'Nederland stemt in met tekst over EU-drugsbeleid'

BRUSSEL, 19 NOV. Nederland heeft op ambtelijk en ambassadeursniveau ingestemd met een ontwerptekst voor een gemeenschappelijk Europees drugsbeleid.

Dit zeggen diplomaten van verscheidene Europese landen in Brussel. Het is de bedoeling dat de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken volgende week donderdag een besluit nemen over het gemeenschappelijke drugsbeleid. Het huidige ontwerp is gebaseerd op een Frans voorstel. Ambtenaren van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken van de Europese landen hebben onderhandeld tot de oorspronkelijke tekst zo was gewijzigd dat deze voor iedereen aanvaardbaar was. Daarbij onderhandelden voor Nederland ambtenaren uit Den Haag. De ambassadeurs in Brussel hebben daarna hun goedkeuring aan de voorgestelde tekst gehecht.

Vooral de artikelen 7 en 8 van het 'Ontwerp van een gemeenschappelijk optreden betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen en praktijken van de lidstaten van de Europese Unie ter bestrijding van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de illegale drugshandel' zijn gevoelige punten voor het Nederlandse gedoogbeleid. In artikel 7 staat: “De lidstaten verbinden zich ertoe de meest aangewezen maatregelen te nemen ter bestrijding van de illegale teelt van verdovende planten.” Artikel 8 vermeldt: “Met inachtneming van hun grondwettelijke beginselen en van de basisbeginselen van hun nationaal recht, verbinden de lidstaten zich ertoe elke opzettelijke poging om een ander openlijk, op welke wijze ook, aan te zetten tot het illegale gebruik of de illegale produktie van verdovende middelen, te verbieden en te bestraffen. Zij leggen in het bijzonder waakzaamheid aan de dag met betrekking tot het gebruik van servers, met name Internet.”

Zweden was bij de onderhandelingen het laatste land met bezwaren tegen het ontwerp. Het wilde scherpere bewoordingen. Frankrijk raadde Zweden verder aandringen af, omdat een compromis was bereikt waarmee zelfs Nederland kon instemmen.

Diplomaten van verscheidene Europese landen noemen de tekst van het ontwerp 'flexibel'. Er zou voldoende ruimte over zijn voor de lidstaten om na aanvaarding van deze harmonisering van het drugsbeleid toch ook een eigen beleid voort te zetten. De ontwerpovereenkomst bevat volgens diplomaten welbewust dubbelzinnigheden. Frankrijk en Nederland zouden er ieder een eigen uitleg aan kunnen geven. Zo zouden de tegenstanders op het gebied van drugsbeleid ieder kunnen zeggen dat zij binnengehaald hebben wat zij wensen.

Pag.3: Verbazing in Brussel over Haags gekrakeel

Nederland heeft zich bij de onderhandelingen ingespannen om de oorspronkelijke tekst te ontdoen van directe aanvallen op het Nederlandse gedoogbeleid.

Bij de besluitvorming over de tekst in de Raad van Ministers is unanimiteit vereist. Formeel beschikt Nederland dus nog over een vetorecht, maar het gebruik daarvan zou grote politieke consequenties met zich meebrengen.

Volgens diplomaten in Brussel is het geen grote zorg dat de overeenkomst voor verschillende interpretaties vatbaar is, hoewel dat op den duur tot conflicten kan leiden. Het belangrijkst vinden zij dat er aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie - dat in januari begint - over drugsbeleid tussen Frankrijk en Nederland een akkoord komt, zodat president Chirac en premier Kok weer enigszins ontspannen met elkaar kunnen praten.

De opwinding die in Den Haag is ontstaan over de harmonisering van het drugsbeleid heeft bij sommige Europese landen verbazing gewekt, omdat alle onderhandelingen samen met Haagse ambtenaren van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn gevoerd. Aangenomen wordt dat de ontwerp-overeenkomst in het verkeerde keelgat is geschoten bij het ministerie van Volksgezondheid, dat niet bij de onderhandelingen in Brussel betrokken was.

Volgens de ontwerp-tekst streven de Europese lidstaten ernaar hun wetgevingen met het oog op een grotere verenigbaarheid onderling aan te passen, en de praktijken van hun politie-, douane- en gerechtelijke diensten onderling meer verenigbaar te maken.

Ook spreken de landen af ernaar te streven convergerende wetgevingen uit te werken, voor zover dit nodig is om met betrekking tot synthetische drugs (zoals ecstazy) de achterstanden en leemten op juridisch gebied in te lopen en op te vullen. Met name bevorderen zij de invoering van een snel informatiesysteem, waardoor dergelijke drugs kunnen worden geïdentificeerd als te verbieden stoffen zodra ze in een lidstaat van de Europese Unie verschijnen.

Ze verbinden zich ook om drugstoerisme te bestrijden. Volgens de ontwerp-overeenkomst moet jaarlijks een verslag gemaakt worden over de uitvoering van het gemeenschappelijke drugsbeleid.

    • Ben van der Velden