Duitsland in greep van de aandelenkoorts

BONN, 19 NOV. Duitsland is in de greep van de aandelenkoorts. De beursgang van Deutsche Telekom heeft tot een hectische handel geleid. Binnen twee uur wisselden zestig miljoen aandelen van eigenaar. Bij sluiting van de beurs in Frankfurt bedroeg de koers gisteren 33,90 mark, dat is bijna 19 procent boven de uitgiftekoers van 28,50 mark. Met 300 T-Aktien kon in één klap 1.620 mark worden verdiend.

“Wie vandaag zijn winst neemt, kan daarvan mooi met vakantie”, zegt een handelaar. Maar particuliere aandeelhouders die uit zijn op snelle koerswinst, moeten er rekening mee houden dat de fiscus al gauw een derde opeist.

De introductie van de aandelen Telekom is een belangrijke stap in de richting van een nieuwe aandeelhouderscultuur, zei minister van financiën Theo Waigel gisteren in Frankfurt. Maar zal de grotere belangstelling voor aandelen ook een verschuiving teweeg brengen in het spaargedrag van de Duitsers?

“Op korte termijn niet”, zegt Bernd Meyer van Dresdner Bank in Frankfurt desgevraagd. “Er komen beslist wel meer aandeelhouders”. Duitsland telt momenteel slechts vijf miljoen aandeelhouders op een bevolking van tachtig miljoen. Dat aantal ziet Meyer snel oplopen tot zes miljoen. De vermogenspositie van de Duitsers ziet hij in korte tijd niet gauw veranderen.

“Aandelen zullen niet zo gauw een alternatief vormen voor het spaarbankboekje of voor investeringen in onroerend goed”, meent Meyer. “Laat iemand een stuk grond hebben ter waarde van vijfhonderdduizend mark en nog eens honderdtwintigduizend mark op zijn spaarbankboekje hebben staan. Hoeveel aandelen moet hij niet kopen om aan dit bedrag te komen?”. Het gaat volgens Meyer nog altijd om relatief kleine bedragen die de Duitser in aandelen steekt.

Hij verwijst naar de kleine particuliere aandeelhouder die minimaal honderd aandelen Deutsche Telekom moest kopen ter waarde van een kleine drieduizend mark. Stel hij kocht het tienvoudige, zegt Meyer, dan hebben we het nog maar over dertigduizend gulden. “En dit bedrag is aan de hoge kant”.

De Duitsers zijn nog altijd rijk en hebben hun geld vooral 'veilig' vastzitten: op hun spaarbankboekje, in verzekeringen, hoogrentende obligaties en spaarbrieven. “Wie goed slapen wil, koopt vast rentende waarden. Wie goed eten wil, koopt aandelen”, is een gevleugelde uitspraak van de enige echte beursspeculant die Duitsland kent, André Kostolany. Hij beleefde gisteren overigens zijn finest hour op de beursvloer toen de T-Aktien werden gelanceerd en Kostolany met minister Waigel èn telecomminister Bötsch aan zijn zijde op de beursvloer werd gesignaleerd.

De uitspraak van Kostolany zou erop wijzen dat de Duitsers nauwelijks last hebben van slaapstoringen. Vorig jaar steeg het particuliere geldvermogen tot vijf biljoen mark (een vijf met twaalf nullen) ofwel vijfduizend miljard mark. Daarmee zou de staatsschuld twee keer kunnen worden afgelost en houdt men nog honderden miljarden over. Statistisch gesproken beschikt elk huishouden over gemiddeld 128.000 mark.

Verreweg het grootste deel hiervan, 67 procent, is langdurig vastgezet. Ruim 1000 miljard staat op het spaarbankboekje. Ook wordt veel geld gestoken in verzekeringen: 989 miljard. Obligaties zijn met een bedrag van 741 miljard ook populair. Aandelen namen als belegging minder voor hun rekening: 246 miljard. Het relatief kleinste bedrag (155 miljard) wordt belegd bij de zogenaamde Bausparkassen waar je voor een eigen huis kan sparen.

Vorig jaar bleek dat sparen zelfs nog meer 'in' is geraakt; de spaarquote steeg van 13,8 naar 14,1 procent. Het vermogen dat particulieren in onroerend goed hebben vastzitten bedroeg vorig jaar vier- tot vijfduizend miljard mark.

“Op lange termijn zal het particuliere investeringsgedrag van de Duitsers beslist veranderen”, zegt Markus Ross van Ceros Vermögensverwaltung in Frankfurt desgevraagd. Er komen nog eens honderden miljarden vrij uit erfenissen, zegt hij. “Vooral jongere mensen hebben een positievere houding ten aanzien van aandelen. Dat is tevens de groep die in de toekomst voor zijn eigen pensioen zal moeten zorgen en zoekt naar een zo hoog mogelijke opbrengst van zijn geld.”

    • Michèle de Waard