Managementhandboek biedt overzicht en frivoliteiten

Handbook of Organization studies. Red. Stewart Clegg e.a. Uitg. Sage Publications, London 1996. 730 blz. Prijs ƒ 189.-

Een handboek dat bijna twee kilo weegt, geeft de bezitter zonder de inhoud te kennen al het prettige idee kennis in handen te hebben. Als ook nog eens talloze vooraanstaande hoogleraren (onder anderen Weick, Burrel, Donaldson, Reed) hun medewerking hebben verleend, lijkt een gedegen overzicht van organisatie- en managementtheorie onder handbereik. Het Handbook of Organization studies maakt deze verwachting meer dan waar.

De afgelopen dertig jaar hebben de opvattingen over management en organisaties een enorme ontwikkeling doorgemaakt. De kennis over het bedrijfsleven en andere organisaties is versplinterd in honderden theorieën en methoden waardoor velen niet eens meer de moeite nemen om vakliteratuur te lezen. De redacteuren van het boek hebben echter een duidelijke lijn kunnen aanbrengen in de stortvloed aan management- en organisatiestudies. Het boek is een raamwerk waardoor de lezer zijn ideeën over bijvoorbeeld strategie of leiderschap beter op de dagelijkse praktijk kan laten aansluiten. Een heldere indeling vergemakkelijkt dit. Deel twee geeft bijvoorbeeld een uitstekend overzicht van de denkbeelden en methoden die de manager of adviseur in de dagelijkse praktijk kan toepassen. Het eerste en derde deel is zeer interessant voor iemand die meer in de achtergronden is geïnteresseerd. De onderverdeling is buitengewoon helder en de artikelen zijn te begrijpen zonder dat men de rest van het boek heeft gelezen. Het handboek is het eerste in zijn soort dat management- en organisatietheorieën vanuit de eigentijdse ontwikkelingen beschouwt. Organisaties worden bekeken vanuit de grote veranderingen die zij thans vaak doormaken. Dit in tegenstelling tot eerdere boeken die vaak traditioneel (functionalistisch) dachten: door ver doorgevoerde arbeidsdeling - dat zijn extreem kent in bureaucratisering - kon het grootste rendement worden bereikt.

Het feit dat bedrijven in een veranderingsproces zitten en er dus geen pasklare oplossingen meer bestaan, heeft consequenties voor de opzet van het boek. Leidinggevenden of staffunctionarissen moeten de kennis die ze opdoen kunnen vertalen naar de eigen zeer specifieke praktijk. Deze moeizame vertaalslag - waarschijnlijk grootste probleem uit de organisatie-theorie - wordt aangepakt door theorieën als mogelijk werktuig te zien, niet als de enig juiste weg. Bij het beschouwen van managementproblemen gaat het vooral om het definiëren van het juiste probleem. De redactie van het handboek verdeelt de ontwikkeling van het denken over organisaties in drie stappen. Nadat het Taylorisme duidelijke en kwantificeerbare technieken ontwikkelde om werknemers tot een zo hoog mogelijke produktiviteit te dwingen, werd de mens ontdekt. Bureaucratie, een uitvloeisel van Taylorisme, kon enorm verstikkend werken, gaf creativiteit geen kans en ontnam mensen hun verantwoordelijkheden - waardoor steeds meer controlerende lagen ontstonden. Deze logge organisaties konden geen verdere produktiviteitsstijging meer genereren en werden steeds vaker ingehaald door (buitenlandse) concurrenten.

Over het tot ontplooiing brengen van 'menselijk kapitaal' kon men het echter moeilijk eens worden. Ook veranderde de maatschappij snel en werd de concurrentie steeds groter. Het was moeilijk nog langer eenduidige recepten te leveren over hoe een bedrijf georganiseerd moest worden. Het gevolg was een theoretische richtingenstrijd.

Deze is de afgelopen jaren langzaam weggeëbd, niet omdat antwoorden werden gevonden maar vooral door desinteresse van het grote publiek. Daarnaast vinden velen rust bij het postmoderne idee dat bij elke situatie een andere theorie geldt.

De redactie van het boek gebruikt ditzelfde theoretische uitgangspunt. Daardoor is het mogelijk tot een overzichtelijke weergave van de stand van zaken in de organisatiekunde te komen, zonder een consistente lijn in het boek te verliezen. De redacteuren geven niet alleen een overzicht van de geschiedenis maar ook een beeld van de laatste stand van zaken. Organisatietheorie is in hun ogen een 'verzameling conversaties'. Niet alle auteurs delen overigens deze opvatting. De Australische hoogleraar Donaldson, die in het boek de convergentietheorie bespreekt, moet bijvoorbeeld weinig hebben van deze nieuwlichterij.

De theoretische opvatting die aan het boek ten grondslag ligt, leidt nogal eens tot frivoliteiten. Zo wordt het nummer It's a man's world (van popster James Brown) erbij gehaald wanneer er over de rol van de vrouw binnen bedrijven wordt gesproken en eindigen de auteurs hun boek met een conversatie geïnspireerd op The Beatles.

Door het uitgangspunt van de redactie worden veel bijdragen in het boek goed leesbaar, maar het laat ook de zwakte zien van organisatie-theorie en onderzoek - en van verwante studierichtingen als bedrijfskunde en bestuurskunde. De vakken worden nog steeds niet altijd als volwaardige wetenschappelijke disciplines aangemerkt bij gebrek aan zogenaamd 'harde' bevindingen. Dit komt omdat het bijna onmogelijk is empirische onderzoeksresultaten terug te vertalen naar de praktijk. Er bestaat eenvoudigweg geen theorie voor het gebruik van theorie. Daarnaast is het bedrijfsleven geen gesloten systeem, maar een ondoorzichtig complex van factoren. Het is de vraag of deze twijfel aan de mogelijkheden van de wetenschap wordt opgelost door een dergelijke multitheoretische aanpak. De kracht van theoretiseren wordt niet groter wanneer alle verschillende opvattingen over organiseren op hetzelfde niveau worden gesteld.

De meeste auteurs gaan met dergelijke vragen echter goed om. Hierbij hebben zij het voordeel dat de richtingenstrijd in de organisatietheorie minder op de voorgrond staat. Zodoende krijgt de praktijk veel meer ruimte dan in het verleden wel het geval is geweest. Het Handbook of Organization Studies is het bewijs dat in een tijd waarin ideologische discussies naar de achtergrond zijn gedrongen een grondige aanpak van (bedrijfs)economische wetenschap mogelijk is zonder dat de hoofdlijnen uit het oog worden verloren.

    • Financieel-Economisch Journalist
    • Frank de Graaf