Karin Adelmund; Waardering van links en rechts

Het partijbestuur van de PvdA was op zoek naar een partijvoorzitter die, op weg naar de verkiezingen van 1998, de eenheid van de partij kan waarborgen. De opvolger van Felix Rottenberg, die door ziekte niet meer beschikbaar is, moest iemand zijn die zowel voor de sociaal-liberale vleugel als voor de vakbondsvleugel aanvaardbaar zou zijn.

Op het eerste gezicht is het merkwaardig dat het partijbestuur nu is uitgekomen bij de vice-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Karin Adelmund (47). Gisteren werd bekend dat ze “positief” staat tegenover het verzoek zich beschikbaar te stellen. Toen Adelmund in 1994 in de Kamer kwam, werd zij gezien als een exponent van de vakbondsvleugel van de PvdA. Adelmund had zich in de jaren daarvoor, als vice-voorzitter van de FNV, geprofileerd als een scherp critica van het sociale beleid van de PvdA in het kabinet-Lubbers/Kok. Ze gaf in 1991 leiding aan acties van het FNV tegen de WAO-maatregelen, die de PvdA in de grootste crisis van haar bestaan stortten. Met haar hoge notering op de kandidatenlijst in 1994 - ze stond vijfde -, leek partijvoorzitter Rottenberg een signaal te geven aan het PvdA-electoraat dat de partij in een volgend kabinet zorg wilde besteden aan haar sociaal gezicht.

Adelmund heeft zich echter in de laatste twee jaar ontpopt als een Kamerlid dat zowel door de meer traditionele PvdA'ers als door de vernieuwers in de partij wordt gewaardeerd. Het Kamerlid R. van der Ploeg, boegbeeld van de sociaal-liberale vleugel in de partij, roemt nu haar creatieve ideeën over de sociale zekerheid. Vooral met de recente nota Sociale zekerheid bij de tijd, geschreven door een PvdA-commissie onder haar voorzitterschap, heeft Adelmund krediet verworven bij verschillende partijstromingen.

In de nota doet de PvdA-commissie voorstellen om de sociale zekerheid los te koppelen van het kostwinnersbeginsel en meer in overeenstemming te brengen met de veranderingen op de arbeidsmarkt, met name het toegenomen aantal tijdelijke contracten en deeltijdbanen. De nota moet op het PvdA-partijcongres van februari 1997 leiden tot standpunten die de PvdA in het debat over de sociale zekerheid “vanuit het defensief in het offensief” moeten brengen, aldus Adelmund.

Adelmund werd echter ook acceptabel voor de rechtervleugel van de partij, omdat ze op het punt van de WAO-herkeuringen loyaal met haar fractie meestemde, ondanks haar sterke afwijzende gevoelens. In februari 1995 barstte ze in tranen uit tijdens een Kamerdebat over de WAO-herkeuringen. “Met alle wanhoop die ik heb over de concrete WAO-gevallen die aan de orde zijn - dan staat de waterleiding bij mij net zo hard aan als bij u - geldt voor mij dat we de hoop niet moeten verliezen dat die mensen gewoon aan het werk komen”, zei ze toen geëmotioneerd tegen Marijnissen van de SP.

Adelmund groeide op in het Oude Noorden van Rotterdam. Ze ging jong werken en studeerde in de avonduren sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1978 tot 1985 was ze voorzitter van de Vrouwenbond FNV, van 1984 tot 1988 lid van het federatiebestuur van de bond. Aansluitend was zij tot 1994 vice-voorzitter van de FNV.

In het PvdA-blad Vlugschrift zei Adelmund vorige week dat de partijvernieuwing moet doorgaan. “Er moet nog zoveel gebeuren.” Ze noemt de partijvernieuwing op lokaal niveau, het schrijven van een verkiezingsprogramma en “last but not least: er moet straks een fris team op de trappen van Huis ten Bosch staan”. Het is niet uitgesloten dat Adelmund daar dan bij zal staan. In dat geval zal haar partijvoorzitterschap van beperkte duur zijn.

    • Peter de Bruijn