Gedragscode

Staatssecretaris Netelenbos heeft aangekondigd dat zij de onderwijsorganisaties vanaf het basisonderwijs tot en met het universitair onderwijs gaat verzoeken een gedragscode op te stellen voor leerkrachten, die moet bijdragen aan het verminderen van het misbruik op scholen (9 november).

Naar mijn mening gaat een dergelijk initiatief niet ver genoeg. Ik vraag mij af waarom zij niet aanstuurt op de instelling van een verplichte beroepsvereniging voor leerkrachten. Vergelijkbaar met die in de advocatuur. Zodra je als leerkracht aan het werk wilt, dus met je studie klaar bent en je ook daadwerkelijk van plan bent je met onderwijs in de praktijk te gaan bezighouden, moet je je laten inschrijven bij deze beroepsvereniging. Registratie kost je zo'n drie- à vierhonderd gulden per jaar en je wordt geroyeerd zodra je je niet aan de spelregels houdt. Voor dat laatste is uiteraard een geaccepteerde beroepscode en een reglement nodig.

Het geeft de minister van Onderwijs (in dit geval staatssecretaris Netelenbos) bovendien de mogelijkheid om gewenste kwaliteitsimpulsen, waarmee zij eveneens worstelt, in de vaardigheden van deze beroepsbeoefenaren meer gericht en effectiever gecontroleerd toe te dienen.

Schoolbesturen hoeven bij wervingsacties voor nieuwe leerkrachten slechts de registratie bij de beroepsvereniging te checken om te vernemen of betrokkene is ingeschreven of geroyeerd (tijdelijk of voor het leven), hoe het staat met de verplichte bijscholingscursussen en wat de waardering is over de beroepskwaliteit van betrokkene. Evenals bij de advocatuur zou men er, in mijn ogen, goed aan doen de kersverse leerkracht, die op basis van zijn opleidingsresultaten op onze kinderen wordt afgestuurd, te voorzien van een zogenaamde 'patroon' onder wiens toeziend oog hij/zij de eerste drie jaar verplicht is te functioneren.

Door de eigen bijdrage van de leerkracht aan de beroepsvereniging lossen we bovendien een financieel probleem op dat ontstaat zodra we iets aan de kwaliteit van het onderwijs willen doen. In dat kader is het van belang de wachtgelders eveneens te verplichten tot het lidmaatschap en tot de daarbij behorende éducation permanente. Niet voldoen aan dat laatste criterium leidt tot royement en in een optimale situatie zou royement moeten leiden tot verminderen c.q. stopzetten van de wachtgelduitkering. Maar dat zal de minister en staatssecretaris wel te ver gaan.