Topgeneraals rond Mladic blijven bij hun verzet

BANJA LUKA, 19 NOV. De crisis rond de ontslagen legerleiding van de Bosnische Serviërs is volgens de politieke leiding van de Bosnische Serviërs opgelost. Maar die lezing wordt bestreden door de dissidente generaals.

Volgens mededelingen van de regering van de Servische Republiek in Bosnië heeft de legerleiding rond generaal Ratko Mladic haar ontslag gisteren geaccepteerd. Het bureau van de president van de Bosnische Republiek, Biljana Plavsic, meldde gisteren dat zij in Banja Luka zeven uur lang met zes afgevaardigden van de rond tachtig ontslagen topgeneraals heeft gesproken en daarbij een akkoord heeft bereikt over de overdracht van de bevoegdheden van de oude generale staf onder Ratko Mladic aan de nieuwe onder diens opvolger, generaaL Pero Colic. Eerdere besprekingen van Plavsic met de dissidente generaals waren vrijdag en zaterdag op niets uitgelopen.

Die lezing, algemeen overgenomen door de door de regering gecontroleerde media van de Servische Republiek, werd echter vanochtend tegengesproken door de ongehoorzame generaals. Zij beschuldigden in een verklaring de media van het “vervalsen van de resultaten van het gesprek” in Banja Luka. Van een akkoord zou geen sprake zijn. Alleen Mladic, aldus de verklaring, kan een akkoord goedkeuren, en hij was niet in Banja Luka aanwezig geweest.

Kort voor het gesprek in Banja Luka spraken de ontslagen generaals in een verklaring tegen van plan te zijn “een militaire staatsgreep” te plegen. Hun eigen verklaringen, waaronder de waarschuwing dat de Servische Republiek “een broederstrijd” en zelfs “een burgeroorlog” wachtte, hadden aanleiding gegeven tot speculaties over een mogelijke coup.

Mladic werd tien dagen geleden ontslagen met het argument dat hij niet als legerleider kon worden herbenoemd wegens “het standpunt van de internationale gemeenschap” die hem van oorlogsmisdaden beschuldigt. De andere ontslagen opperofficieren werden vervangen in het kader van een “reorganisatie” van het leger van de Bosnische Serviërs.

Aan de andere kant van de bestandslijn, in de moslim-Kroatische federatie, lijkt een ander slepend conflict wel op weg naar een oplossing: gisteren trad de minister van Defensie van de federatie, de Bosnische Kroaat Vladimir Soljic, af. De Amerikaanse regering eist al enige tijd het aftreden van zowel Soljic als zijn plaatsvervanger, de moslim Hasan Cengic. Deze laatste wordt verdacht van banden met Iran, waar hij een deel van de Bosnische oorlog heeft doorgebracht om er Iraanse wapenleveranties aan de moslims te coördineren.

Soljic is volgens de Amerikanen een weinig fervent aanhanger van militaire samenwerking van moslims en Kroaten binnen de Bosnische federatie, een samenwerking waarvan de Amerikanen hun hulp bij de bewapening van het Bosnische leger afhankelijk hebben gesteld. Washington weigert Bosnië voor 100 miljoen dollar aan wapens te leveren zolang Cengic en Soljic aanblijven. Het aftreden van Soljic maakt de weg vrij voor het vertrek van Cengic. (Reuter, AFP, AP)