Utrecht schakelt werklozen in bij Leidsche Rijn

UTRECHT, 19 NOV. De Utrechtse woningbouwcorporaties gaan in hun bouwprojecten drie tot vijf procent van de arbeidsplaatsen reserveren voor Utrechtse werklozen. Bij projecten van meer dan 75 woningen zal dit in het bestek worden opgenomen.

De gemeente Utrecht en de Stichting Utrechtse Woningcorporaties (STUW) hebben daartoe vrijdag een convenant getekend. Tegelijkertijd werd een Servicepunt Bouw geopend, dat een makelaarsrol moet vervullen tussen de bouwbedrijven en de werkzoekenden. Het servicepunt, waarin gemeente, arbeidsbureau en de stichting Bouw-Vak-Werk deelnemen, verplicht zich om uiterlijk twee weken voor aanvang van een project voldoende geschoolde, gemotiveerde vaklieden aan te leveren die door de aannemer in dienst moeten worden genomen. Eerder dit jaar heeft de gemeente ook al met drie grote projectontwikkelaars afspraken gemaakt over social return in Leidsche Rijn. Met de bouwbedrijven zijn de onderhandelingen nog gaande. Op termijn worden ook nieuwe arbeidsplaatsen verwacht in de dienstensector.

Wethouder W. Herweijer van Economische Zaken ziet grote mogelijkheden om werklozen weer aan de slag te helpen. “Dit is geen kwestie van liefdadigheid. De werkgevers hebben er baat bij dat ze op tijd over goed opgeleid personeel kunnen beschikken. De komende twintig jaar is er in de regio een overdosis aan werk.”

Eind volgend jaar begint in Leidsche Rijn, een nieuwe grote woonwijk ten westen van de snelweg naar Amsterdam, de stadsuitbreiding van Utrecht. Leidsche Rijn wordt de grootste bouwput van Nederland. In twintig jaar worden er 30.000 woningen gebouwd, waarvan zo'n 9.000 door de Utrechtse corporaties worden gerealiseerd. Voorts is er het Utrecht Centrum Project, dat voorziet in een reconstructie van het gebied rond het station ter waarde van zo'n drie miljard gulden. Bovendien liggen er grote investeringsprogramma's voor de naoorlogse wijken, opdat deze de concurrentie met Leidsche Rijn kunnen aangaan.

Coördinator R. Thiele van het Servicepunt Bouw verwacht dat de komende vijftien jaar in totaal zo'n 1.500 werklozen aan werk geholpen kunnen worden. Het streven is dat volgend jaar 25 mensen in de bouw aan het werk kunnen en nog eens 25 in de grond-, weg- en waterbouw. “We maken gebruik van de bestaande infrastructuur, maar we stemmen alles beter op elkaar af”, zegt Thiele. Het servicepunt beschikt over een on-line verbinding met het arbeidsbureau, zodat er direct toegang is tot de kaartenbakken met werkzoekenden.

Niet alle kandidaten zullen in dienst treden bij een aannemer. Er komt ook een arbeidspool die beheerd wordt door de bouwbedrijven, waaruit ze personeel kunnen lenen. Bedrijven die in gebreke blijven moeten toch bijdragen in de scholingskosten. Voor iedere niet in dienst genomen kandidaat wordt 150 gulden per scholingsdag gerekend. Bovendien geldt er een boete van 50.000 gulden als het aantal in dienst genomen of ingehuurde ex-werklozen minder dan twee procent van het personeelsbestand bedraagt.

De voorzitter van de Stichting Utrechtse Woningcorporaties, J. Smeijer, verwacht niet dat bouwbedrijven er de voorkeur aan geven om een boete te betalen, zodat ze de aanstelling van ex-werklozen kunnen afkopen. “De marges op de sociale woningbouw zijn niet zodanig dat dat een aantrekkelijk alternatief is. Bij het vaststellen van de boetebedragen is er rekening mee gehouden dat het geen wassen neus mag zijn. De bouwbedrijven hebben er bovendien geen belang bij, want er is gewoon een tekort aan vaklieden.”

Herweijer benadrukt dat al in een vroeg statium afspraken gemaakt worden met alle partijen, zodat dwang niet nodig is. “We hebben geleerd van wat in Rotterdam fout is gegaan.” Daar begon in 1991 een social return-project om bij de bouw van de Kop van Zuid bewoners uit de omliggende wijken in te zetten.

Na vijf jaar was van de geraamde zeshonderd nieuwe banen slechts de helft gerealiseerd. Dat was niet alleen te wijten aan een tijdelijke recessie in de vastgoedmarkt, maar ook een gevolg van onvoldoende kennis van de markt, zo bleek uit een evaluatie van het Nederlands Economisch Instituut (NEI). Inmiddels opereert het Rotterdamse project onder het motto 'Wederzijds Profijt'.

Volgens F. Belderbos, die betrokken was bij het Rotterdamse project en nu belast is met social return in Delfshaven, is het lastig om ex-werklozen in de bouw aan de slag te krijgen. “Het werk is vaak gespecialiseerd en de mensen moeten tempo kunnen maken. Als ze lang zonder werk hebben gezeten is dat niet gemakkelijk, want de bouw heeft toch nog een beetje een macho-cultuur. Met name in de dienstverlening is er veel voor elkaar te krijgen.”

Alleen afspraken maken is onvoldoende; er moet ook controle achteraf zijn, stelt Belderbos. “Als de mensen niet bevallen, liggen ze er binnen een week weer uit. Je kunt het met elkaar mooi aan de voorkant vastleggen, maar als je het niet ook bij de achterdeur regelt, koop je een kat in de zak.”

    • Bert Determeijer