Verplaatsing graf Goldstein bepleit

TEL AVIV, 19 NOV. Naarmate het tijdstip van de overdracht van de grootste delen van de stad Hebron aan de Palestijnen nadert, neemt het aantal joodse bedevaartgangers naar het graf van de moordenaar Baruch Goldstein toe.

In februari 1993 vermoordde deze kolonist van Amerikaanse afkomst in de Ibrahim-moskee (de Grot van Makpela) 29 biddende Palestijnen met een automatisch geweer. Deze moordpartij en de erop volgende moord in november 1995 op premier Yitzhak Rabin door de joodse extremist Yigal Amir hadden tot doel het vredesproces met de Palestijnen te laten ontsporen om “het land van Israel te redden”.

Beide moordenaars genieten in extremistische joodse kringen maar ook daarbuiten flinke populariteit. Het meest opmerkelijk is het eerbetoon dat Goldstein bij zijn graf in Kiryat Arba, nabij Hebron, dagelijks ten deel valt. Het graf is een goed verzorgd monument geworden met een door parkjes omzoomde toegangsweg.

Een hoge Israelische politiefunctionaris zei gisteren dat “de volgende moordenaar inspiratie uit het graf van Goldstein zal putten. Het graf is een groot gevaar. Ik word misselijk als ik de mensen zie die naar dat graf gaan”.

De situatie wordt nu zo gespannen geacht dat voor de eerste maal openlijk, ook door kolonisten, wordt gepleit voor verplaatsing van het graf van Goldstein naar een minder provocatieve plaats ergens in Israel. Zelfs Pinhas Wallerstein, de voorzitter van de Raad van joodse nederzettingen in bezet gebied, heeft gisteren zijn afschuw uitgesproken voor het eerbetoon voor Goldstein bij diens graf in Kiryat Arba. Volgens hem komt daardoor een collectieve smet te liggen op de kolonisten. Ook hij is voor verwijdering van Goldsteins graf uit Kiryat Arba.

Thans blijkt dat al eerder in Kiryat Arba is begrepen dat het graf van Goldstein, op een plek die was bestemd voor een cultureel centrum, deze stedelijke nederzetting alleen tot last is. Tot verplaatsing van het graf is men echter niet overgegaan uit vrees voor gewelddadige reacties van de zijde van enkele zeer extremistische groeperingen onder de kolonisten in Hebron en Kiryat Arba.

Blijft de nog onopgeloste vraag waarom indertijd het Israelische leger heeft ingestemd met toewijzing van grond voor het graf van Goldstein in Kiryat Arba. Waarschijnlijk is toen niet onmiddellijk ingezien dat het graf een trekpleister zou worden voor de tegenstanders van het vredesproces met de Palestijnen.

Of het graf van Goldstein inderdaad zal worden verplaatst, valt nog te bezien omdat dit niet zonder de toestemming van de familie kan gebeuren. Kenmerkend voor de sympathie die Goldstein en Yigal Amir onder de kolonisten genieten is het feit dat een kolonist zijn zoon een dezer dagen de voornamen Yigal-Baruch heeft gegeven.

    • Salomon Bouman