Kritiek op Aruba is onterecht

De kritiek van de fractievoorzitters van de vier grote partijen op het bestuur van Aruba is hard en onterecht vindt J.H.A. Eman. Zij hebben hiemee onvoldoende respect getoond voor wat er op het eiland is bereikt en nog tot stand wordt gebracht.

Na een bezoek van drie dagen 'in de West' heeft een Tweede-kamerdelegatie, bestaande uit de fractievoorzitters Wallage (PvdA), Bolkestein (VVD), Wolffensperger (D66) en Heerma (CDA) en Kamervoorzitter Deetman afgelopen maandagochtend ons land Aruba weer verlaten.

Het is een bezoek geworden dat nogal wat stof heeft doen opwaaien. In Aruba, maar zeker ook in Nederland. De algemene indruk, die in ons land is achtergebleven, is er een van oprechte verbazing, verwondering en verontrusting. Wat moet Aruba meer doen dan zij al door haar volledige openheid en opening van zaken betracht om de Nederlandse politieke top duidelijk te maken dat ons land met zijn 90.000 inwoners een van de best functionerende en georganiseerde landen, zo niet het beste, in de Caraïbische regio is?

Laat Nederland goed begrijpen dat deze vraag niet uit vertwijfeling of onzekerheid is geboren, maar veeleer uit onbegrip over de getoonde mate van gebrek aan inzicht in de bijzonder positieve ontwikkelingen die ons land de afgelopen jaren doormaakt. Ik schrijf dit niet om te confronteren. Verre van. Nederland noch Aruba zijn gebaat bij polarisatie of harde woorden. Onze uitgestoken hand is niet gehandschoend. Aruba voelt daar niet de minste behoefte toe. Het is bovendien onnodig, getuige het wel harmonieus en voor beide landen effectief verlopen bezoek van minister Sorgdrager van Justitie aan Aruba. Dat was daags voor de komst van de Tweede-Kamerdelegatie.

Aruba juicht duidelijkheid toe. Niet om elkaar de maat te nemen, maar om nader tot elkaar te komen. In Waarheid en Waardigheid. Met alle respect. En in Koninkrijksverband.

Dag-in-dag-uit is hier een beroepsbevolking van tienduizenden mensen aan de slag: voor hun gezinnen, hun grote, middelgrote of kleine onderneming, voor goed (beroeps)onderwijs, voor gezondheidsvoorzieningen, voor een meer op de 21-ste eeuw afgestemde infrastructuur, voor meer diversificatie van de economie en voor een doelmatiger bestuur.

Zo werken politieke partijen en maatschappelijke organisaties (het middenveld van vakbonden, werkgevers en kerkelijke verbanden) in alle vrijheid samen om de kwalitatieve verbetering van onze democratie verder vorm te geven. Als coalitie, als oppositie, in de Staten van Aruba (het Arubaanse Parlement), in de Sociaal-Economische Raad van Aruba, op de Universiteit van Aruba en zo meer.

Voor dat Aruba staat onze regering. Maar in plaats van een uit begrip voortkomende benadering voor onze politiek, economische en cultureel bepaalde situatie, stuitte Aruba op de waarschuwende, ja, bijna vermanende Nederlandse vinger. Ons land, dat - laat ik het volledigheidshalve nog maar eens benadrukken - volwaardig en vooral van harte deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden, zou niet 'deugen', zou zich niet houden aan 'normen en regels die essentieel zijn in een democratische rechtsstaat' zou een 'grote schoonmaak' moeten ondergaan, en 'hangt, als de rechtstatelijke verhoudingen zo scheef blijven, een bijzonder hoog gezag' boven het hoofd.

Dat is toch even slikken als je met een sterk gemotiveerde regeringsploeg de afgelopen jaren niet anders hebt gedaan dan schoonmaken, achterstanden inhalen en bezuinigen. Als je hard bezig bent de rechtsstaat op orde te brengen en transparantie van bestuur te bewerkstelligen. Als je er na jarenlange wanorde in slaagt een begroting te presenteren die recht doet aan het werkelijke financieel-economische beeld.

Voor het eerst is er na vele jaren tijdig een begroting ingediend. Is er een inhaalproces tot stand gekomen van gecontroleerde jaarrekeningen en tonen onze statistieken een waarheidsgetrouw beeld. Ook sociaal-economisch hebben we enorme vooruitgang weten te boeken. Zo is onze economische groei rechtstreeks ten goede gekomen van grote groepen voorheen achtergestelde mensen: bejaarden, minimumloners, uitkeringsgerechtigden en gehandicapten. Slechts tien procent van onze beroepsbevolking verdient het minimumloon. Heet dat maatschappelijke verloedering van Aruba? Nee toch!

Op het gevaar af zelfingenomen gevonden te worden: Aruba is op de goede weg, wat sommige kritikasters er ook van vinden. Per jaar bezoeken zo'n 900.000 toeristen ons land. Samen met andere sectoren van onze zakelijke dienstverlening staat dat voor een groei die het afgelopen decennium meer dan acht procent bedroeg en die dit jaar met enige moeite tot maximaal vijf procent beperkt is gehouden.

Ik beluister hier en daar tussen de regels door wel eens argwaan over onze opzienbarende economische groei. Hoe was het mogelijk dat een klein land als Aruba met zo weinig economische hulpbronnen, tien jaar na de sluiting van de Exxon-ollieraffinaderij - voor Aruba in economische zin relatief vele malen ingrijpender dan de sluiting van de kolenmijnen in Limburg! - zo snel zo'n groei kon realiseren? Zelfs landen met veel meer economische mogelijkheden hadden een dergelijk staaltje niet kunnen bewerkstelligen. Er moesten 'dus' dingen zijn gebeurd die het daglicht niet konden verdragen.

Aruba is tien jaar geleden duidelijke risico's aangegaan om zijn economie aan te zwengelen. Dat gebeurde door het afgeven van bouwgaranties voor hotels die sterk hebben bijgedragen aan de groei van het toerisme op Aruba. Tegen die garanties is toen met name vanuit Nederland ernstig gewaarschuwd. Maar sinds Aruba daarmee een economisch sterk draagvlak heeft geschapen wordt dat resultaat aan andere factoren geweten. Merkwaardig. Aruba is daardoor de afgelopen jaren bijna stelselmatig achtervolgd en belasterd door beschuldigingen dat de direct voor de snelle groei verantwoordelijke bewindslieden betrokken zouden zijn bij illegale praktijken, internationale drugsmafia en daarmee verantwoordelijk voor corruptie en infiltratie van de georganiseerde criminaliteit in het bestuurlijk apparaat.

De waarheid hierover staat te lezen in het rapport 'Met alle respect', dat de commissie voor onderzoek op het gebied van criminaliteitsbestrijding medio oktober presenteerde. Oud-minister De Ruiter van Justitie en oud-rechtbankpresident Wijnholt - die in Aruba absoluut de vrije hand hebben gehad bij hun onderzoek - verklaren daarin met nadruk dat geen enkel feit bekend is geworden dat in de weg zou staan aan een op vertrouwen gebaseerde samenwerking met de Arubaanse regering ter bestrijding van ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit. Zij concludeerden bovendien ook dat Aruba een veilig en ordelijk land is.

Die toonzetting heeft goed gedaan. Temeer waar Aruba jarenlang hemel en aarde heeft moeten bewegen om de internationale gemeenschap, Nederland incluis, werk te maken van een gezamenlijk en dus efficiënter toezicht op de georganiseerde zware criminaliteit. Steeds heeft ons land duidelijk willen maken dat zijn positie bijzonder kwetsbaar en delicaat is, gelegen als het is tussen het drugs aanbiedende Latijns-Amerika en de drugs vragende continenten Europa en de VS.

De fractievoorzitters hebben harde en naar mijn stellige mening onterecht harde, kritiek gehad op het parlementair, democratisch en bestuurlijk Aruba. Zij hebben zich daarbij te zeer laten leiden door de kennelijk nog bij sommige delen van Nederland dominante negatieve perceptie van ons land. Vele wetten zijn inmiddels in de Staten van Aruba aangenomen om te komen tot meer rechtszekerheid en om een deugdelijker bestuur te bereiken.

Tot slot een 'cri de coeur'. Politiek van Nederland: belast onze toekomst, belast onze hard bevochten internationale concurrentiepositie, belast onze pogingen om tot een gevarieerder steviger gegrondveste economie te komen niet door uitspraken die soms ondoordacht zijn, die onvoldoende respect tonen voor wat er is bereikt en nog moet komen en die bovendien onvoldoende recht doen aan een Aruba waar meer dan vijftig nationaliteiten multiraciaal samenleven en samenwerken.

'Aruba is geen mafia-eiland', zei D66-fractievoorzitter Wolffensperger afgelopen zaterdagavond in Oranjestad tijdens een discussie die was georganiseerd door de Universiteit van Aruba. Zo'n uitspraak is opbouwender en motiverender dan Bolkestein volhoudt, die 'niet over bewijzen beschikt', maar wel stelt dat 'Eman en de zijnen te veel de schijn tegen hebben'.

Aruba heeft niets te verbergen. Met open vizier te strijden, spreekt Aruba aan. Maar niet met vasthouden aan onbewezen stellingen en volharden in onnodig beschadigende aantijgingen.

    • Mr. J.H.A. Eman