THE ECONOMIST

De jongste topconferentie in Rome over het voedselvraagstuk was een zoveelste manifestatie van (neo-)malthusiaans pessimisme, constateert The Economist.

Bijna met de regelmaat van de oogst duikt het denkbeeld op, dat de toename van het voedselaanbod zal worden ingehaald door de bevolkingsgroei - met als onvermijdelijke uitkomst tekorten en hongersnood. Een hardnekkig misverstand, meent het blad, dat vaststelt dat de voedselproduktie al dertig jaar sneller toeneemt dan de wereldbevolking. En in de toekomst is er nog volop ruimte voor produktieverhoging door nieuw land onder de ploeg te brengen en te profiteren van de biotechnologie. De honger in de wereld is het resultaat van heilloze overheidsbemoeienis, aldus het blad. De rijke landen hebben hun boeren gesubsidieerd en aldus overproduktie in de hand gewerkt. De arme landen wilden industrialisering bevorderen en hielden de boereninkomens laag, met als gevolg tekorten. De uitweg uit deze schaarbeweging is openstelling van de Westerse markten voor voedsel uit arme landen, die op hun beurt hun boeren hogere prijzen moeten gunnen. Want het belangrijkste probleem is niet voedselgebrek, maar armoede.