Begrip voor de Antillen, verontrusting over Aruba

De fractieleiders van de vier grote partijen uit de Tweede Kamer zijn terug van hun bezoek aan de Antillen en Aruba. Het bleek een confrontatie met Calimero- en macho-politiek.

WILLEMSTAD, 19 NOV. 'Sadder and wiser' zijn ze teruggekeerd in Nederland. Wallage (PvdA), Heerma (CDA), Bolkestein (VVD) en Wolffensperger (D66) realiseren zich dat het Koninkrijk nog lange tijd uit drie partners zal bestaan. En tegelijk zijn ze er van doordrongen geraakt dat er op de Antillen nog heel wat moet gebeuren en dat er op Aruba veel mis is.

De 'grote vier' van het Nederlandse parlement ervoeren tussen de Antillen en Aruba een wereld van verschil. Aruba staat met groot gemak op eigen benen met een sterke economische groei en praktisch geen werkloosheid. De Antillen daarentegen verkeren in armlastige omstandigheden en ondergaan binnenkort via de harde hand van het IMF een ingrijpende sanering.

Punt van overeenkomst is dat beide rijksdelen absoluut niet uit het verband van het Koninkrijk willen. Naast een sterke sentimentele relatie (het koningshuis is in de West een onaantastbaar symbool), is het realiteitszin die de eilanden bij Den Haag houdt. De Antillen weten dat de financiële koorden met Den Haag voor de vijf eilanden een levensvoorwaarde zijn, maar ook Aruba kan als klein land niet zonder de hulp van Nederland. Al was het maar voor zijn defensie en technische bijstand op bestuurlijk terrein.

De fractieleiders vertrokken op kousenvoeten naar de West. “Om te luisteren als broeders binnen het Koninkrijk”, zoals Kamervoorzitter W. Deetman het bij aankomst in Willemstad uitdrukte. 'Stop shooting, start listening' , voegde zijn Antilliaanse collega Lucille Wout hem direct toe. De toon was gezet: de Antillen wilden een gelijkwaardige gesprekspartner zijn.

Die boodschap kwam op alle eilanden terug. Men verlangde respect, vroeg 'bedilzucht' achterwege te laten en eiste daarna zijn 'rechtmatige geld', zoals de Antilliaanse Wout zelfbewust zei.

Het Koninkrijk is weidser en ingewikkelder dan ze dachten, ervoeren de Kamerleden. Vanuit Willemstad is er centraal bestuur over Bovenwindse eilanden die op een afstand van bijna 1000 kilometer liggen. Daarbij is de diversiteit van de eilanden groot: het dromerige vulkaaneilandje Saba verkeert nog in een andere eeuw vergeleken met het schreeuwerig-toeristische Sint Maarten. Maar ook de rivaliteit tussen de eilanden is een factor. “Moeten wij dan eerst een orkaan over ons eiland krijgen om meer geld te ontvangen”, fulmineerde een gedeputeerde van Bonaire op Kralendijk tegenover de Nederlandse fractieleiders.

Kenmerkend voor de Antilliaanse situatie is de zwakke bestuurlijke infrastructuur. De eilanden kennen veel ambtenaren, maar voor legio deskundigen is men nog altijd op Nederland aangewezen. Hun commissie-Van Lennep adviseerde één bestuurslaag op te heffen (de eilanden kennen centraal Antilliaans bestuur plus eigen eilandbesturen), maar de fractieleiders vragen zich af of deze maatregel niet te rigoureus is.

Waardering hebben de fractieleiders voor de politiek van de regering-Pourier. Diens inzet voor een ingrijpende sanering van de Antilliaanse financiën ontmoet ontzag. “Je ziet die man lijden onder de maatregelen die hij moet nemen”, constateert een van de Nederlandse delegatieleden. Bij uitvoering van de sanering moeten honderden ambtenaren verdwijnen en zal de positie van de laagste inkomensgroepen zwaar worden aangetast. Pourier ontmoet begrip voor zijn verlangen om extra Nederlandse hulp aan een zogeheten solidariteitsfonds.

Van Willemstad naar Oranjestad - van Curaçao naar Aruba - is een kleine stap, maar tegelijk een wereld van verschil. Na de Calimero-politiek op de Antillen ('wij zijn klein maar gelijkwaardig'), werden de fractieleiders op Aruba geconfronteerd met een zelfbewuste en tegelijk agressieve politieke stijl. “Men gunt ons ons succes niet”, zei de Arubaanse regeringsleider Eman in een reactie op de kritische houding van de Nederlandse politici.

Aruba is in 1986 via een 'status aparte' zijn eigen weg gegaan, heeft zich economisch, vooral door de komst van Amerikaanse toeristen, zeer voorspoedig ontwikkeld. Toch heeft het een zeer negatief imago. Het land wordt onlosmakelijk verbonden met witwas-praktijken en drugsconnecties, heeft een zwakke politieke structuur en de rechtshandhaving wordt vanuit de politiek ondermijnd, zo stelden de fractieleiders na een reeks gesprekken vast. Zij vertrokken gisteren uit Oranjestad met een harde analyse over de situatie op het eiland. “Er zijn sterke aanwijzingen dat hier veel dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen”, aldus VVD-fractieleider Bolkestein. Hij had een dag eerder al gezinspeeld op ingrijpen vanuit Nederland als Aruba geen orde op zaken stelt.

De sterke economische prestaties hebben de Arubaanse regering zelfbewust gemaakt. “Aruba heeft niets te verbergen en past ervoor dat zijn economische succes op kwalijke wijze in verband wordt gebracht met onoorbare activiteiten”, aldus de tekst van een regeringscommuniqué, dat tijdens het bezoek van de delegatie werd verspreid.

Veranderingen van het politieke systeem lijken voorlopig niet aan de orde. Kritiek van de fractieleiders werd direct beantwoord met kritiek op Nederland. De Nederlandse delegatie toonde zich na een harde confrontatie met regeringsleider Eman bezorgd over diens 'macho-politiek'. Vanuit de regering wordt het openbaar ministerie gedwarsboomd en politieke oppositie is niet aan de orde, stelden zij vast. “We gaan met een groot gevoel van onrust naar huis”, zei Bolkestein. De fractieleiders zullen er bij premier Kok op aandringen dat deze een harde opstelling kiest tegenover Aruba.

Rigoureuze veranderingen in de Koninkrijksrelaties met de Antillen en Aruba zullen er niet snel komen, zoveel is ook de fractieleiders duidelijk geworden. Zowel invoering van het Franse provinciemodel als verwijdering van een rijksdeel (Aruba), waar sommige fractieleiders vooraf aan dachten, zijn onwerkbaar en onhaalbaar gebleken. Voor het provinciemodel bestaat op de Antillen geen enkele steun, en Aruba zal absoluut niet meewerken aan verwijdering uit het Koninkrijk. Het heeft daarbij het Koninkrijksstatuut aan zijn kant.

Ook voor fractieleiders geldt dat zij in Koninkrijksaangelegenheden voorzichtig moeten manoeuvreren. De Koninkrijksregering regeert, en het parlement controleert, zij het moeizamer dan in nationale kwesties.

Maar de Antillen en Aruba moeten er rekening mee houden dat bij de volgende kabinetsformatie stevige afspraken over de toekomst van de Koninkrijksrelaties zullen worden gemaakt. Dan kunnen de betrokken partijen uitvoeren wat de paarse coalitie bij de formatie van 1994 heeft nagelaten.

    • Kees van der Malen