Vijf gemeenten winnen proces elektriciteitsprijs; Arnhems Hof helpt bij openen van energiemarkt

ARNHEM, 19 NOV. Vijf gemeenten in het oosten van het land hebben in de jaren 1985 tot 1988 te veel betaald voor de inkoop van elektriciteit als gevolg van een Nederlands importverbod dat in strijd is met het Europese recht.

Ze hebben nu recht op een terugbetaling. Dat heeft het Gerechtshof in Arnhem onlangs beslist. Volgens het Hof hebben de gemeenten schade geleden omdat ze gebonden waren aan het - nog steeds bestaande - verbod voor energie-distributiebedrijven om zelfstandig elektriciteit te importeren. Dat verbod is in strijd met de regels voor vrije concurrentie in het Verdrag van Rome, zegt het Gerechtshof in een arrest van 22 oktober jongstleden.

De Tilburgse advocaat mr. A.J.M. Poelman die elf jaar juridische strijd voor de vijf gemeenten in Oost-Nederland heeft gevoerd, is “zeer tevreden” met de beslissing van het Arnhemse Hof. In 1994 sprak het Europees Hof van Justitie in Luxemburg al uit dat artikel 85 van het Verdrag van Rome zich verzet tegen een importverbod voor distributiebedrijven zoals dat in Nederland geldt. Het arrest van het Arnhemse Hof bevestigt dit en verklaart dat een importverbod de handel in elektriciteit tussen de Europese lidstaten belemmert. Daardoor werden de vijf gemeenten, in de jaren '80 afnemers van het distributiebedrijf IJsselmij in Zwolle, in een ongunstiger onderhandelingspositie geplaatst waar het ging om de elektriciteitsprijs. Toen was het importverbod nog niet wettelijk geregeld, maar stond het in een 'Overeenkomst van samenwerking' tussen de stroomproducenten en de distributiebedrijven. In 1989 werd het verbod in de Elektriciteitswet opgenomen.

Mr. Poelman noemt de beslissingen van het Europese Hof van Justitie en het Arnhemse Gerechtshof “baanbrekend voor het Europees recht, omdat er duidelijk uit blijkt dat de bepalingen over vrije concurrentie in het Verdrag van Rome niet alleen gelden voor het particuliere bedrijfsleven maar ook voor de overheids- en semi-overheidsbedrijven, voor zover zij daardoor in hun specifieke taakuitoefening niet belemmerd worden.” “Deze procedure heeft geholpen bij het openbreken van de energiemarkt, zeker in Nederland. Maar de arresten zijn ook van belang voor overheidsbedrijven buiten de energiesector, ze kunnen ook in andere lidstaten een belangrijke rol gaan spelen”, aldus Poelman.

De Elektriciteitswet bepaalt dat energie-distributiebedrijven geen stroom mogen importeren. Aankoop van stroom uit het buitenland is voorbehouden aan de Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP) en grootafnemers van stroom zoals industriële ondernemingen. Minister Wijers (economische zaken) wil in het kader van de liberalisering van de energiemarkt het importverbod voor distributiebedrijven uit de wet halen, maar een wijziging van de Elektriciteitswet is op zijn vroegst pas in 1998 te verwachten. Juridische deskundigen van de minister bestuderen het arrest van het Arnhemse Hof; ze konden vanochtend nog geen commentaar geven.

De energie-distributiebedrijven hopen dat het importverbod nu zo snel mogelijk verdwijnt zodat ze vrij op de Europese markt kunnen opereren. Een woordvoerster van de SEP zegt dat het bedrijf zich blijft houden aan de geldende wettelijke bepalingen, omdat de wetswijziging van minister Wijers een heel nieuw stelsel zal introduceren waarin het schrappen van het importverbod past. Bovendien wijst zij erop dat het voorstel voor een nieuwe Europese richtlijn voor liberalisering van de elektriciteitsmarkt dat nu ter behandeling bij het Europees Parlement ligt, lidstaten de ruimte laat voor een nationale regeling van de nutstaken die de sector moet blijven vervullen. Juridische deskundigen onderstrepen echter dat het daarbij nooit kan gaan om een regeling die strijdig is met het Europese recht. De houding van de SEP betekent dat zij tot het moment van wetswijziging in voorkomende gevallen zal weigeren elektriciteit te transporteren die distributiebedrijven uit het buitenland willen aankopen. Binnen vier weken zullen de vijf destijds benadeelde gemeenten: Almelo, Oldenzaal, Goor, Hoogeveen en Steenwijk, een vordering indienen bij Edon, het energie-distributiebedrijf in Oost-Nederland. Edon is rechtsopvolger van een aantal kleinere distributiebedrijven waaronder IJsselmij, die de afgelopen jaren zijn gefuseerd.

De vijf gemeenten moesten destijds aan IJsselmij een 'egalisatietoeslag' op de stroomrekening betalen ter compensatie van het prijsverschil voor distributie in plattelandsgebieden (hogere kosten) en steden (lagere kosten). Die toeslag bedroeg in totaal in de jaren '85 tot en met '88 15 miljoen gulden. Aangevuld met samengestelde rente zou volgens directiesecretaris mr. W. Van der Werf van het energiebedrijf Cogas in Almelo dat deze kwestie namens de vijf gemeenten coördineert, een vordering voor dat hele bedrag in totaal neerkomen op 22 miljoen gulden. Maar waarschijnlijk zal de claim wat lager uitkomen.

Het Arnhemse Hof ziet samenhang tussen het importverbod en de egalisatietoeslag. Zonder het importverbod zou een lagere egalisatietoeslag hebben gegolden, meent het Gerechtshof. De heffing zoals die destijds is opgelegd acht het Hof “niet redelijk”. Er is volgens het Hof aanleiding tot “een herberekening, uiteindelijk leidend tot een (gedeeltelijke) restitutieverplichting”. De partijen zijn daarom in het arrest gesommeerd tot overleg om tot een “redelijke toeslag” te komen.

    • Theo Westerwoudt