Waarom toch bas en drums als volgens David Thomas het geluid van brekend serviesgoed volstaat? 'Pere Ubu was compromisloos avantgardisme'

Als zanger van de groep Pere Ubu behoorde David Thomas, deze week op tournee in ons land, tot de pioniers van de new wave. Met zijn buitenissig miniatuurorkest David Thomas and Two Pale Boys streeft de Oliver Hardy van de pop naar spontaniteit zonder oeverloze improvisatie.

Pere Ubu: Datapanik in The Year Zero (Rough Trade/DGCD5-24969). David Thomas and Two Pale Boys: Erewhon (Rough Trade/Cooking Vinyl CD105). Concerten 21/11 Effenaar, Eindhoven, 23/11 Patronaat, Haarlem, 24/11 Paradiso, Amsterdam.

Wie voor de avantgarde is geboren, wordt nooit meer een toegankelijke popster. In die wetenschap maakt new wave-pionier David Thomas al meer dan twintig jaar kriebelige, onvoorspelbare en toch boeiende muziek. Zijn groep Pere Ubu werd niet voor niets genoemd naar de hoofdfiguur uit het toneelstuk Ubu Roi van de Franse absurdist Alfred Jarry (1873-1907). Jarry wilde de verbeelding van zijn publiek prikkelen. “Het Poolse leger steekt de rivier over”, schreef hij op een plakkaat, terwijl hij een man dwars over het toneel liet lopen. David Thomas vond dat een dergelijke methode ook in de popmuziek kon worden toegepast. Waarom zou je genoegen nemen met het bekende geluid van bas en drums, bedacht hij bij de opname van Pere Ubu's Sentimental Journey, als het stukgooien van serviesgoed volstaat om een reactie op te roepen?

In 1975 was het uit Cleveland, Ohio afkomstige Pere Ubu een voorbode van de new wave, die een jaar later zou losbarsten in New York en Londen. Thomas heeft zich nooit bij een trend thuisgevoeld. “Voor mij was 'new wave' een stroming in de Franse filmkunst, de 'Nouvelle vague'. Door onze geïsoleerde positie in het afgelegen Cleveland ontwikkelden we een eigen stijl, die niets te maken had met de New-Yorkse scene van Talking Heads en Television.

“Als zoveel jongeren in het Amerikaanse midwesten kreeg ik mijn muzikale opvoeding via de transistorradio. Wat ik leerde van alle voorspelbare consumptiemuziek die me ter ore kwam, was dat ik vooral ánders wilde klinken. Pere Ubu hield er rekening mee dat er misschien wel niemand was die iets in onze muziek zou zien. Toen we desondanks omarmd werden door het new wave-publiek in New York en Europa, voelden we ons als een indianenstam die zich niet liet corrumperen door de zogenaamde beschaving. Onze muziek was in wezen een soort folkmuziek, die in een volstrekt isolement tot ontwikkeling was gekomen.”

Recentelijk was David Thomas nauw betrokken bij de samenstelling van de vijfdelige cd-box Datapanik In The Year Zero met de muziek van cruciale new wave-albums als The Modern Dance en Dub Housing, maar ook zeldzame en verloren gewaande opnamen. Indertijd werd Pere Ubu in verband gebracht met de rauwe energie van The Stooges en het nonconformisme van Captain Beefheart.

Nadere beluistering van het voorbeeldig digitaal opgepoetste materiaal - het serviesgoed klinkt alsof het hier en nu wordt stukgegooid - leert dat Pere Ubu zonder meer een eigen plaats verdient in de eregalerij van de popmuziek. Met name Talking Heads is gaan strijken met de eer en het succes die ten dele toekwamen aan de groep van de 'Oliver Hardy van de pop', zoals Thomas om zijn forse postuur en koddige uitstraling werd getypeerd.

“We hebben veel verkeerde zakelijke beslissingen genomen, uit eigenwijsheid of omdat we niet wisten hoe de popwereld in elkaar stak. Spijt heb ik daar niet van, want ten aanzien van onze muziek hebben we nooit compromissen gesloten. Als ik de kans kreeg om vandaag opnieuw te beginnen, zou ik waarschijnlijk uit volle overtuiging precies dezelfde fouten maken.”

Pere Ubu hield in 1982 op te bestaan. De groep wordt zo nu en dan heropgericht, “als een goed onderhouden automobiel die soms de garage uit moet”, aldus Thomas. Als solo-artiest werkt hij sindsdien met wisselende gastmuzikanten, zoals de Two Pale Boys (gitarist Keith Moliné en trompettist Andy Diagram) die hem bijstaan op zijn nieuwe album Erewhon (een anagram van 'Nowhere'). Zelf bespeelt hij de melodeon, een grappig klein accordeonnetje dat de afwezigheid van bas en drums maskeert.

Als 'dirigent' van zijn buitenissig miniatuurorkest gelooft Thomas in eenvoud en spontaniteit, maar dan niet in de vorm van oeverloze improvisaties. “Met goed op elkaar ingespeelde muzikanten kun je heel spontaan zijn in de structuur van een nummer, zonder er maar meteen op los te soleren. Nieuwe nummers repeteer ik zo min mogelijk, want los van een aantal basisafspraken over ritme en akkoordenschema moet er een element van spanning blijven bestaan in de uitvoering. Naarmate een tournee vordert en we ons gemakkelijker gaan voelen bij de steeds vastere vorm die de nummers krijgen, breekt voor mij het moment aan om het repertoire drastisch te veranderen.”

Toen Pere Ubu in 1978 een verzamelplaat uitbracht met de ook weer voor de box-set gebruikte titel Datapanik In The Year Zero, kon David Thomas nog niet vermoeden wat een hoge vlucht de stroom van data langs de elektronische snelweg zou gaan nemen. Nu bestiert hij de eigen Internet-site http://www.projex.demon.co .uk/ en programmeerde hij hoogst persoonlijk het cd-rom-gedeelte dat op Erewhon wordt bijgeleverd.

De computertechniek van dergelijke multimedia-uitingen staat nog maar in de kinderschoenen en het 'interactieve' karakter van zo'n cd-rom is een waanbeeld, zegt hij stellig. “Ik en de artiest, dus ík bepaal welke informatie er beschikbaar wordt gemaakt. Meestal is zo'n multimediatrack op een pop-cd tamelijk kinderachtig, met een videoclip en wat biografische informatie. Een cd-rom die kan inspelen op data die door de gebruiker worden toegevoegd, behoort nog tot de toekomstvisioenen.”