WIM DE BIE

Wim de Bie: Op Fluiten van Ver Weg. Mercury 534 267.2

Als een stamhoofd, de armen gespreid tegen een achtergrond van bergtoppen en omineuze wolkenluchten, poseert Wim de Bie op zijn cd De Fluiten van Ver Weg, waarop volgens de ondertitel 'de wereldmuziek der Cananefaten' weerklinkt. Deze zomer kwam De Bie al in het nieuws toen hij in de rol van woordvoerder van de oerbewoners van de Zuidhollandse kuststrook protest aantekende tegen de dreigende aanleg van “een toplokatie met uitstraling” in zee.

Dat hem dat toen menens was, blijkt nu uit de vermelding van het adres van de Stichting Duinbehoud op de achterkant van het beeldschone cd-boekje. Voor de rest blijkt er geen rechtstreeks verband meer te bestaan tussen de cd en de actie, behalve dan dat zijn optreden als Cananefaten-afstammeling hem heeft geïnspireerd tot een parodistisch bedoeld project waarvan de resultaten af en toe te mooi zijn om ze als louter parodie af te doen.

Samen met de veelzijdige Henny Vrienten en Joost Belinfante maakte De Bie een reeks nummers, waarin hij vilein de spot drijft met het amorfe gekabbel uit de welgevulde new age-bakken van de platenwinkel en de holle frasen waarmee dat muzikale behang doorgaans aan de man wordt gebracht. Maar tussen die knap volgehouden flauwekul, waarvan de grap na één of twee keer luisteren af is, bevinden zich ook een paar nummers die ronduit een aanwinst zijn voor het Nederlandse liedrepertoire: een lieflijk liedje als Het kuiltje bijvoorbeeld, en het aanstekelijk folkloristische titelnummer. Mijn favoriet is het lyrische Liedje van weleer, dat zich met een tere hobosolo van Werner Herbers en het onopgesmukte gezang van Wim de Bie laat meeneuriën als een al eeuwen bestaand wiegeliedje.

    • Henk van Gelder