Twijfel groeit aan vredesmacht voor Zaïre

OTTAWA/WASHINGTON, 19 NOV. Een groeiende groep landen vraagt zich af of het nog nodig is een internationale vredesmacht naar Zaïre te sturen nu honderdduizenden Rwandese vluchtelingen naar huis terugkeren. Daaronder is Canada, dat de beoogde macht moet leiden. Nederland overweegt eveneens zijn bijdrage aan een interventiemacht te veranderen.

Ook het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft in principe besloten geen gevechtstroepen ter beschikking te stellen van een internationale vredesmacht, zo werd vanmorgen bekend. In plaats van de duizend man grondtroepen die president Clinton bereid was te sturen, wil Washington nu militaire transportvliegtuigen sturen om hulpgoederen naar Rwanda over te brengen.

Frankrijk en Spanje daarentegen houden (vooralsnog) vast aan het zenden van een vredesmacht. De Franse president, Chirac, zei vandaag in Tokio dat de vredesmacht nog wel degelijk nodig is om vliegvelden en voedselkonvooien te beschermen. Hulporganisaties wijzen erop dat de crisis niet voorbij is en dat zij de steun van een internationale gewapende macht zouden verwelkomen. Volgens de VN-organisatie UNHCR zijn er nog 500.000 vluchtelingen in Bukavu, de hoofdstad van de Oostzaïrese provincie Zuid-Kivu, die is bezet door Zaïrese rebellen.

De toestand in het gebied werd vanochtend uitgebreid besproken door de Westeuropese Unie (WEU). Donderdag zullen militaire vertegenwoordigers van de betrokken landen in Stuttgart over de kwestie praten op basis van een gedetailleerd rapport van militaire teams die de situatie nu ter plaatse beoordelen.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gaf zaterdag de aanzet tot de vorming van een interventiemacht, die door Canada zou moeten worden geleid. Maar de Canadese minister van Defensie, Doug Young, zei gisteren dat als de verbetering van de omstandigheden in Midden-Afrika doorzet, de beoogde vredesmacht kan worden teruggebracht tot humanitaire hulpeenheden. “Als we de verhoopte resultaten krijgen”, zo zei Young tegenover verslaggevers in Ottawa, “en als de mensen naar hun eigen landen kunnen terugkeren en als de humanitaire organisaties zonder gevaar hun werk kunnen doen, dan wordt de missie onnodig”. “Niemand wil met kerstmis naar Zaïre of Rwanda gaan.” Eerder had onder andere al Eritrea een toezegging om deel te nemen ingetrokken.

De situatie in Oost-Zaïre beheerste vanmorgen de agenda van de halfjaarlijkse ministerraad van de Europese veiligheidsorganisatie Westeuropese Unie (WEU) in Oostende. De ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie uit achttien Europese landen bogen zich over de situatie in het gebied over de Europese bijdrage.

Pag.5: 'Rol WEU in richting van hulpverlening'

Voorspeld werd dat er een verklaring zou komen over de bijdrage van de WEU, maar volgens een woordvoerder moesten daarover geen hooggespannen verwachtingen worden gekoesterd. “Als de WEU een rol heeft, dan zal dat zijn in de richting van hulpverlening.”

België, dit half jaar voorzitter van de WEU, heeft een aantal voorstellen gedaan voor de WEU-bijdrage aan de interventiemacht. Zo zou de WEU een coördinerende taak moeten vervullen bij het transport van hulp van de EU voor de vluchtelingen en bij het transport van troepen van de interventiemacht. Daarnaast stelde België voor dat de WEU helpt bij het trainen van Afrikaanse troepen die deelnemen aan de troepenmacht.

Steun van de WEU-landen voor het transport van troepen werd het minst haalbaar geacht, omdat hierover donderdag in Stuttgart wordt gesproken. Een voorstel van de parlementaire assemblee van de WEU om deel te nemen aan de multinationale troepenmacht voor Oost-Zaïre, leek nog minder haalbaar. De verklaring zou wellicht melding maken van steun bij het transport van levensmiddelen en medicijnen. Canada, dat de vredesmacht voor Oost-Zaïre zal leiden, heeft een afgevaardigde van de Planning Cel van de WEU, die operaties van de organisaties voorbereidt, uitgenodigd voor een bijeenkomst donderdag over de militaire voorbereiding van de vredesmacht.

De WEU telt tien lidstaten (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje), drie geassocieerde landen (Noorwegen, IJsland en Turkije) en vijf waarnemers (Oostenrijk, Denemarken, Finland, Ierland en Zweden). Daarnaast hebben zich tien Oosteuropese landen aangesloten als geassocieerd partner: Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Slovenië.