Eén op zeven wijken onvoldoende leefbaar

DEN HAAG, 19 NOV. Eén op de zeven wijken in de honderd grootste steden wordt door bewoners, gemeente, politie en woningcorporaties als onvoldoende leefbaar beschouwd. Dat blijkt uit een onderzoek dat vandaag werd gepresenteerd door directeur N. van Velzen van de Nationale Woningraad (NWR).

De NWR, waar tweederde van de woningcorporaties met in totaal 1,5 miljoen woningen bij is aangesloten, onderzocht 764 wijken aan de hand van dertien criteria zoals kwaliteit van de woningvoorraad, burenoverlast en criminaliteit. Betrokkenen gaven de criteria rapportcijfers en 117 wijken (met 1,8 miljoen bewoners) scoorden op alle dertien een onvoldoende. In veertig procent van de wijken (3,8 miljoen bewoners) scoorden criminaliteit en gevoelens van veiligheid een onvoldoende. Deze criteria tellen echter aanzienlijk minder zwaar in de totale beoordeling van de leefbaarheid dan de kwaliteit van woningen en woonomgeving. Deze worden overwegend als voldoende beoordeeld.

De meeste 'probleemwijken' zijn de vooroorlogse wijken met veel particuliere verhuurders. Ook wijken die vlak na de oorlog zijn gebouwd, met een eenzijdige opbouw en bevolkingsstructuur zijn in de groep van 117 oververtegenwoordigd. De helft van de bewoners in deze wijken wonen in de vier grote steden. Met name Rotterdam scoort slecht: ruim zestig procent van de wijken wordt als onvoldoende leefbaar beoordeeld.

Staatssecretaris Tommel zei vanmorgen dat de NWR de probleemwijken “op één hoop gooit”. “Nederland is niet op slag onleefbaar geworden.”