De Antillen-connectie

EEN DELEGATIE VAN vijf Kamerleden - de fractievoorzitters van de vier grootste partijen en vertrekkend Kamervoorzitter Deetman - heeft anderhalve week rondgezworven in de West.

De parlementariërs hebben met eigen ogen kunnen waarnemen dat de situatie op de zes Antilliaanse eilanden binnen het Koninkrijk sterk uiteenloopt. Van het kaalgevreten eilandje Sint Eustatius en Sint Maarten, dat rommelt met de besteding van de hulp voor de wederopbouw na de orkaanschade van vorig jaar, tot aan Curaçao en Bonaire waar de eilandfinanciën volstrekt zijn ontaard, en Aruba, waar de economie bloeit als nooit tevoren. En ten slotte is daar de goedwillende maar tamelijk machteloze Antilliaanse regering van premier Miguel Pourier die over vijf van de zes eilanden gaat. Aruba heeft zijn 'status aparte'.

Deze parlementaire rondreis belooft een aanzienlijke nasleep in Den Haag te krijgen. Daarbij gaat het in de eerste plaats om een herziening van de verstandhouding tussen Nederland en de Antillen. Want tussen bemoeizucht en afstandelijkheid is de laatste jaren veel mis gegaan.

De Antillen en Aruba krijgen een groot bedrag aan ontwikkelingshulp. Maar Aruba heeft die, gezien de bloeiende economie, niet nodig. Op de Antillen zijn de begrotingsproblemen, alle hulp ten spijt, zo dramatisch opgelopen dat de hulp van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) is ingeroepen. Hier heeft de Nederlandse hulp eerder verhullend dan sanerend gewerkt. In de stroperigheid van de Antillen schiet het met het IMF-programma overigens niet erg op. Zodra wordt geprotesteerd tegen de steeds maar weer uitgestelde aanpassingen, bijvoorbeeld wat betreft de omvang van het ambtenarenapparaat op Curaçao, komen uit Nederland onmiddellijk geluiden toch vooral toeschietelijk te zijn. Dat werkt dus niet.

OP ARUBA zijn de problemen van juridisch-bestuurlijke aard. Vorige maand heeft een commissie onder leiding van oud-minister De Ruiter aanbevelingen gedaan om de crisis bij de politie en de rechterlijke macht op Aruba op te lossen. De behoedzaamheid van De Ruiter, die schrijft geen aanwijzingen te hebben gevonden voor de vermenging van politieke, economische en drugsbelangen op Aruba, is door de bezoekende Kamerdelegatie losgelaten. Het liep uit op een harde confrontatie tussen de parlementariërs en de Arubanen.

De indruk dat de verwevenheid tussen het lokale bedrijfsleven en de politiek op Aruba veel groter is dan in het rapport-De Ruiter staat, is bij de Kamerleden versterkt. De geur van drugs is blijven hangen, ook al kaatste premier Eman terug dat het zachte Nederlandse drugsbeleid geen sterk uitgangspunt vormt om Aruba betuttelend toe te spreken over drugsconnecties en witwasserij. Op Aruba gaat het ook om Latijns-Amerikaanse vormen van cliëntelisme. Door het democratische gehalte van de Arubaanse politieke mores openlijk in twijfel te trekken, stelden de parlementariers de relatie met Aruba binnen het Koninkrijk ter discussie.

EEN ROVERSNEST, heeft fractievoorzitter Bolkestein het eiland Aruba enige tijd geleden genoemd. Liefhebbers van de schrijver Gabriel García Márquez weten dat dit niets nieuws is. In de boeken van deze Colombiaan spelen de Nederlandse Antillen, en Aruba in het bijzonder, altijd een rol als smokkeleilanden. Nederland had daar alleen nooit zoveel oog voor en nu het zich zorgen maakt, weet het zich hiermee geen raad.

Toch zullen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba zich moeten bezinnen over de verdeling van verantwoordelijkheden binnen het Koninkrijksverband. Nu de fractievoorzitters hebben gebroken met de jarenlang gekoesterde houding van afzijdigheid, dienen zij zich te bezinnen op de consequenties. Hun kritiek dient gevolgen te krijgen en niet, zoals voorheen, in ambtelijk-politieke vicieuze cirkels van zachte bemoeizucht te verzanden. Na de rondreis langs de eilanden is het moment aangebroken om hierover in het Nederlandse parlement een grondig debat te voeren.