Ritzen: bekort en verlaag wachtgelden

ZOETERMEER, 19 NOV. Minister Ritzen (Onderwijs) wil de duur van de wachtgelduitkering voor personeel in het onderwijs bekorten. Ook overweegt hij de uitkering voor oudere werkloze leraren te verlagen.

Dit schrijft Ritzen in een discussienota waarin hij maatregelen inventariseert die het aantal ontslagen in het onderwijs kunnen terugdringen. Ritzen zal de nota voorleggen aan schoolbesturen, schoolleiders en vakorganisaties. Samen met hen wil hij komen “tot breed gedragen maatregelen” die uiteindelijk de wachtgeldkosten voor werkloze leraren moeten beteugelen. Dit jaar is Onderwijs 1,2 miljard gulden kwijt aan ontslaguitkeringen, in het jaar 2000 loopt dat bedrag op tot 1,7 miljard gulden, voorspellen onderzoekers in het vorige maand verschenen rapport 'De Jaren Tellen'.

Ingrijpen in de duur van de wachtgelduitkering acht Ritzen “een voor de hand liggende ingreep”, omdat werkloze leraren veel langer recht hebben op wachtgeld dan werklozen uit andere sectoren met een werkloosheidsuitkering (WW). Nu nog heeft een docent die op zijn vijftigste ontslagen wordt, tot aan zijn vijfenzestigste jaar recht op een wachtgelduitkering - zeven jaar langer dat iemand die een werkloosheidsuitkering geniet. In de visie van Ritzen kan de maximale duur van het wachtgeld daarom met zeven jaar worden bekort: pas bij ontslag op een leeftijd van 57,5 moet een docent wachtgeld krijgen uitbetaald tot aan zijn vijfenzestigste jaar.

Ook verlaging van de wachtgelduitkering aan oudere leraren vindt Ritzen op zijn plaats omdat werken oudere leraren niet meer loont, zo schrijft hij. Een onderwijzer die op zijn vijftigste jaar ontslagen wordt en een wachtgelduitkering geniet, krijgt meer betaald dan leeftijdgenoten die nog aan het werk zijn. Ook vergeleken met leeftijdgenoten die op basis van de seniorenregeling minder gaan werken, zijn wachtgelders financieel in het voordeel.

Ritzen acht deze verschillen “nauwelijks verdedigbaar”, schrijft hij. Hij wil “leeftijdsbewust kwalitietsbeleid” voeren. “De extra voordelen die werkloosheid ten opzichte van doorwerken heeft, zouden moeten worden weggenomen.”

Daarnaast overweegt hij maatregelen die ertoe leiden dat een werkloze na zijn ontslag geen pensioen meer kan opbouwen en verstoken blijft van enkele bonussen voor flexibele pensionering.