Hutu's organiseerden inval met hulp Westen

GOMA, 19 NOV. Extremistische Rwandese Hutu's in de vluchtelingenkampen in Zaïre waren de afgelopen tweeëneenhalf jaar met stilzwijgende medewerking van sommige internationale hulporganisaties bezig met het voorbereiden van een invasie. Eerdere dergelijke beschuldigingen worden bevestigd door documenten die zijn gevonden in de achtergelaten ravage van de nu verlaten kampen. Verder lagen daar bewijzen dat wapenfabrikanten uit alle windhoeken aan de Hutu-milities leverden.

Twintig kilometer van de Zaïrees-Rwandese grens aan de rand van het uitgestorven kamp Mugunga, tot voor een paar dagen een vluchtelingenkamp met 400.000 inwoners, liggen de resten van het militaire hoofdkwartier van de Interahamwe, de gevreesde Hutu-milities die in 1994 in Rwanda aanzetten tot de genocide op de Tutsi's. De inderhaast achtergelaten uniformen, legerlaarzen en camouflagetenten liggen in grote bergen langs de weg. Een enorme hoeveelheid documenten is uitgewaaierd over zeker één vierkante kilometer hobbelig terrein. Tussen de paperassen liggen medicijnen, opvallend veel ongebruikte condooms, infuuslangen en wat dies meer zij, geleverd door hulporganisaties.

Een foto van militieman Prospèr Bivugabaramije is voorzien van een Caritas-sticker. Deze Belgische rooms-katholieke organisatie stond in Rwanda al geruime tijd in een kwade reuk. Volgens bronnen in Kigali leverde Caritas onder andere kleren aan de milities om zich als burgers te kunnen vermommen. Een deel van de documenten is verbrand, maar tussen de overgebleven resten liggen de bewijzen dat de furie van de Interahamwe in de kampen nog niets aan kracht had ingeboet. Zwart op wit staat er het plan voor een invasie van Rwanda.

De Hutu-milities in het toenmalige Rwandese leger (FAR) moesten in juli 1994 vluchten voor het guerrillaleger van de Tutsi's (RPF) dat sindsdien de regering vormt. Uit enkele handboeken blijkt dat de Interahamwe een gewapende terugkeer zorgvuldig beraamden. Spionnen infiltreerden in het Noorden en het Zuiden van Rwanda vlak over de grens bij de vluchtelingenkampen, hulporganisaties werden voor hun karretje gespannen - de meeste hadden niet door dat ze werden misbruikt, maar van anderen is dat niet zeker. “Save The Children heeft een zeer betrouwbare medewerker”, staat geschreven in een van de boeken.

Een voormalige Hutu-verpleegster, die anoniem wenst te blijven, vertelt ons in Rwanda dat de milities voedsel, medicijnen en andere goederen verduisterden en opsloegen. Bij de buitenlandse organisaties deed men het voorkomen alsof er steeds te weinig hulp werd geleverd. Dit verklaart ook de verschillen in de voedingsgraad van de terugkerende vluchtelingen het afgelopen weekeinde. Terwijl sommigen honger leden en zichtbaar tekort waren gekomen, zagen anderen er opvallend goed verzorgd uit.

Sommige hulporganisaties trokken al eerder hun conclusies. Artsen Zonder Grenzen maakten eind 1994 voor het eerst melding van onregelmatigheden in de kampen. In juli 1995 trok de artsen-organisatie zich daarom terug uit de Hutu-kampen.

Ook het wapenarsenaal werd de extremistische Hutu's zorgvuldig opgebouwd. Op straat liggen nu de bewijzen dat verscheidene wapenfabrikanten aan milities leverden. We vinden zeer veel doosjes - de meeste leeg - met Belgische FN-patronen, er zijn mortiergranaten uit Rusland, ontstekers voor landmijnen van Israelische makelij, kogels uit Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. We vinden een handboek voor Franse AML-pantserwagens; er ligt een diploma naast van luitenant Alexandre Mundeli, behaald aan een infanterieschool in Montpellier.

Aan de plannen voor een invasie kwam een einde toen de coalitie van Zaïrese rebellen - mogelijk gesteund door het Rwandese leger - midden vorige week een slotoffensief lanceerde tegen Mugunga. Kennelijk was de Rwandese contra-spionage op de hoogte en besloot men tot ingrijpen. Voor de tweede maal in tweeëneenhalf jaar werd de Interahamwe een zware nederlaag toegebracht. Een deel van de milities heeft vrijwel zeker burgerkledij aangetrokken en bevindt zich nu als repatriant in Rwanda. Een ander deel is dieper Zaïre ingevlucht waar nog altijd zwaar wordt gevochten.

    • Lolke van der Heide