VN-voedseltop eindigt in hoop en scepsis

ROME, 18 NOV. De Wereldvoedseltop is geëindigd in een mengeling van hoop en scepsis. Hoop dat honger hoger op de politieke agenda komt te staan, scepsis dat de top alleen maar veel papier heeft opgeleverd en voor tienduizend delegatieleden voornamelijk een prettig verblijf in Rome heeft betekend.

Terwijl een enkele demonstrant “Dit is een farce” riep, gaf gastheer Jacques Diouf, de directeur-generaal van de FAO, op zijn afsluitende persconferentie toe dat het enige concrete doel, het aantal ondervoeden vóór het jaar 2015 te halveren, “een minimumdoel” is. Dat was een echo van de schrijnende aanklacht van de Cubaanse leider Fidel Castro dat de rijke landen het probleem niet serieus nemen. Castro had een van de kortste toespraken op de conferentie, maar zijn uithalen over schijnoplossingen, hypocrisie en bedrog werden meer geciteerd dan alle bedachtzame opmerkingen van andere sprekers.

Premier Kok had minder problemen bij die beperkte doelstelling. “Dat het belofte-element zwak is, is niet zo erg, als je commitment om dat doel te bereiken maar sterk is”, zei hij in een persgesprek na zijn toespraak zaterdag. “Ik geloof dat zo'n top een nuttige functie kan hebben als we het allemaal serieus nemen.”

In de vijf dagen dat de top heeft geduurd is duidelijk geworden dat nog enorme meningsverschillen bestaan over de vraag hoe honger het beste kan worden bestreden. Bevolkingspolitiek, handel, binnenlands bestuur en biotechnologie zijn slechts een paar van de struikelblokken.

De paus verwierp het “sofisme dat wanneer er veel mensen zijn, die veroordeeld zijn om arm te blijven”. Premier Kok stelde hiertegenover dat zonder gezinsplanning geen effectieve hongerbestrijding mogelijk is. Het lijkt op een dialoog tussen doven. Zelfs de schaarse zinsneden hierover in de Verklaring van Rome, overgenomen uit de tekst van de Bevolkingsconferentie van Kairo, gingen het Vaticaan, Argentinië en een aantal islamitische landen te ver.

Ook op het gebied van de handel is geen enkele toenadering zichtbaar. De Verenigde Staten en de Wereldbank verdedigden liberalisering van de wereldhandel als het beste middel om voedsel goedkoper en makkelijker bereikbaar te maken. Volgens veel Derde-Wereldlanden dreigt de Westerse voedingsindustrie juist over de landbouw in ontwikkelingslanden heen te walsen. “Wereldhandel is niet alleen niet in staat om voedselonzekerheid op te lossen, hij is vaak de oorzaak daarvan”, zei Antonio Onorati, de Italiaanse voorzitter van de alternatieve top van niet-gouvernementele organisaties.

Betere landbouwtechnologie wordt lang niet altijd als zegen gezien. Omdat de kennis is geconcentreerd in de rijke landen, is er onvoldoende aandacht voor lokale gewassen. Import van landbouwtechnologie is zelden een oplossing: het kost veel geld en het verdringt lokale kennis en cultuur. Een belangrijke en onbeantwoord gebleven vraag is bovendien of genetische manipulatie bij gewasveredeling in sommige gevallen de gezondheid bedreigt.

“Mensenrechten en respect voor democratie moeten niet worden gezien als luxegoederen die alleen kunnen worden genoten door degenen die zich dit kunnen veroorloven”, zei de Ierse premier, John Bruton, namens de Europese Unie. Maar Castro was een van de sprekers die alle opmerkingen over democratie en mensenrechten als essentiële elementen in een geïntegreerde aanpak van de honger uit de weg gingen. Voor sommige ontwikkelingslanden ging die benadering te veel lijken op de vraag of zij mede schuld hebben aan honger in hun land, door slecht bestuur of corruptie.

Een ander twistpunt is de urgentie van hervormingen binnen het VN-bestel. Kok zei in zijn toespraak dat te veel instanties los van elkaar bezig zijn met het hongerprobleem, zonder dat bijvoorbeeld verband wordt gelegd tussen landbouwtechnologie en milieuvervuiling. Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking voegde daar later in een gesprek aan toe dat de VN in zijn ogen kunnen worden gehalveerd: “Er zijn te veel verschillende raden en commissies waarin dezelfde regeringen over dezelfde problemen praten.”

De bijeenkomst in Rome heeft de twijfels over de zin van dergelijke kolossale ontmoetingen niet kunnen wegnemen. Het was de laatste VN-top in een rij die in 1992 werd geopend met milieu. Daarna volgden bevolkingspolitiek, sociale vraagstukken, vrouwen, en urbanisatie. De Verenigde Naties wilden een soort actieplan opstellen voor het komende millennium, in de hoop dat het einde van de Koude Oorlog meer gezamenlijk optreden mogelijk zou maken.

Na al dit vergaderen groeit de roep om daden. “De uitvoering van actieplannen ten voordele van onze medemensen moet bovenaan al onze agenda's staan, niet nog meer toppen”, zei de Britse minister van Overzeese Ontwikkeling, Lynda Chalker. “We hebben er genoeg gehad.”

Bovendien heeft de top in Rome aan spanning verloren doordat de belangrijkste documenten al van tevoren waren uitonderhandeld. Wat restte was vooral een reeks toespraken voor de media en het thuisfront. Milieugroepen, vrouwenbewegingen en andere niet-gouvernementele organisaties hebben veel minder dan op vergelijkbare toppen leven in de brouwerij kunnen brengen met kritische noten, omdat hun alternatieve top onder Italiaanse leiding bijzonder rommelig is verlopen.

De meeste regeringsleiders hebben dan ook verstek laten gaan. Van de grote zeven industrielanden was alleen mede-gastheer Italië vertegenwoordigd op het allerhoogste niveau. Premier Kok was wel uit Den Haag gekomen, met de ministers Pronk en Van Aartsen (Landbouw). Maar ook hij gaf toe dat het belang vooral heeft gelegen in de voorbereiding, waarmee het probleem nog eens goed in de aandacht van de publieke opinie is gebracht, en in de beloftes om het actieplan uit te werken.

“We hebben de mogelijkheid om het te doen, we hebben de kennis, we hebben de hulpbronnen en we hebben laten zien dat we de wil hebben”, zei Diouf als afsluiting. “Laten we nu een race tegen de tijd beginnen en verder gaan dan het gestelde doel.”

De beloftes op een vergelijkbare top 22 jaar geleden, dat tien jaar daarna geen kind met honger zou gaan slapen, liggen iedereen nog in het geheugen. Daarvan is weinig terechtgekomen. Nederland pleit nu voor een jaarlijkse evaluatie, waartoe het het komend halfjaar als voorzitter van de Europese Unie in Europees verband een aanzet wil geven. In de hoop dat de fraaie beloftes dit keer minder snel worden vergeten.

    • Marc Leijendekker