragen die het Tweede-Kamerlid Koekkoek gisteren stelde. Koekkoek wil ook dat de minister nagaat of onderzoeken door Luyten kunnen zijn “geschaad”.

Luyten, een rijkswachtkolonel met een diplomatieke status, trad eind vorige week uit zijn functie, nadat de Antwerpse justitie huiszoeking verrichtte in zijn woningen in Den Haag en het Belgische Kontich en in zijn werkkamer op de ambassade van België in Den Haag. De huiszoekingen hadden plaats in het kader van een onderzoek naar de van drugshandel verdachte rijkswachter Van Mechelen. Luyten werkte jarenlang nauw samen met Van Mechelen.

Sinds 1993 bekleedde Luyten als drugsliaison-officier een vertrouwensfunctie tussen de Belgische en Nederlandse politie. Uit antwoorden op eerdere Kamervragen over zijn functioneren, die Sorgdrager vorige week naar de Kamer stuurde, blijkt dat Luyten “bijna dagelijks” contact had met de CRI, de Centrale Recherche-Informatiedienst, waar informatie over alle lopende politie-onderzoeken ligt opgeslagen. Ook schrijft Sorgdrager daarin dat uitwisseling van informatie “over zaken die zich in relatie tot België afspelen, doorgaans via de heer Luyten plaatsvindt”.

Overigens blijkt uit die antwoorden ook dat Luyten volgens Sorgdrager geen rol heeft gespeeld bij de niet-verspreiding in Nederland van een opsporingsbevel tegen een Belgische drugscrimineel. Luyten was daarvan eerder beschuldigd door een criminele informant van de Amsterdamse en Antwerpse justitie. De minister bevestigt in haar antwoorden wel dat het opsporingsbevel ruim een half jaar zoek is geweest.

Ze schrijft niet te weten waarom dit is gebeurd. Justitie in Antwerpen onderzoekt nog steeds de mogelijke rol van Luyten bij de niet-verspreiding van het bevel.