Beelden van een tirannieke vader

Het zit Johan Rinkel (42) dwars dat hij iemand gedood heeft. Hij had het veel liever niet gedaan, maar soms moet een mens nu eenmaal de dingen doen die hem opgedragen worden. Rinkel heeft vele opdrachtgevers. Hij kan hen niet aanraken, maar des te beter zien en horen. Zo gaat dat al zijn halve leven.

“Volgens het Pieter Baan Centrum”, zegt mevrouw mr. I. de Vries, de voorzittende rechter van de Haagse rechtbank, “heeft u een zeer traumatische jeugd achter de rug die op de bewuste dag is doorgebroken.”

“Ik vind het veel erger wat ik gedaan heb”, zegt Rinkel. Hij is een lange, magere man met een snorretje in een intens bleek gezicht. Zijn Haags is snel en moeilijk verstaanbaar.

“Had u tevoren hulp gezocht?”

“Ik was bij de politie geweest, ik zei: hou me maar. Maar ze lieten me gaan.”

Dat was op vrijdag 15 maart van dit jaar. Rinkel had die dag weer eens stemmen gehoord die van hem eisten zijn vader en zichzelf te vernietigen. Toen hij zich bij de politie meldde, was hij ervan overtuigd dat hij zojuist iemand vermoord had. Dat bleek niet het geval, waarna de politie hem wegstuurde.

Rinkel meldde zich vervolgens in een ziekenhuis en werd dankzij een Riagg-arts op 16 maart in psychiatrisch centrum X. opgenomen. Twee dagen later kreeg hij tot zijn verbazing te horen dat de 48-uursopname voorbij was en dat hij de inrichting kon verlaten. De behandeling zou op ambulante wijze worden voortgezet.

Door wie? Dat moest men nog even uitzoeken. Rinkel besloot niet op het antwoord te wachten. Hij moest die dag nog medicijnen ophalen en liep de inrichting uit.

Enkele uren later loopt hij de 65-jarige Bertold tegen het lijf, een voormalige collega-patiënt uit een van de vele inrichtingen waarin hij gezeten heeft. Rinkel gaat met Bertold mee naar diens huis. Daar hoort hij opeens zijn zus gillen. Hij draait zich om naar de bank waar Bertold zit en ziet zijn vader de kamer binnenlopen. Zijn vader heeft een stuk hout in zijn handen en hakt daarmee op zijn moeder in.

Beelden, beelden, een stormvloed van beelden, ze verzwelgen Rinkel. Hij pakt een hard voorwerp van de tafel en slaat daarmee Bertold op het hoofd. Dan trekt hij een riem rond de nek van Bertold en een stropdas om zijn gezicht. Bertold stikt. Terwijl hij bezig is, hoort Rinkel steeds hoe zijn vader hem uitlacht en hem toeroept: “Het lukt je niet!”

Rinkel vreest dat zijn vader hem probeert te achtervolgen. Hij steelt de portemonnee met bankpas en pincode van Bertold en gaat er vandoor. Hij blijft lopen. Veertien uur lang. Naar Rijswijk, terug naar Den Haag, naar Delft, weer naar Den Haag en ten slotte naar Rotterdam, waar hij zich aangeeft bij de politie. Tijdens zijn omzwervingen neemt hij 2.000 gulden van Bertolds rekening op. Hij verbrandt ze later in Loosduinen.

Lopen, eindeloos lopen, dat doet hij altijd als hij zijn agressie moet afreageren. Vanaf zijn dertiende wordt hij gekweld door stemmen en beelden die hem willen dwingen zijn vader en zichzelf te vermoorden. Ze leven nog, Rinkel senior en Rinkel junior, maar ze zien elkaar nooit meer.

Zijn vader staat bekend als een labiele, driftige man met een kwade dronk, die regelmatig zijn vrouw mishandelde. De andere kinderen ontweken hem, Johan durfde het als enige tegen hem op te nemen. Het gevolg was dat de vader zich steeds furieuzer tegen zijn zoon keerde.

Johan Rinkel verliet op jonge leeftijd het ouderlijk huis, vanaf 1978 moest hij zich regelmatig in psychiatrische centra laten opnemen. Hij is suïcidaal en lijdt volgens zijn behandelaars aan schizofrenie met een paranoïde vorm.

De vele behandelingen hebben hem geen goed gedaan. In een psychiatrisch centrum werd hij vorig jaar aan hypnose onderworpen, zodat herbelevingen konden worden opgewekt. Maar hij kon de 'confrontaties' met zijn tirannieke vader niet aan, ze maakten hem alleen maar agressiever. De politie trof hem kort daarna aan op een viaduct in Weesp, waar hij vanaf wilde springen.

Rinkel is er zelf van overtuigd dat de behandeling met hypnose hem noodlottig is geworden. Een districtspsychiater schreef later: “Kritische vragen zouden gesteld kunnen worden over de wijsheid van het toepassen van experimentele behandelmethoden in omstandigheden die de grenzen van het zelfgevoel kunnen aantasten bij personen, die ertoe neigen de verantwoordelijkheid voor hun handelen buiten zichzelf te leggen.”

De gedragsdeskundigen adviseren nu Rinkel tbs met dwangverpleging op te leggen.

“Ik vind het allemaal goed”, zegt Rinkel. “Wat ik heb gedaan, kan gewoon niet. Ik laat dit niet nóg een keer gebeuren. Het was niet nodig geweest, dat stoort me. Ik ben kort tevoren nog op het politiebureau geweest.”

Zijn advocaat, mr. A. Westendorp, concentreert zich vooral op het weekeinde vóór die noodlottige maandag in maart waarop Rinkel Bertold doodde.

“Heeft u toen in de inrichting met enkele verpleegkundigen over uw agressie gesproken?” vraagt hij zijn cliënt.

“Ja.”

“Heeft u concreet verteld wat u voelde?”

“Ik heb gevraagd of ik psychopaat kon worden.”

“Heeft u gezegd dat u mensen iets kon aandoen?”

“Ja, ook tegen mijn creatieve therapeut.”

Hoe kon de inrichting Rinkel 's maandags zomaar laten gaan? Men wast zijn handen in onschuld, daarbij gesteund door de geneeskundige inspectie, die geen onzorgvuldig handelen heeft kunnen constateren. Rinkel heeft immers zelf de inrichting verlaten. Maar de advocaat blijft het onbegrijpelijk vinden dat men Rinkel niet met een inbewaringstelling tegen zijn wil heeft opgenomen. “Dit is des te vreemder omdat men hem in 1995 nog wél een inbewaringstelling heeft opgelegd, nadat hij gezegd had dat stemmen hem opdracht gaven om zijn vader te vermoorden.”

Een verpleegkundige heeft kunnen bevestigen hoe ernstig Rinkel er in het bewuste weekeinde aan toe was. “Hij vertelde mij dat hij een man aan een boom had gebonden en dat hij van plan was deze man te gaan opensnijden. Hij is vervolgens meerdere malen bij mij geweest om te vragen hoe het ermee was. Hiermee bedoelde hij kennelijk het behandelingsplan.”

De officier van justitie vraagt om veroordeling voor doodslag. Hij had eerst aangenomen dat Rinkel volledig ontoerekeningsvatbaar is, maar het Pieter Baan Centrum heeft hem ervan overtuigd dat Rinkel toch nog 'enig inzicht in zijn handelen' heeft gehad. Hij eist tbs met dwangverpleging. “De problematiek is te ernstig voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.”

(Het vonnis, twee weken later: conform de eis.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.