Suriname als vrouw bemind

Het uur van de wolf: En nu de droom over is... Ned. 3, 23.20-00.12u.

Wie naar Paramaribo gaat, heeft grote kans hem tegen het lijf te lopen. Een sjofel geklede, kalende neger met bril en grijze baard. Altijd draagt hij een gevulde plastic tas bij zich. Die neger is Michaël Slory, voor velen de allergrootste dichter van Suriname.

Hij heeft het ongeluk te wonen in een land, waar de eigen kunst en kunstenaars niet in erg hoog aanzien staan. Zijn dichtbundels verkoopt Slory zelf, op straat, geen ongebruikelijke activiteit voor Surinaamse schrijvers.

Filmer John Albert Jansen heeft Michaël Slory enige tijd gevolgd. De met gevoel gemaakte documentaire En nu de droom over is... is het verdienstelijke resultaat. De titel staat voor Slory's levensloop. Is die levensloop te treurig voor woorden?

De beelden wekken een zekere deernis op met de dichter, maar ook bewondering voor zijn niet aflatende streven. De nationalistische vrienden met wie hij vòòr de onafhankelijkheid naar Suriname terugkeerde om het land vooruit te helpen, zitten al lang weer in Nederland of hebben zich teruggetrokken in comfortabele posities.

Slory vertelt het eigen verhaal, loopt door Paramaribo om bundeltjes aan de man te brengen, geeft gastles aan een kweekschool, reciteert poëzie, kookt een potje in zijn keuken. Zoals een gedicht laat de filmer de beelden en woorden voor zich spreken. “Wat motiveert u gedichten te schrijven, terwijl andere collega's van u hogerop komen en u maar boeken loopt te verkopen?”, wil een leerlinge weten. De dichter is onverstoorbaar. Volgens Slory moet een land schrijvers hebben “om zich bewust te zijn dat we ook iets kunnen, dat we ook onze eigen taal, onze eigen denkers hebben.” Schrijven is “een steentje in het geheel” dat geen land kan ontberen.

Als het waar is dat deprivatie tot hogere vormen van kunst leidt, dan lijkt Slory er het bewijs van. Een vrouw heeft hij tot zijn eigen spijt zelden gehad. Maar zijn land Suriname kan hij in zijn poëzie als ware het een vrouw beminnen. Of het voor hemzelf en Suriname ooit beter wordt? De 60-jarige dichter troost zich met de gedachte dat Picasso en Casals nog op hoge leeftijd een mooie vrouw voor zich wisten te veroveren.

“Ik zal zingen om de zon te laten opkomen...”, zegt Slory in een van zijn dichtregels. Wie hem, na het zien van de documentaire, daarbij wil steunen, spoede zich naar de boekhandel om de gelijknamige bloemlezing aan te schaffen.

    • Hans Buddingh'